Belangrijke termen in de thuiszorg

  • Eerstelijn: het geheel van voorzieningen dat voor de hulpvrager de eerste opvang verzekert bij nood aan professionele hulp (zie hoofdstuk 7 ‘partners in de thuiszorg’ in de Gids in de thuiszorg). De eerste lijn bevindt zich tussen niet-professionele hulpverlening enerzijds en specialistische hulpverlening anderzijds.
  • Families-mantelzorgers: de naaste familieleden die regelmatig aan mantelzorg doen (zie mantelzorg);
  • Formele zorg: de zorg verleend door personen voor wie dit een vorm van betaalde arbeid is. Zij hebben hiertoe een diploma en meestal werd vastgelegd welke handelingen zij wel en niet mogen uitvoeren;
  • Gebruiker: iedere natuurlijke persoon die vanuit een bepaalde nood een beroep doet op diensten in de thuiszorg;
  • Informele zorg: de zorg verleend door zorgenverstrekkers die hiervoor geen professioneel statuut hebben. Ze worden niet bezoldigd voor hun dienstverlening, ze verlenen hulp omdat ze een familiale en/of affectieve band hebben met de zorgbehoevende persoon of vanuit een idealistische inzet. Onder informele zorg verstaan we zowel de zelfzorg, de mantelzorg als het (georganiseerd) vrijwilligerswerk, deze zorg wordt dus verleend door gezinsleden, familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers, enzovoort (zie mantelzorg);
  • Mantelzorg: alle bovennormale, niet-beroepsmatige hulp- en dienstverlening die een persoon op geregelde basis aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving geeft. Deze zorg vloeit voort uit een affectieve/sociale relatie tussen de mantelzorger en de zorgbehoevende persoon (Werkgroep Thuisverzorgers vzw). De gewone dagelijkse zorg voor elkaar wordt hier niet mee bedoeld;
  • Mantelzorger: een persoon die op geregelde basis en op een niet-beroepsmatige wijze aanvullende, bovennormale zorg verleent aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving vanuit zijn sociale/ affectieve relatie die hij met deze persoon heeft. Dit kunnen zowel partners, ouders, familieleden, kinderen, buren zijn;
  • Niet-professionele zorg: zie informele zorg;
  • Palliatief: deze term komt van het Latijnse woord ‘pallium’ dat mantel of deken betekent. Palliatief heeft de betekenis gekregen van een verzachtende begeleiding bij het sterven, terwijl de eigenlijke betekenis ‘pijnbestrijding’ is (meer hierover kan u lezen in rubriek ‘4.6 Als het einde nadert’ in de Gids in de thuiszorg);
  • Palliatieve zorg: dit is de actieve, continue en totale zorg voor mensen in een vergevorderd stadium van hun ziekte, wanneer genezing niet meer mogelijk is;
  • Persoon met een chronische ziekte: een persoon die lijdt aan een aandoening die de persoon fysiek en/of psychisch aantast, diagnostisch al dan niet kan vastgesteld worden, een langdurige zorg en/of medische controle kan inhouden, zichtbare en/of onzichtbare beperkingen veroorzaakt, geen zekerheid geeft op geheel of gedeeltelijk herstel, progressief, wisselend of stabiel kan verlopen, al dan niet kan leiden tot een geheel of gedeeltelijk verlies van autonomie, een vermindering van de levenskwaliteit veroorzaakt en ernstige gevolgen heeft op medisch, en/of sociaal, en/of financieel vlak voor de betrokkene en zijn omgeving (Vlaams Patiëntenplatform vzw);
  • Professionele zorg: zie formele zorg;
  • Professionele zorgverlener: dit is een persoon die tewerkgesteld is in een organisatie die hulp en diensten aanbiedt;
  • Thuisverzorger: zie definitie mantelzorger, de term ‘thuisverzorger’ werd vroeger gebruikt door de Werkgroep Thuisverzorgers in plaats van het begrip mantelzorger;
  • Thuiszorg: het geheel van activiteiten ter ondersteuning van de zelfzorg van de zorgbehoevende persoon in het thuismilieu. Dit betekent dat thuiszorg ook bedoeld is om zwaar zorgbehoevende personen thuis te laten wonen, met hulp van familieleden die al dan niet ondersteund of bijgestaan worden door professionele diensten en/of vrijwilligers;
  • Verzorgende: dit is de officiële term voor een persoon die hulp- en dienstverlening verstrekt op vlak van persoonsverzorging, huishoudelijke hulpverlening, psychologische ondersteuning en/of algemene (ped)agogische ondersteuning in het natuurlijke thuismilieu van de gebruiker of binnen een residentiële instelling. De vroegere gezinshelp(st)er, familiaal help(st)er of bejaardenhelp(st)er worden nu allemaal verzorgende genoemd;
  • Zelfzorg: dit is de zorg waarvoor de zorgbehoevende persoon zelf (nog) kan instaan, de beslissingen en acties in het dagelijks leven om te voorzien in de eigen basisbehoeften. In een thuiszorgsituatie is het stimuleren van de zelfzorg, in de mate van het mogelijke, heel belangrijk;
  • Zorgbehoevende persoon: een persoon die afhankelijk wordt en/of zorg nodig heeft;
  • Zorgenplan: dit is een zorgcontract tussen de zorgbehoevende persoon, zijn familie en de betrokken hulp- en zorgverleners en vrijwilligers.