Afspraken maken

“Vooraleer mijn vrouw van het ziekenhuis naar huis kwam, ben ik mij gaan informeren. Ik heb gepraat met de dokter, met een dienst voor gezinszorg, met de verpleeg-kundigen en met mijn kinderen. Ik woonde ook een informatieavond rond thuiszorg bij. Tenslotte heb ik met alle hulpverleners samen een zorgplan opgesteld: mijn vrouw kan twee dagen per week naar het dagcentrum, op dinsdag- en donderdagvoormiddag komt de verzorgende van een dienst voor gezinszorg en op alle overige dagen krijg ik hulp van mijn kinderen. Toen ze naar huis kwam, verliep alles volgens plan.”


1. Waarom zijn afspraken zo belangrijk?

Thuiszorg is totaalzorg en dus een hele opgave. Niet zelden komt het grootste gedeelte van de zorg terecht op de schouders van één persoon, de centrale mantelzorger, maar in het ideale geval betekent thuiszorg teamwerk. Verschillende mensen zijn op verschillende wijze betrok-ken bij de zorgsituatie: omdat ze een affectieve band hebben met de zorgbehoevende persoon, omdat ze deel uitmaken van het team van professionele verzorgers, omdat ze financiële belanghebbenden zijn,… Samen-werking is dus noodzakelijk en een goede samenwerking kan alleen maar als er goede afspraken worden gemaakt. Wanneer de thuiszorg goed georganiseerd is en iedereen weet wat van hem verwacht wordt, dan zal de thuiszorg ongetwijfeld gemakkelijker verlopen.

Goede afspraken zijn nodig om verwarring, misverstanden en conflicten te voorkomen. Er mag nog zoveel ‘goede wil’ en ‘inzet’ zijn, wanneer deze niet in goede banen worden geleid en ‘gestroomlijnd’, kunnen er veel goedbedoelde hulp en energie verloren gaan. Wanneer een buurvrouw zegt dat ze ‘af en toe eens zal inspringen’, is dit prettig, maar niet duidelijk. Het zou best wel eens kunnen dat de buurvrouw dan op een ongepast moment ‘inspringt’ en ‘in de weg loopt’, terwijl haar hulp op andere momenten veel beter van pas zou komen. Afspraken maken duidelijk wie wat doet en wanneer. Daardoor vermijdt u verwachtingen die niet worden ingevuld en de teleurstelling en ergernis die daarmee gepaard gaan. Wanneer u er bijvoorbeeld van uitgaat dat uw dochter u zal helpen wanneer dat nodig is en zij doet dit niet, dan kan dit tot ernstige spanningen leiden. Als uw dochter u duidelijk maakt dat zij niet in de mogelijkheid is of er niets voor voelt om u te helpen, dan kan dit pijnlijk zijn, maar dan weet u tenminste dat u op haar niet kan rekenen en wordt u niet steeds opnieuw teleurgesteld.

Duidelijke afspraken geven een gevoel van veiligheid en zekerheid voor uzelf, de andere betrokkenen en niet in het minst voor de zorgbehoevende persoon zelf.


2. Waarover dienen afspraken te worden gemaakt?

Opdat de thuiszorg zo goed mogelijk zou verlopen, is het belangrijk dat alle verschillende aspecten in de thuiszorg nauwkeurig in het oog worden gehouden.

Op de eerste plaats dienen afspraken te worden gemaakt over de zorgbehoevende persoon zelf. Wat houdt de verzorging juist in? Hoeveel hulp is daarvoor nodig en hoe kan die het best georganiseerd worden?

Met alle goede bedoelingen die we hebben voor de zorgbehoevende persoon mogen we echter niet uit het oog verliezen dat zijn zorgbehoevendheid maar één deel uitmaakt van zijn leven, dat de persoon een individu is met eigen behoeften, verlangens en noden die veel verder strekken dan alleen maar ‘goed verzorgd worden’. Er dienen dus afspraken gemaakt te worden opdat de zorg-behoevende persoon zich in geen enkel opzicht beknot zou voelen: heeft hij voldoende ruimte voor eigen hobby’s en interesses, om eigen vrienden te ontvangen, heeft hij voldoende ruimte om zichzelf te zijn? En hoe kunnen deze behoeften het best ingepast worden in de zorgsituatie en in de mogelijkheden en behoeften van het gezin waarin hij eventueel is opgenomen?

Een tweede groep afspraken betreft het gezinsleven van de mantelzorger. Of de zorgbehoevende persoon nu in het eigen gezin wordt opgenomen of niet, dit zal in elk geval gevolgen hebben voor het gezin van de mantelzorger (bijv. in het geval van een ouder). Misschien moeten de huis-houdelijke taken herverdeeld worden, zodat de mantel-zorger voldoende tijd en energie heeft voor de zorg. Er moeten wellicht ook afspraken gemaakt worden met betrekking tot de kwaliteit van het gezinsleven en de privacy. Deze privacy staat zeker op het spel wanneer de zorgbehoevende persoon inwoont bij de mantelzorger en zijn gezin. De kans dat er dan geregeld buitenstaanders over de vloer komen, is zeer groot, en nog groter is de kans dat de gezinsleden ‘vergeten’ om nog voldoende tijd voor elkaar te maken omdat ze zo in beslag genomen worden door de zorg. Maar ook wanneer de zorgbe-hoevende persoon niet in het huis van de verzorger woont, kan dit zijn invloed hebben op het gezinsleven. Denk maar aan de situatie waarbij één van de partners regelmatig gaat inslapen bij een zorgbehoevende ouder.

Tenslotte dienen er belangrijke afspraken gemaakt te worden op financieel vlak (zie hoofdstuk 6).


3. Met wie maakt u afspraken?

In de eerste plaats maakt u afspraken met de zorgbe-hoevende persoon. Vaak is deze voor heel veel dagda-gelijkse dingen afhankelijk van vele verzorgers. Duidelijke afspraken maken met de zorgbehoevende persoon, hem betrekken bij het hele gebeuren, is de enige manier waarop u hem ook werkelijk als individu respecteert. Bovendien verleent het feit dat de zorgbehoevende per-soon inspraak heeft in het hele gebeuren hem ook autonomie. Zelfs al kan hij niet meer volledig voor zichzelf zorgen, hij kan nog steeds beslissen hoe en door wie voor hem wordt gezorgd. Het is dan evident dat de zorgbe-hoevende persoon op de hoogte moet worden gebracht van alle afspraken die met de andere partijen zijn ge-maakt.

Een zorgbehoevende persoon is in de eerste plaats een mens met wensen, ideeën en verwachtingen. Daarnaast heeft hij ook zorgen nodig. Het is niet altijd makkelijk om uit te zoeken wat hij wil, zeker niet wanneer de zorgbehoevende persoon bijvoorbeeld moeilijk of niet kan praten. Toch is het belangrijk dat we de mens achter de zorgbehoevende persoon niet vergeten. Of zoals de man, die zijn demente vrouw verzorgt, zich afvroeg: ‘Hebben wij het recht wel om over een ander te beslissen? Ik weet het niet.’ Proberen aan te voelen wat de zorgbehoevende persoon wenst of verwacht, is de boodschap.

Mijnheer Schueren is altijd een succesvol zakenman geweest. Zijn beroep bracht met zich mee dat je hem nooit zonder das of kostuum zag. Zelfs wanneer hij thuis was, droeg hij een net overhemd. Hij had een hekel aan trainingspakken of t-shirts. Nu hij verlamd is en niet meer kan praten, zorgt zijn dochter voor hem. Uit respect voor haar vader doet zij hem nog dagelijks een overhemd aan. Hij zou het niet anders gedaan hebben.

Op de tweede plaats moeten er afspraken worden gemaakt met de familie van de zorgbehoevende persoon (de partner, kinderen, broers en zussen,…): in welke mate stemmen zij in met de thuiszorg en willen ze zich er voor inzetten. Er moeten vooral duidelijke afspraken worden gemaakt in het gezin van de mantelzorger(s), zowel wanneer de zorgbehoevende persoon er komt inwonen (of reeds woont), als wanneer hij zelfstandig woont. Met de gezinsleden moet er om te beginnen worden afgesproken in welke mate ze de zorg op zich zullen nemen. Daarnaast moeten ze afspreken hoe de huishoudelijke taken worden herverdeeld en of er nieuwe huisregels moeten worden ingevoerd. Tenslotte, en niet te verwaarlozen, moet er gepraat worden over zaken die het gezinsleven als dusdanig aangaan. Zullen we genoeg tijd voor elkaar over hebben? Zal moeder, nu ze voor oma moet zorgen, nog tijd hebben om de kinderen te helpen bij het huiswerk? Heeft iedereen nog voldoende privacy? Moet het huis worden aangepast?

Denk eraan dat de inspanningen van beide kanten zullen moeten komen. Het kan niet goed zijn dat een gezin zich volledig en onvoorwaardelijk aanpast aan de behoeften van de zorgbehoevende persoon. Ook van de zorgbehoevende persoon mogen aanpas-singen verwacht worden. Elke verandering in een gezinsleven vergt van ieder gezinslid een beetje geven en nemen.

In de derde plaats moeten er ook met het verzorgend team (de professionele hulpverleners) klare en duidelijke afspraken worden gemaakt. Hierbij kan een zorgenplan een belangrijk instrument zijn (zie hoofdstuk 7 ‘Samenwerkingsinitiatieven in de Thuiszorg’).

Tenslotte maakt u afspraken met de naaste omgeving: andere familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers, kennis-sen,… Ook zij kunnen u helpen bij de thuiszorg, al is het maar door de uren te respecteren waarop een bezoek het best past en niet past. Een bezoek brengen, eens telefoneren, de zorgbehoevende persoon (of de mantel-zorger) mee uitnemen enzovoort kunnen allemaal bij-dragen tot het welzijn van de zorgbehoevende persoon en de mantelzorger, wanneer het op het juiste moment gebeurt.

Ook met vrienden zijn afspraken belangrijk. Zelfs al zorgen zij niet letterlijk voor uw vader, zus, partner,… het kan uw thuiszorgsituatie vereenvoudigen wanneer zij bijvoorbeeld rekening houden met het feit dat u zich nooit onverwacht kan vrijmaken.


4. Wanneer maakt u afspraken?

Het is belangrijk dat u op tijd afspraken maakt, liefst nog voor u aan de thuiszorg begint, bijvoorbeeld wanneer de zorgbehoevende persoon nog in het ziekenhuis is (al is dit natuurlijk niet altijd mogelijk). Nadat u verkend heeft wat u ter beschikking heeft voor de thuiszorg, wie er kan mee-helpen en op welke diensten u een beroep kan doen, kan u het best alle betrokkenen, het ‘verzorgend team’ en eventueel andere familieleden, rond de tafel brengen om een concreet takenplan op te stellen (zie ook hoofdstuk 3 ‘Beginnen met thuiszorg’). Wat de zorgverlening betreft, kan u gebruik maken van een zorgenplan waarop staat aangeduid wie wanneer welke zorg verstrekt. Ook de financiële afspraken maakt u het best zo snel mogelijk.

Een beetje vooruit denken kan geen kwaad. Maak ook afspraken voor de toekomst. Misschien heeft de zorg-behoevende persoon nu nog geen hulp nodig bij het wassen en aankleden, maar het geeft een veilig gevoel daaromtrent afspraken te hebben wanneer het wel zover komt. Misschien heeft u als mantelzorger vandaag nog geen hulp nodig bij de zorg voor de zorgbehoevende persoon of wil u het graag nog allemaal zelf doen, maar ook dan geldt dezelfde redenering.

Wees ook soepel in afspraken. Met ‘soepel’ bedoelen we niet ‘nonchalant’. Afspraken moeten immers stipt nage-leefd worden. Maar wanneer de zorgsituatie verandert of wanneer afspraken in de praktijk niet zo goed blijken te werken, moet u soepel genoeg zijn om veranderingen in te voeren. Uiteraard overlegt u daarover met alle betrokkenen en zorgt u ervoor dat iedereen op de hoogte is van de veranderingen.

Het kan juist daarom interessant zijn om op geregelde tijdstippen met alle betrokkenen opnieuw rond de tafel te gaan zitten om, bij een kop koffie, de zorgsituatie en het takenpakket opnieuw te evalueren en de afspraken even-tueel aan te passen.


5. Hoe maakt u afspraken?

  1. Iedereen die bij de hulp betrokken is (de mantel-zorger, familieleden, vrienden, vrijwilligers, professio-nele hulpverleners, de huisarts enzovoort) moet zijn inbreng doen. Breng ze allemaal samen rond de tafel om de zorgsituatie te bespreken. Ieder maakt voor zichzelf uit in hoeverre hij zich in thuiszorg wil en-gageren. Opdat alles naar wens zou verlopen, is het belangrijk dat de afspraken zo concreet en zo precies mogelijk zijn. Bovendien moeten ze zó ge-maakt worden dat iedereen zich gehoord en erkend weet en dat niemand zich tot iets gedwongen voelt.
  2. Wanneer er afspraken worden gemaakt, zorg ervoor dat deze duidelijk en erg concreet zijn. Er mag geen twijfel meer bestaan over wat er precies bedoeld wordt. De volgende elementen moeten in de afspraak vervat zijn:
    • Wie voert een bepaalde taak uit?
    • Wat is de specifieke taakomschrijving?
    • Wat is daarvoor nodig (materiaal, tijd,…)?
    • Op welk(e) moment(en) wordt de taak uitge-voerd?
    • Welke vergoeding is hier eventueel voor voorzien? (zie hoofdstuk 6 ‘Financiële afspraken’)

  3. oms kan het zinvol zijn om aan een buitenstaander te vragen om het afspraken maken te begeleiden. Het is dan best iemand die de thuiszorgwereld een beetje kent en de situatie objectief kan inschatten. Zo iemand kan makkelijker vragen stellen, voorstellen doen, problemen signaleren. Indien er in uw omgeving een zorgbemiddelaar werkzaam is (zie hoofdstuk 7 ‘Samenwerkingsinitiatieven in de Thuiszorg’), dan kan hij deze taak op zich nemen. Een maatschappelijk werker van het OCMW of zieken-fonds kan hierbij ook behulpzaam zijn.
  4. Om problemen te vermijden, zet u alles best op papier. Ook voor de praktische organisatie van de zorg is dit handig. Alle afspraken kunnen verwerkt worden in een zorgenplan of communicatieschrift. Op deze manier wordt alles beter op elkaar afgestemd en kan u op een eenvoudige wijze nagaan of iedereen zijn taak nakomt. De Samenwerkingsini-tiatieven in de Thuiszorg (de SIT’s – zie hoofdstuk 7) hanteren hun eigen zorgenplannen, maar u kan hier zelf ook creatief in zijn.