Maatschappelijke context van de thuiszorg

  1. Thuiszorg toegelicht
  2. Waarom thuiszorg zo actueel is
  3. Belangrijke termen in de thuiszorg


1. Thuiszorg toegelicht

Thuis kunnen zijn en blijven is de wens van de meeste mensen. Wie afhankelijk wordt van anderen, verlangt er vaak nog meer naar in het vertrouwd milieu te worden verzorgd. Dit wordt bevestigd in het onderzoek ‘Zicht op zorg. Studie van de mantelzorg in Vlaanderen in 2003’ van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie (CBGS) van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

In thuiszorg spelen verschillende partners een rol. Centraal staan de zorgbehoevende persoon en zijn gezins- en familieleden. Zij worden eventueel bijgestaan door buren, vrienden, het georganiseerd vrijwilligerswerk en/of professionele thuiszorgdiensten.

De persoon die afhankelijk wordt, noemen we de zorgbehoevende persoon. Dit kan een oudere, een volwassene of een kind zijn, een zieke of een persoon met een handicap. Zowel bij de zorg voor een inwonende zorgbehoevende persoon als voor iemand die zelfstandig woont, is er sprake van thuiszorg.

Het onderzoek van het CBGS geeft eveneens aan dat ondanks verschillende belemmerende factoren, zoals vergrijzing, mobiliteit, éénoudergezinnen, enzovoort, vele families vandaag nog steeds bereid zijn om voor thuiszorg in te staan. Het onderzoek concludeert ook dat er in Vlaanderen tussen de 400 000 en 580 000 personen zorgdragen voor een zorgbehoevende persoon. Dit wordt zowel opgevolgd door mannen en vrouwen.

Een onderzoek ‘De externe kwaliteit van een zorgsysteem. Doelmatigheid van de sociale zorg voor hoogbejaarden in Vlaanderen’ van Prof. Breda heeft in 1997 uitgewezen dat van het takenpakket in de thuiszorg 75% wordt opgenomen door de mantelzorgers. Zij worden niet betaald voor hun zorgactiviteiten. In 54% van de thuiszorgsituaties komt, behalve de huisarts, zelfs geen enkele professionele dienst aan huis: de familie is in dit geval de enige zorgverstrekker. Het recentere onderzoek van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie bevestigt dit met de volgende cijfergegevens: 18% van de mantelzorgers staat er alleen voor, 73% werkt samen met professionele zorgverlener(s), 48% werkt samen met andere mantelzorger(s) en 14 % werkt samen met vrijwilliger(s).


2. Waarom thuiszorg zo actueel is

Steeds meer ziet men in hoe belangrijk thuiszorg is en erkent men de behoefte om ondersteuning voor families uit te bouwen.

Wie voor een ouder, een partner, een kind of een ander familielid zorgt, doet dit op grond van persoonlijke motieven, de relatie die hij met de betreffende persoon heeft, de affectie die hij voor hem of haar voelt… Hij wil zich verantwoordelijk voelen voor de zorgbehoevende persoon. Deze inzet en affectie kunnen niet door institutionele zorg worden vervangen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) omschrijft ‘gezondheid’ als het geheel van lichamelijk, psychisch en sociaal welzijn. Het is aannemelijk dat deze drie aspecten van gezondheid het best verwezenlijkt worden in een thuissituatie, waar men zich geborgen en veilig voelt, omringd door mensen die men kent en liefheeft, waar men vrij is en zelfstandig kan blijven.

De medische kennis en kunde is de laatste decennia sterk geëvolueerd, wat heeft geleid tot een sterke stijging van de gemiddelde levensverwachting. Mensen worden steeds ouder en kinderen die geboren worden met bepaalde aandoeningen hebben nu veel meer overlevingskansen dan vroeger. Die situatie stelt ons thans voor een aantal nieuwe uitdagingen. De verwachtingen ten aanzien van en de druk op de thuiszorg worden groter.

Het onderzoek van het CBGS, zoals eerder vermeld, bevestigt dat mensen bereid blijven om in te staan voor zorgbehoevende personen, alhoewel in onze huidige maatschappij de beschikbaarheid niet vanzelfsprekend is. Zo gaan in de meeste gezinnen beide partners uit werken en kan de zorg dus niet door het gezin alleen, zonder hulp van buitenaf, worden gedragen.

Tenslotte spelen economische factoren een rol bij de hernieuwde aandacht voor thuiszorg. Enerzijds probeert men de uitgaven voor de gezondheidszorg te beheersen, des te meer omdat men verwacht dat deze met de vergrijzing van de bevolking nog zullen stijgen. Anderzijds probeert men een rem te zetten op de overconsumptie van geneeskundige zorgen, bepaalde diagnosetechnieken en medicatie. Men zoekt naar lichtere en dus goedkopere vormen van zorgverlening. Thuiszorg lijkt dan het alternatief te zijn voor de dure intramurale opvang. Dit brengt een verschuiving met zich mee van de verantwoordelijkheden en kosten van de overheid naar de burger en naar het thuismilieu. Deze verschuiving heeft echter pas zin wanneer ze gepaard gaat met een degelijke ondersteuning en een efficiënt thuiszorgbeleid.


3. Belangrijke termen in de thuiszorg

Eerstelijn: het geheel van voorzieningen dat voor de hulpvrager de eerste opvang verzekert bij nood aan professionele hulp (zie hoofdstuk 7 ‘partners in de thuiszorg’ in de Gids in de Thuiszorg ). De eerste lijn bevindt zich tussen niet-professionele hulpverlening enerzijds en specialistische hulpverlening anderzijds.

Families-mantelzorgers: de naaste familieleden die regelmatig aan mantelzorg doen (zie mantelzorg);

Formele zorg: de zorg verleend door personen voor wie dit een vorm van betaalde arbeid is. Zij hebben hiertoe een diploma en meestal werd vastgelegd welke handelingen zij wel en niet mogen uitvoeren;

Gebruiker: iedere natuurlijke persoon die vanuit een bepaalde nood een beroep doet op diensten in de thuiszorg;

Informele zorg: de zorg verleend door zorgenverstrekkers die hiervoor geen professioneel statuut hebben. Ze worden niet bezoldigd voor hun dienstverlening, ze verlenen hulp omdat ze een familiale en/of affectieve band hebben met de zorgbehoevende persoon of vanuit een idealistische inzet. Onder informele zorg verstaan we zowel de zelfzorg, de mantelzorg als het (georganiseerd) vrijwilligerswerk, deze zorg wordt dus verleend door gezinsleden, familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers, enzovoort (zie mantelzorg);

Mantelzorg: alle bovennormale, niet-beroepsmatige hulp- en dienstverlening die een persoon op geregelde basis aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving geeft. Deze zorg vloeit voort uit een affectieve/sociale relatie tussen de mantelzorger en de zorgbehoevende persoon (Werkgroep Thuisverzorgers vzw). De gewone dagelijkse zorg voor elkaar wordt hier niet mee bedoeld;

Mantelzorger: een persoon die op geregelde basis en op een niet-beroepsmatige wijze aanvullende, bovennormale zorg verleent aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving vanuit zijn sociale/ affectieve relatie die hij met deze persoon heeft. Dit kunnen zowel partners, ouders, familieleden, kinderen, buren zijn;

Niet-professionele zorg: zie informele zorg;

Palliatief: deze term komt van het Latijnse woord ‘pallium’ dat mantel of deken betekent. Palliatief heeft de betekenis gekregen van een verzachtende begeleiding bij het sterven, terwijl de eigenlijke betekenis ‘pijnbestrijding’ is (meer hierover kan u lezen in rubriek ‘4.6 Als het einde nadert’ in de Gids in de Thuiszorg );

Palliatieve zorg: dit is de actieve, continue en totale zorg voor mensen in een vergevorderd stadium van hun ziekte, wanneer genezing niet meer mogelijk is;

Persoon met een chronische ziekte: een persoon die lijdt aan een aandoening die de persoon fysiek en/of psychisch aantast, diagnostisch al dan niet kan vastgesteld worden, een langdurige zorg en/of medische controle kan inhouden, zichtbare en/of onzichtbare beperkingen veroorzaakt, geen zekerheid geeft op geheel of gedeeltelijk herstel, progressief, wisselend of stabiel kan verlopen, al dan niet kan leiden tot een geheel of gedeeltelijk verlies van autonomie, een vermindering van de levenskwaliteit veroorzaakt en ernstige gevolgen heeft op medisch, en/of sociaal, en/of financieel vlak voor de betrokkene en zijn omgeving (Vlaams Patiëntenplatform vzw);

Professionele zorg: zie formele zorg;

Professionele zorgverlener: dit is een persoon die tewerkgesteld is in een organisatie die hulp en diensten aanbiedt;

Thuisverzorger: zie definitie mantelzorger, de term ‘thuisverzorger’ werd vroeger gebruikt door de Werkgroep Thuisverzorgers in plaats van het begrip mantelzorger;

Thuiszorg: het geheel van activiteiten ter ondersteuning van de zelfzorg van de zorgbehoevende persoon in het thuismilieu. Dit betekent dat thuiszorg ook bedoeld is om zwaar zorgbehoevende personen thuis te laten wonen, met hulp van familieleden die al dan niet ondersteund of bijgestaan worden door professionele diensten en/of vrijwilligers;

Verzorgende: dit is de officiële term voor een persoon die hulp- en dienstverlening verstrekt op vlak van persoonsverzorging, huishoudelijke hulpverlening, psychologische ondersteuning en/of algemene (ped)agogische ondersteuning in het natuurlijke thuismilieu van de gebruiker of binnen een residentiële instelling. De vroegere gezinshelp(st)er, familiaal help(st)er of bejaardenhelp(st)er worden nu allemaal verzorgende genoemd;

Zelfzorg: dit is de zorg waarvoor de zorgbehoevende persoon zelf (nog) kan instaan, de beslissingen en acties in het dagelijks leven om te voorzien in de eigen basisbehoeften. In een thuiszorgsituatie is het stimuleren van de zelfzorg, in de mate van het mogelijke, heel belangrijk;

Zorgbehoevende persoon: een persoon die afhankelijk wordt en/of zorg nodig heeft;

Zorgenplan: dit is een zorgcontract tussen de zorgbehoevende persoon, zijn familie en de betrokken hulp- en zorgverleners en vrijwilligers.