De Werkgroep Thuisverzorgers VZW

De Werkgroep Thuisverzorgers vzw is een onafhankelijke vereniging van gebruikers en mantelzorgers in Vlaanderen. Zij verenigt gebruikers, personen en gezinnen die in het thuismilieu zorg dragen voor een zorgbehoevende oudere, een langdurige zieke of een persoon met een handicap.

De organisatie werd in 1990 opgericht op initiatief van families zelf. De Werkgroep kiest ervoor de vereniging te laten ‘dragen’ door de families-mantelzorgers zelf. Zo blijft een onafhankelijke en uiteraard pluralistische werking gewaarborgd, vertrekkend vanuit de standpunten van de gebruikers en mantelzorgers.

In maart 1999 werd de Werkgroep Thuisverzorgers vzw, op basis van het thuiszorgdecreet, door de Vlaamse Gemeenschap erkend als vereniging van gebruikers en mantelzorgers.

De Werkgroep Thuisverzorgers vzw heeft de volgende doelstellingen:

  • ijveren om de thuiszorg als vrije keuze mogelijk te maken en de zorgbehoevende persoon en zijn familie optimaal te ondersteunen om deze keuze te kunnen realiseren in de praktijk;
  • verdedigen van de belangen van de families die aan thuiszorg doen en dit zowel op financieel, materieel en psycho-sociaal vlak;
  • ijveren voor de erkenning van de mantelzorgers in het geheel van de zorgverstrekking;
  • wegen zoeken voor rechtstreekse inspraak in beleidsvoorbereidingen en beslissingen;
  • bevorderen van de contacten tussen de families onderling.

Om deze doelstellingen te realiseren ontplooit de Werkgroep Thuisverzorgers vzw een breed gamma van activiteiten:

  1. Informatie en ondersteuning
  2. Groepsactiviteiten
  3. Beleidsvoorbereidend werk
  4. Samenwerking met andere diensten en instanties
  5. Vorming en bijscholing
  6. Publicaties

1. Informatie en ondersteuning

Gebruikers en mantelzorgers kunnen schriftelijk, telefonisch of persoonlijk contact nemen met het secretariaat of met de regionale contactpersonen van de Werkgroep. Deze contactpersonen zijn personen en families die vanuit hun ervaring deskundig zijn en lotgenoten willen ondersteunen. Zoekt u een luisterend oor, heeft u nood aan een gesprek of wenst u informatie of advies, dan kan u steeds bij hen terecht. De vragen waarmee gebruikers en mantelzorgers de Werkgroep benaderen, kunnen heel uiteenlopend zijn: Waar vind ik oppas? Hoeveel kost gezinszorg? Bestaat er een premie voor mantelzorgers? Hoe los ik de ruzie met mijn broer en zus op? Mag ik mijn moeder geld vragen omdat ik haar verzorg?

De Werkgroep heeft niet op alle vragen een pasklaar antwoord en er is niet altijd een efficiënte oplossing voorhanden. Wij stellen echter vast dat mantelzorgers zelden volledig en objectief geïnformeerd zijn. De Werkgroep helpt hen in hun zoektocht doorheen het kluwen van diensten en instanties.

2. Groepsactiviteiten

Gebruikers en mantelzorgers in groep samenbrengen is voor de vereniging een belangrijke activiteit. De Werkgroep organiseert regelmatig eigen bijeenkomsten of informatie- en gespreksbijeenkomsten in samenwerking met andere organisaties.

Tijdens de bijeenkomsten wordt steeds aandacht gegeven aan de gemeenschappelijke ervaringen van de families. Zij vinden er oplossingen voor hen individuele problemen en doen samen voorstellen voor de structurele verbetering van de thuiszorg. Gebruikers en mantelzorgers kunnen hun collectieve belangen verdedigen en inspraakkanalen benutten om te participeren aan het beleid.

3. Beleidsvoorbereidend werk

De Werkgroep wil thuiszorg ook structureel aanpakken.

De vereniging werkt, waar mogelijk, op de verschillende beleidsniveaus actief mee aan beleidsvoorbereidingen en -beslissingen ter zake.

Knelpunten die gebruikers en mantelzorgers ervaren worden vertaald in beleidsthema’s en worden via acties, memoranda, contacten met bevoegde ministeries en administraties aangekaart teneinde een structurele oplossing te zoeken.

4. Samenwerking met andere diensten en instanties

De Werkgroep staat open voor samenwerking met andere verenigingen van gebruikers en mantelzorgers in binnen- en buitenland en met andere partners in de thuiszorg.

Ook met patiëntenverenigingen, zelfhulpgroepen en verenigingen voor personen met een handicap wordt er samengewerkt. In verschillende overlegorganen hebben de leden van de vereniging een mandaat.

5. Vorming en bijscholing

De vereniging heeft een eigen vormingsaanbod met thema’s voor bijscholing en/of vorming aan onderwijsinstellingen, professionele hulpverleners, socio-culturele verenigingen en anderen.

6. Publicaties

Deze Gids kwam tot stand met de steun van de Koning Boudewijnstichting



Adressen

Het regionaal diensten centrum (RDC)

Bij de regionale dienstencentra van de Liberale Mutualiteit kun je terecht voor:

  • ergotherapeutisch advies;
  • infonamiddagen en/of -avonden;
  • advies over hulpmiddelen en woningaanpassingen;
  • aanvragen voor noodoproepsystemen (NOS) en/of
  • personenalarmsystemen (PAS);
  • coördinatie van het multidisciplinair overleg;
  • aanvragen voor vrijwilligersvervoer;
  • aanvragen voor thuiszorg;
    enzovoort.

De regionale dienstencentra werken nauw samen met de uitleendienst van je mutualiteit.

Regionaal dienstencentrum
Liberale Mutualiteit Provincie Antwerpen
Lange Nieuwstraat 109, 2000 Antwerpen
03 203 76 49 – dienstencentrum@lmpa.be

Dienst Thuiszorg
Liberale Mutualiteit van Brabant
Koninginneplein 51-52, 1030 Brussel
02 209 49 75 – thuiszorg@mut403.be

RDC Tienen
Minderbroedersstraat 30, 3300 Tienen
016 82 27 10

RDC Halle
Vondel 23, 1500 Halle
02 356 85 88

Regionaal dienstencentrum
Liberale Mutualiteit West-Vlaanderen

Revillpark 1, 8000 Brugge
050 45 01 00 – rdc@lmwvl.be

Regionaal dienstencentrum
Liberale Mutualiteit van Oost-Vlaanderen

Brabantdam 109, 9000 Gent
09 269 70 32 – rdc@libmutov.be

Regionaal dienstencentrum ‘Horizon’
Liberale Mutualiteit Limburg

Geraetsstraat 20, 3500 Hasselt
011 29 10 00 – rdc.horizon@lml.be

Regionaal Dienstencentrum
Liberale Mutualiteit – Vlaams Gewest

Prieelstraat 22, 1730 Asse
02 454 06 78 – rdc417@lmvlg.be

De dienst maatschappelijk werk

Zit je met een hulpvraag of wil je weten of de persoon voor wie je zorgt in aanmerking komt voor een vergoeding van de Vlaamse zorgverzekering of een andere tussenkomst? Wil je informatie over een kortverblijf? Ben je zorgbehoevend en wens je na te gaan op welke tegemoetkomingen je recht hebt? Neem dan contact op met de dienst maatschappelijk werk van je ziekenfonds.

DMW Provincie Antwerpen
Lange Nieuwstraat 109, 2000 Antwerpen
03 203 76 47/54 – dmw@lmpa.be

DMW Brabant
Koninginneplein 51-52, 1030 Brussel
02 209 48 91 – socia@mut403.be

DMW West-Vlaanderen
Revillpark 1, 8000 Brugge
050 45 01 00 – dmw@lmwvl.be

DMW Oost-Vlaanderen
Brabantdam 109, 9000 Gent
09 235 72 85 – dmw@libmutov.be

DMW Limburg
Geraetsstraat 20, 3500 Hasselt
011 29 10 00 – dmw@lml.be

DMW Vlaams Gewest
Prieelstraat 22, 1730 Asse
02 454 06 78 – dmw417@lmvlg.b

Er zijn in Vlaanderen en Brussel 6 verenigingen voor gebruikers en mantelzorgers. Gebruikers en mantelzorgers kunnen zich gratis lid maken van zo’n verenging. Deze 6 verenigingen zijn erkend door Zorg en Gezondheid.

Steunpunt Mantelzorg
Sint Jansstraat 32-38 – 1000 Brussel
02 515 03 94
www.steunpuntmantelzorg.be

Liever Thuis LM
Livornostraat 25 – 1050 Elsene
02 542 87 09
www.lieverthuislm.be

Samana
Haachtsesteenweg 579 – 1030 Schaarbeek
02 246 47 81
www.cm.be

Ons Zorgnetwerk
Remylaan 4B – 3018 Wijgmaal
016 24 49 49
www.onszorgnetwerk.be

OKRA, trefpunt 55+
Bezoekadres: Haachtsesteenweg 579 – 1030 Schaarbeek
Postadres: Postbus 40 – 1031 Brussel
02 246 57 72
www.okra.be

S-Plus Mantelzorg
Sint Jansstraat 32-38 – 1000 Brussel
02 515 02 63
www.s-plusvzw.be/mantelzorg

Maatschappelijke context van de thuiszorg

  1. Thuiszorg toegelicht
  2. Waarom thuiszorg zo actueel is
  3. Belangrijke termen in de thuiszorg


1. Thuiszorg toegelicht

Thuis kunnen zijn en blijven is de wens van de meeste mensen. Wie afhankelijk wordt van anderen, verlangt er vaak nog meer naar in het vertrouwd milieu te worden verzorgd. Dit wordt bevestigd in het onderzoek ‘Zicht op zorg. Studie van de mantelzorg in Vlaanderen in 2003’ van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie (CBGS) van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

In thuiszorg spelen verschillende partners een rol. Centraal staan de zorgbehoevende persoon en zijn gezins- en familieleden. Zij worden eventueel bijgestaan door buren, vrienden, het georganiseerd vrijwilligerswerk en/of professionele thuiszorgdiensten.

De persoon die afhankelijk wordt, noemen we de zorgbehoevende persoon. Dit kan een oudere, een volwassene of een kind zijn, een zieke of een persoon met een handicap. Zowel bij de zorg voor een inwonende zorgbehoevende persoon als voor iemand die zelfstandig woont, is er sprake van thuiszorg.

Het onderzoek van het CBGS geeft eveneens aan dat ondanks verschillende belemmerende factoren, zoals vergrijzing, mobiliteit, éénoudergezinnen, enzovoort, vele families vandaag nog steeds bereid zijn om voor thuiszorg in te staan. Het onderzoek concludeert ook dat er in Vlaanderen tussen de 400 000 en 580 000 personen zorgdragen voor een zorgbehoevende persoon. Dit wordt zowel opgevolgd door mannen en vrouwen.

Een onderzoek ‘De externe kwaliteit van een zorgsysteem. Doelmatigheid van de sociale zorg voor hoogbejaarden in Vlaanderen’ van Prof. Breda heeft in 1997 uitgewezen dat van het takenpakket in de thuiszorg 75% wordt opgenomen door de mantelzorgers. Zij worden niet betaald voor hun zorgactiviteiten. In 54% van de thuiszorgsituaties komt, behalve de huisarts, zelfs geen enkele professionele dienst aan huis: de familie is in dit geval de enige zorgverstrekker. Het recentere onderzoek van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie bevestigt dit met de volgende cijfergegevens: 18% van de mantelzorgers staat er alleen voor, 73% werkt samen met professionele zorgverlener(s), 48% werkt samen met andere mantelzorger(s) en 14 % werkt samen met vrijwilliger(s).


2. Waarom thuiszorg zo actueel is

Steeds meer ziet men in hoe belangrijk thuiszorg is en erkent men de behoefte om ondersteuning voor families uit te bouwen.

Wie voor een ouder, een partner, een kind of een ander familielid zorgt, doet dit op grond van persoonlijke motieven, de relatie die hij met de betreffende persoon heeft, de affectie die hij voor hem of haar voelt… Hij wil zich verantwoordelijk voelen voor de zorgbehoevende persoon. Deze inzet en affectie kunnen niet door institutionele zorg worden vervangen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) omschrijft ‘gezondheid’ als het geheel van lichamelijk, psychisch en sociaal welzijn. Het is aannemelijk dat deze drie aspecten van gezondheid het best verwezenlijkt worden in een thuissituatie, waar men zich geborgen en veilig voelt, omringd door mensen die men kent en liefheeft, waar men vrij is en zelfstandig kan blijven.

De medische kennis en kunde is de laatste decennia sterk geëvolueerd, wat heeft geleid tot een sterke stijging van de gemiddelde levensverwachting. Mensen worden steeds ouder en kinderen die geboren worden met bepaalde aandoeningen hebben nu veel meer overlevingskansen dan vroeger. Die situatie stelt ons thans voor een aantal nieuwe uitdagingen. De verwachtingen ten aanzien van en de druk op de thuiszorg worden groter.

Het onderzoek van het CBGS, zoals eerder vermeld, bevestigt dat mensen bereid blijven om in te staan voor zorgbehoevende personen, alhoewel in onze huidige maatschappij de beschikbaarheid niet vanzelfsprekend is. Zo gaan in de meeste gezinnen beide partners uit werken en kan de zorg dus niet door het gezin alleen, zonder hulp van buitenaf, worden gedragen.

Tenslotte spelen economische factoren een rol bij de hernieuwde aandacht voor thuiszorg. Enerzijds probeert men de uitgaven voor de gezondheidszorg te beheersen, des te meer omdat men verwacht dat deze met de vergrijzing van de bevolking nog zullen stijgen. Anderzijds probeert men een rem te zetten op de overconsumptie van geneeskundige zorgen, bepaalde diagnosetechnieken en medicatie. Men zoekt naar lichtere en dus goedkopere vormen van zorgverlening. Thuiszorg lijkt dan het alternatief te zijn voor de dure intramurale opvang. Dit brengt een verschuiving met zich mee van de verantwoordelijkheden en kosten van de overheid naar de burger en naar het thuismilieu. Deze verschuiving heeft echter pas zin wanneer ze gepaard gaat met een degelijke ondersteuning en een efficiënt thuiszorgbeleid.


3. Belangrijke termen in de thuiszorg

Eerstelijn: het geheel van voorzieningen dat voor de hulpvrager de eerste opvang verzekert bij nood aan professionele hulp (zie hoofdstuk 7 ‘partners in de thuiszorg’ in de Gids in de Thuiszorg ). De eerste lijn bevindt zich tussen niet-professionele hulpverlening enerzijds en specialistische hulpverlening anderzijds.

Families-mantelzorgers: de naaste familieleden die regelmatig aan mantelzorg doen (zie mantelzorg);

Formele zorg: de zorg verleend door personen voor wie dit een vorm van betaalde arbeid is. Zij hebben hiertoe een diploma en meestal werd vastgelegd welke handelingen zij wel en niet mogen uitvoeren;

Gebruiker: iedere natuurlijke persoon die vanuit een bepaalde nood een beroep doet op diensten in de thuiszorg;

Informele zorg: de zorg verleend door zorgenverstrekkers die hiervoor geen professioneel statuut hebben. Ze worden niet bezoldigd voor hun dienstverlening, ze verlenen hulp omdat ze een familiale en/of affectieve band hebben met de zorgbehoevende persoon of vanuit een idealistische inzet. Onder informele zorg verstaan we zowel de zelfzorg, de mantelzorg als het (georganiseerd) vrijwilligerswerk, deze zorg wordt dus verleend door gezinsleden, familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers, enzovoort (zie mantelzorg);

Mantelzorg: alle bovennormale, niet-beroepsmatige hulp- en dienstverlening die een persoon op geregelde basis aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving geeft. Deze zorg vloeit voort uit een affectieve/sociale relatie tussen de mantelzorger en de zorgbehoevende persoon (Werkgroep Thuisverzorgers vzw). De gewone dagelijkse zorg voor elkaar wordt hier niet mee bedoeld;

Mantelzorger: een persoon die op geregelde basis en op een niet-beroepsmatige wijze aanvullende, bovennormale zorg verleent aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving vanuit zijn sociale/ affectieve relatie die hij met deze persoon heeft. Dit kunnen zowel partners, ouders, familieleden, kinderen, buren zijn;

Niet-professionele zorg: zie informele zorg;

Palliatief: deze term komt van het Latijnse woord ‘pallium’ dat mantel of deken betekent. Palliatief heeft de betekenis gekregen van een verzachtende begeleiding bij het sterven, terwijl de eigenlijke betekenis ‘pijnbestrijding’ is (meer hierover kan u lezen in rubriek ‘4.6 Als het einde nadert’ in de Gids in de Thuiszorg );

Palliatieve zorg: dit is de actieve, continue en totale zorg voor mensen in een vergevorderd stadium van hun ziekte, wanneer genezing niet meer mogelijk is;

Persoon met een chronische ziekte: een persoon die lijdt aan een aandoening die de persoon fysiek en/of psychisch aantast, diagnostisch al dan niet kan vastgesteld worden, een langdurige zorg en/of medische controle kan inhouden, zichtbare en/of onzichtbare beperkingen veroorzaakt, geen zekerheid geeft op geheel of gedeeltelijk herstel, progressief, wisselend of stabiel kan verlopen, al dan niet kan leiden tot een geheel of gedeeltelijk verlies van autonomie, een vermindering van de levenskwaliteit veroorzaakt en ernstige gevolgen heeft op medisch, en/of sociaal, en/of financieel vlak voor de betrokkene en zijn omgeving (Vlaams Patiëntenplatform vzw);

Professionele zorg: zie formele zorg;

Professionele zorgverlener: dit is een persoon die tewerkgesteld is in een organisatie die hulp en diensten aanbiedt;

Thuisverzorger: zie definitie mantelzorger, de term ‘thuisverzorger’ werd vroeger gebruikt door de Werkgroep Thuisverzorgers in plaats van het begrip mantelzorger;

Thuiszorg: het geheel van activiteiten ter ondersteuning van de zelfzorg van de zorgbehoevende persoon in het thuismilieu. Dit betekent dat thuiszorg ook bedoeld is om zwaar zorgbehoevende personen thuis te laten wonen, met hulp van familieleden die al dan niet ondersteund of bijgestaan worden door professionele diensten en/of vrijwilligers;

Verzorgende: dit is de officiële term voor een persoon die hulp- en dienstverlening verstrekt op vlak van persoonsverzorging, huishoudelijke hulpverlening, psychologische ondersteuning en/of algemene (ped)agogische ondersteuning in het natuurlijke thuismilieu van de gebruiker of binnen een residentiële instelling. De vroegere gezinshelp(st)er, familiaal help(st)er of bejaardenhelp(st)er worden nu allemaal verzorgende genoemd;

Zelfzorg: dit is de zorg waarvoor de zorgbehoevende persoon zelf (nog) kan instaan, de beslissingen en acties in het dagelijks leven om te voorzien in de eigen basisbehoeften. In een thuiszorgsituatie is het stimuleren van de zelfzorg, in de mate van het mogelijke, heel belangrijk;

Zorgbehoevende persoon: een persoon die afhankelijk wordt en/of zorg nodig heeft;

Zorgenplan: dit is een zorgcontract tussen de zorgbehoevende persoon, zijn familie en de betrokken hulp- en zorgverleners en vrijwilligers.

Trefwoordenlijst

A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z


A


B


C


D


E


F


G


H


I


J


K


L


M


N


O


P


Q


R


S


T


U


V


W


X


Y


Z