Financiële afspraken

Goede financiële afspraken in de thuiszorg zijn noodzakelijk en zijn gebaseerd op een open en eerlijke communicatie met respect voor de rechten en plichten van iedereen: zeggen wat u wil, luisteren naar anderen en begrip opbrengen voor elkaars (verschillende) meningen.

Maar misschien weet u niet waar u moet beginnen. Misschien denkt u dat ‘zo’n officieel gedoe’ in uw familie niet hoeft.

Regel uw financiële afspraken vandaag nog, indien mogelijk met de zorgbehoevende persoon zelf in een ondertekend contract, dan heeft u vanaf morgen zekerheid.

Enkele praktische richtlijnen om tot goede afspraken te komen:

  1. Financiële regelingen zijn verschillend wanneer het gaat omtrent de zorg voor een eigen kind, partner, buur, vriend of ouders. Vooral bij ouders in een zorgsituatie zijn financiële afspraken vereist als gevolg van het erfenisrecht.
  2. Denk eraan dat broers en zussen steeds recht hebben op een gelijk deel van de nalatenschap.
  3. Bespreek de wijze waarop u de zorg financieel wenst aan te pakken met alle betrokkenen (broers, zussen, ouders,…).
  4. Eerlijk zijn tegenover uzelf en alle anderen, is de boodschap. Wenst u als mantelzorger vergoed te worden, kom daar dan ook voor uit. Vraag aan alle andere betrokkenen hetzelfde te doen.
  5. Wees ook duidelijk betreffende uw financiële regelingen. Om alle discussies te vermijden houdt u best een boekhouding bij van uw inkomsten en uitgaven met betrekking tot de thuiszorg. Hou ze steeds ter inzage voor al deze (erfgenamen) die hier recht op hebben.
  6. Voor een eerste advies kan u steeds gratis terecht bij een notaris. Hij kan ook aan huis of in het ziekenhuis komen als de zorgbehoevende persoon stervende is.
  7. Praten over geld is niet altijd even makkelijk. Niet zelden leiden dergelijke gesprekken tot ruzies waarbij men elkaar verwijt een ‘profiteur’ te zijn. Wil u dit vermijden, dan kan u een derde bij het overleg betrekken. Deze ‘neutrale’ persoon kan dan waken over de goede gang van zaken. U kan hiervoor een beroep doen op een maatschappelijk werker, een zorgbemiddelaar, een vrederechter, een juridische instantie,… Belangrijk is dat deze persoon deskundig is in juridische zaken en begaan met de thuiszorg.
  8. Waar communicatie niet meer mogelijk is, kan u de gerechtelijke weg volgen.


Wie heeft het beslissingsrecht? Door wie en met wie worden de afspraken gemaakt?

Wanneer het om financiële afspraken gaat, kunnen we het best een onderscheid maken tussen wie het financiële beslissingsrecht heeft en wie er bij de afspraken kan en moet betrokken worden.

In grote lijnen kunnen we een onderscheid maken tussen situaties waarbij de zorgbehoevende persoon zelf in staat is en verlangt om zijn of haar financiën te beheren en de situatie waarbij de zorgbehoevende persoon hiertoe niet meer in staat is.

In het eerste geval heeft de zorgbehoevende persoon zelf en alleen het beslissingsrecht over de financiële schikkingen. Een uitzondering hierbij is wanneer het gaat om huwelijkspartners: in dat geval heeft de echtgeno(o)t(e), afhankelijk van het soort huwelijkscontract, het beslissingsrecht.

In het tweede geval, wanneer de zorgbehoevende persoon niet meer in staat is om zijn financiën zelf te beheren, wordt dit beheer aan anderen overgelaten en dienen er afspraken gemaakt te worden met alle betrokkenen (meer over bewindvoering). We overlopen de verschillende situaties. Naargelang de situatie moeten immers andere partners bij de financiële afspraken betrokken worden.


De zorgbehoevende persoon is een inwonende ouder

Moeder is 86, woont in bij dochter An en wil haar vergoeden voor alle goede zorgen, kost en inwoon. Moeder, die nog zeer goed weet wat ze doet, beslist om An elke maand €500,00 uit te betalen. Broer Jos vindt dit nogal overdreven, maar heeft in deze zaak geen zeggenschap. Moeder die de ergernis van Jos voelt, roept haar beide kinderen bij zich en legt haar beslissing uit. Wanneer Jos de boekhouding van An kan inzien, merkt hij pas hoe duur thuiszorg is. Hij maakt dan ook geen problemen meer over die €500,00.

Wanneer de zorgbehoevende persoon over voldoende geestelijke vermogens beschikt, dan moet er uiteraard eerst met hem gesproken worden. Want hoe de situatie ook is, hoeveel zorg u ook aan hem besteedt, uiteindelijk is een volwassene vrij om zijn geld te besteden.

Zelfs als er geen problemen lijken te rijzen, zoals in de hierboven beschreven situatie waarbij moeder zelf beslissingen neemt, dan nog blijft het verstandig om financiële afspraken op papier te zetten. Moeder en dochter ondertekenen de overeenkomst en broer Jos krijgt een kopie toegestuurd. Zo wordt hij betrokken bij de thuiszorg en blijft hij geïnformeerd. Het is bovendien een goede manier om latere twistpunten te voorkomen.

Wil u graag vergoed worden voor de zorg die u aan uw ouder besteedt, maar lijkt moeder of vader daar geen aanstalten toe te maken, dan kan u zelf met uw ouder een gesprek daarover aangaan. U kan ook broers en zussen contacteren om hun mening te vragen omtrent dit probleem. Een constructief gesprek met hen en met de ouder kan misschien een oplossing bieden.

Elkes vader kreeg een hartaanval en zal bij Elke komen wonen. Zij had een job als boekhoudster maar nam tijdkrediet om haar vader thuis te kunnen verzorgen. Zij ontvangt hiervoor een officiële premie, maar heeft uiteraard loonverlies. Zij roept haar broers en zussen samen en vraagt hen of ze akkoord gaan met een vergoeding. Daarna bespreken ze hoeveel die mag bedragen en hoe de uitbetaling geregeld zal worden.

Ook hier geldt echter dat alleen de ouder het beslissingsrecht heeft over wat er met zijn of haar geld gebeurt. Het gebeurt wel eens dat ouders het als vanzelfsprekend ervaren dat hun kinderen voor hen zorgen; ze vinden dat de andere kinderen worden benadeeld indien ze het kind dat voor hen zorgt daarvoor vergoeden.

De vader van Jos, Griet en Herman is zorgbehoevend geworden, maar wil nog zelfstandig blijven wonen. Het gezin van Jos, dat naast hem woont, neemt de zorg voor vader op zich. Die zorg is zo belastend voor het gezin dat de vrouw van Jos die voltijds werkte, beslist om halftijds te gaan werken. Van een financiële regeling voor de goede zorgen wil vader niet weten: hij vindt het maar normaal dat kinderen voor hun ouders zorgen en wil zijn andere kinderen, Griet en Herman, niet benadelen.

Kinderen krijgen zeggenschap wanneer de ouder in kwestie niet meer kan beslissen over geldzaken, zij zijn immers allen erfgenamen. In dat geval kan de dochter niet zomaar zeggen: ‘Ik wil elke maand €500,00.’ Zij zal dit moeten verantwoorden en bespreken met haar broers en zussen en andere erfgenamen (bijvoorbeeld kinderen van overleden broers en zussen). Hierbij is het belangrijk dat alle betrokken partijen inzien dat aan thuiszorg bepaalde kosten verbonden zijn.

Een goede financiële regeling vermijdt dat de thuiszorgsituatie gaat doorwegen op het budget van het gezin waar de ouder inwoont. De centrale mantelzorger mag geenszins “verarmen” tegenover de andere broers en zussen (erfgenamen).

Financiële afspraken, ook wat betreft de huisvesting na het overlijden van de zorgbehoevende persoon, worden best vooraf vastgelegd bij de notaris. Dit is vooral nodig wanneer volwassen kinderen (alleenstaanden of een gezin) in het huis wonen van de persoon (ouders) die overleden is.


De zorgbehoevende persoon is een zelfstandig wonende ouder

Wanneer de zorgbehoevende persoon niet inwoont bij één van de kinderen, gaat één van de kinderen meestal éénmaal of meermaals per dag of per week langs, of er is een beurtrol met de andere broers en zussen. De één neemt de was mee naar huis, de ander gaat op zaterdag naar de markt om boodschappen te doen en komt op woensdag poetsen enzovoort.

In deze situatie is het uitgangspunt hetzelfde als voor inwonende ouders: een volwassene heeft beslissingsrecht over wat met zijn geld gebeurt. Wanneer beide ouders nog leven en één van hen zorg nodig heeft, dan heeft de echtgeno(o)t(e) mede het beslissingsrecht.

Wanneer moeder of vader de ‘helpende handen ‘ wenst te vergoeden, dan kan dit perfect. Laat één van de kinderen die wens horen, dan zal er met de zorgbehoevende ouder gepraat moeten worden. Kinderen kunnen een vergoeding vragen voor de zorg voor hun ouders, maar het is de ouder zelf die erover beslist.

In het geval dat de zelfstandig wonende ouder niet meer in staat is om zelf de financiële beslissingen te nemen, dan gelden dezelfde regels als voor inwonende ouders die niet meer zelf kunnen beslissen.


De zorgbehoevende persoon is uw partner

Anna is dementerend. Haar man Frans zorgt voor haar. Hun drie kinderen helpen de thuiszorg waar te maken. Wanneer zij een vergoeding wensen, dienen zij dat aan hun vader voor te leggen. Frans besluit hen alle drie maandelijks een bedrag over te maken.

Het beslissingsrecht over de financiële regeling blijft voorbehouden aan de zorgbehoevende persoon en aan zijn huwelijkspartner. Naargelang het huwelijkscontract, dat al dan niet een gemeenschap van goederen inhoudt, heeft de partner evenveel beslissingsrecht. Gedurende het huwelijk hebben partners in principe steeds overleg in verband met uitgaven en bestedingen. Deze financiële afspraken tussen twee partners blijven ook in thuiszorgsituaties nodig. Wel stellen we vast dat, wanneer één van beide partners zwaar zorgbehoevend is of wordt, de financiële verrichtingen en beslissingen vaak geheel op de schouders van de gezonde partner terechtkomen. Dit is zeker het geval wanneer de zorgbehoevende persoon, zoals in het beschreven geval, zelf niet meer in staat is om beslissingen te nemen.


De zorgbehoevende persoon is een kind

Aangezien minderjarige kinderen geen eigen inkomen hebben, zijn het de ouders die over de financiën beschikken en die daarover het beslissingsrecht hebben. Vaak is de vraag hier: ‘Hoe krijgen wij alles betaald?’. De verhoogde kinderbijslag is zeker niet voldoende om de extra kosten verbonden met thuiszorg te dekken. Ouders van kinderen in thuiszorg zullen dus goede afspraken met elkaar moeten maken over hun geldbesteding in functie van de thuiszorg.

Een volwassen kind dat zorg nodig heeft, maar bekwaam is om zijn financiële middelen te beheren, heeft zelf het beslissingsrecht over zijn financiële middelen. Dit blijft zo wanneer deze volwassene bij zijn ouders inwoont.

Bij een volwassen kind dat onbekwaam is om zelf financiële beslissingen te nemen, kan u zelf als bewindvoerder voor uw kind optreden of dient er een bewindvoerder van buitenaf te worden aanesteld (meer over bewindvoering).


De zorgbehoevende persoon is een broer of een zus

In deze situatie gelden min of meer dezelfde regels als voor zorgbehoevende ouders. Alleen de volwassen broer of zus heeft beslissingsrecht wanneer hij of zij daartoe nog bekwaam is.

Is uw broer of zus niet bekwaam, dan zullen één of meerdere bewindvoerders moeten worden aangesteld.


De zorgbehoevende persoon is geen familie

Verzorgt u een vriend of een vriendin, dan geldt opnieuw dat deze volwassene alleen beslissingsrecht heeft. Wordt u vergoed voor uw zorgen, dan dient een schriftelijke overeenkomst te worden opgesteld. Voor vergoedingen tussen nietfamilieleden informeert u zich best bij een notaris (zie hoofdstuk 7).

Financiële afspraken blijven niet beperkt tot familieleden. Ook de buurman, een vriendin of een vrijwilliger die meehelpt, is een betrokkene in de thuiszorg. Ook met hen dient besproken te worden of ze al of niet vergoed zullen worden, hoeveel en op welke manier.


Wanneer legt u afspraken vast?

Financiële afspraken maakt u het best tijdig. Wanneer de zorgbehoevende persoon langzaam maar zeker meer zorg nodig heeft, kan u op voorhand reeds een aantal zaken voorzien en regelen.

Wanneer u van de ene dag op de andere in thuiszorg terechtkomt, dient u zo snel mogelijk afspraken te maken.

Afspraken dienen ook regelmatig en volgens de noodwendigheden herzien te worden.

Over speciaal zware uitgaven dienen op voorhand afspraken te worden gemaakt. Wie eerst kosten maakt en dan pas overlegt met alle betrokkenen, loopt veel meer risico dat hij zelf voor de kosten zal moeten instaan dan degene die eerst overlegt en dan pas geld uitgeeft.

Veel familieleden hopen op een voordelige erfenis als beloning voor hun zorgen. Vaak is dit niet zo omdat er geen regeling vooraf werd gemaakt. Daarom is het belangrijk afspraken te maken voor de zorg aanvangt. Hierdoor kunnen zware conflicten binnen de familie vermeden worden.

De premie van de Vlaamse Zorgverzekering is bedoeld als vergoeding voor de niet-medische kosten, zoals de mantelzorg. Vooraf wordt er best afgesproken wat er met de premie gebeurt. De premie kan gebruikt worden voor diensten en verzorgingsmateriaal te betalen ofwel doorgespeeld worden naar de mantelzorger.

U moet uw wagen laten aanpassen voor de rolstoel van uw broer. U vroeg een tussenkomst bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap aan, maar er blijft nog een grote som zelf te betalen. Het forfait dat u volgens de schriftelijke overeenkomst ontvangt, is bedoeld voor gewone medische uitgaven, kost en inwoon. Het spreekt voor zich dat de bijkomende kosten voor de aanpassing van de wagen vooraf moeten worden besproken.


De afspraken vastleggen

Jeanine krijgt elke maand €250,00 als vaste vergoeding en de kosten terugbetaald. Dat zal door overschrijving gebeuren van vaders rekening naar de rekening van Jeanine vóór de vijfde van elke maand. Het is broer Patrick aan wie Jeanine haar kostennota voorlegt en die de overschrijving regelt.

  • Duidelijk en volledig: Afspraken maakt u zo concreet mogelijk, zodat interpretaties of misverstanden uitgesloten zijn. Een concrete afspraak vermeldt niet alleen wie betaald wordt en hoeveel, maar ook wanneer (vb. telkens voor de vijfde van elke maand) en op welke wijze (vb. contant, door middel van een overschrijving of permanente opdracht) en door wie het geld wordt overgedragen (vb. de zorgbehoevende persoon of één van de kinderen).
  • Op papier: U zet bovendien alles op papier, met een datum en met de nodige handtekeningen. Elk geschreven document is rechtsgeldig. Wil u absolute zekerheid dat uw overeenkomst geldig is, dan laat u die bij de gemeente of bij een notaris registreren.
  • Buitenstaander: Het is raadzaam om de familiale bijeenkomsten te laten bijwonen door een derde, die de wereld van de thuiszorg wat kent, zeker wanneer er onenigheid is of dreigt. Deze ‘neutrale persoon’ kijkt objectiever tegen de zaak aan, kan makkelijker vragen stellen, kan als buitenstaander het gesprek leiden, kan conclusies en/of voorstellen aanreiken.
  • Modellen van financiële overeenkomsten: Financiële overeenkomsten inzake thuiszorg kunnen onderhands gesloten worden: de betrokken partijen maken dan onderling afspraken die op papier worden vastgelegd. Een andere mogelijkheid is het opstellen van een notariële akte. De notaris treedt dan op als onafhankelijke derde partij. Het voordeel hierbij is dat het om een authentieke akte gaat die van rechtswege uitvoerbaar is. De Werkgroep Thuisverzorgers vzw beschikt over modellen van financiële overeenkomsten.


Waarover maakt u financiële afspraken?

We maken afspraken omtrent vier soorten kosten: de kosten verbonden aan de zorg, de huisvestingskosten, de persoonlijke kosten en de vergoeding van de mantelzorger, eventueel met opportuniteitskosten. Dat zijn de kosten verbonden aan het loonverlies omdat iemand zijn job geheel of gedeeltelijk opgeeft om thuiszorg op zich te nemen.

Sommige van deze kosten zullen duidelijk te bepalen zijn: wat u betaalt bij de dokter, hoeveel u betaalt voor medicatie, voor de gezinszorg,… Dit zijn exact te bepalen kosten.

Andere kosten zal u slechts bij benadering kunnen bepalen: het verbruik van extra water, gas en elektriciteit bij een inwonende zorgbehoevende persoon, extra machines was,… Dit zijn de geschatte kosten.

Tenslotte kan de tijd en energie van de mantelzorger vergoed worden. We spreken van een vergoeding voor de mantelzorger.


Kosten verbonden aan de zorg

Moeder heeft medicatie nodig. Moeder betaalt deze kosten zelf. Indien u die voorschiet, kan u aan moeder vragen u de kosten terug te betalen.

U doet de was voor uw vader die nog zelfstandig woont. U heeft gemiddeld twee machines per week. Daarvoor mag u een kostenvergoeding ontvangen van vader.

Uw broer moet voor chemotherapie regelmatig naar het ziekenhuis gebracht worden. Omdat zijn echtgenote niet kan rijden, stelt u voor dat u deze taak op u neemt. Uw broer kan met u een vergoeding afspreken.

Niet diegene die de kosten maakt, maar diegene voor wie de kosten worden gemaakt, betaalt. In het voorbeeld is het dus niet de dochter die de kosten van de medicatie moet dragen, maar wel moeder, aangezien de medicatie voor haar bedoeld is.

Sommige kosten verbonden aan de zorg, zullen dus exact te bepalen zijn. Andere zal u moeten schatten aan de hand van realistische criteria. Voor één machine was bijvoorbeeld kan u zich baseren op de prijzen van een wasserette. Vervoerskosten kan u berekenen aan de hand van een prijs per kilometer of u kan zich baseren op de prijzen van de ambulance, de taxi of het openbaar vervoer. Moet uw wagen worden aangepast aan bijvoorbeeld een rolstoelgebruiker of méér nog, moet u een nieuwe wagen aankopen om de rolstoel te kunnen vervoeren, dan kunnen ook hierover afspraken worden gemaakt.

Alle kosten die u maakt, moet u kunnen verantwoorden en bewijzen. Hou alle rekeningetjes en facturen dus goed bij. Vraag ernaar wanneer u ze in de winkel, bij de apotheker,… niet automatisch krijgt.


Huisvestingskosten

Ook deze kosten kunnen aan de inwonende zorgbehoevende persoon worden aangerekend. De zorgbehoevende persoon gebruikt immers één of meerdere kamers, er is extra verbruik van water, gas en elektriciteit enzovoort. Voor het verbruik kan u een verdeelsleutel hanteren, bijvoorbeeld een percentage van de totale rekening of een verdeelsleutel afhankelijk van het aantal vierkante meters gebruikt door de zorgbehoevende persoon.

Eventueel kan u hetzelfde doen voor het gebruik van een kamer en de gemeenschappelijke ruimtes, voor het gebruik van radio en TV enzovoort.

Indien er woningaanpassingen moeten gebeuren, kunnen de kosten, zelfs als u een premie krijgt, nog hoog oplopen. Het is mogelijk dat de financiële middelen van de zorgbehoevende persoon te beperkt zijn om deze zware extra uitgaven te dekken. Bespreek dit op voorhand met alle betrokkenen, eventueel aan de hand van een bestek dat werd opgemaakt. Wie komt tussen en voor hoeveel?

Indien de mantelzorger bij de zorgbehoevende persoon inwoont, kunnen er ook afspraken gemaakt worden rond de huisvestingskosten.


Persoonlijke kosten

Kledij, boeken, een wekelijks tijdschrift, hobbymateriaal, het vervoer naar en van de kaartclub… zijn persoonlijke uitgaven. Deze kosten zijn over het algemeen exact te bepalen. Kan dat niet, dan dient u opnieuw criteria te bepalen om de kostprijs te kunnen schatten.


Vergoeding voor de thuisverzorger

De tante van Geert, Veerle en Leen woont nog zelfstandig, maar wordt meer en meer zorgbehoevend. Zij hebben met hun drieën een beurtrolsysteem uitgewerkt. Omdat het aantal uren zorg dat zij aan tante besteden van week tot week verschilt, besloten zij in overleg met tante hun uren te noteren in het dagboek dat bij tante ligt. Op het einde van de maand worden de uren per persoon uitgerekend en betaald aan €6,70 per uur (bedrag op 20 november 2004). Zij baseerden zich hiervoor op het uurloon dat gebruikelijk is in het systeem van de dienstencheques.

De vele uren tijd en energie die de mantelzorger spendeert aan de zorgtaak en zelfs de opportuniteitskosten kunnen vergoed worden. Hierover worden de meeste discussies gevoerd. De tijd en de energie die iemand aan thuiszorg besteedt, zijn immers veel moeilijker te meten dan bijvoorbeeld de kosten van een doktersvisite of de elektriciteitsrekening.

Er is tussen generaties en tussen gezonde en zieke mensen een zekere graad van solidariteit te verwachten. Niet elke handeling, niet elke inspanning die wij doen voor een ander moet beloond of betaald worden. Eenmaal per week soep koken voor uw eigen gezin en daarvan een deel naar moeder brengen is een vorm van solidariteit. Voor de buurman boodschappen meedoen is een vorm van solidariteit. De gewone dagelijkse zorg voor elkaar noemen wij geen mantelzorg.

Toch zijn er aan deze solidariteit grenzen. Een dementerende vrouw in uw huis opnemen is bijvoorbeeld van een heel andere orde dan boodschappen doen voor uw buurman. Voor iemand zorgen gedurende een lange periode en zeer intens is niet vanzelfsprekend en mag beloond en vergoed worden.

Als alle betrokkenen ermee akkoord gaan om de mantelzorger te vergoeden, rijst onmiddellijk de vraag: hoeveel? Er is echter geen vast bedrag te bepalen. Elke thuiszorgsituatie is immers verschillend. Bepaal, zoals gezegd, criteria om het bedrag van de vergoeding vast te stellen. Hier kan u met de volgende elementen rekening houden:

  • Hoeveel uren extra werk eist de thuiszorg op?
  • Hoe intensief is dit werk?
  • Hoeveel zou u betalen indien u hiervoor de hulp van een professionele hulpverlener zou inroepen?
  • Lijdt de mantelzorger loonverlies?
  • Kan u een vergoeding, bijvoorbeeld gebaseerd op het loon van een verzorgende, vragen?

Een vergoeding voor diegenen die de zorg op zich nemen van de zieke, bejaarde of persoon met een handicap is geen overbodige luxe. Stel dit, als mantelzorger, echter VOORAF duidelijk want na het overlijden een vergoeding eisen is moeilijk. Men stelt immers bij de rechtbank dat zij die bereid waren zich uit naastenliefde op te offeren, nadien hun mening niet meer moeten herzien.


Welk financieringssysteem gebruikt u?

We geven drie mogelijke manieren om de financiën te regelen. Elk van deze systemen heeft zijn voor- en nadelen. Kies het systeem dat het best bij de situatie en bij uw persoon past. Hoe complex is de zorgsituatie? Houdt u alles nauwkeurig bij of houdt u niet van veel administratieve rompslomp? Hoeveel tijd kan u besteden aan de financiële administratie? In welke mate is het voor de andere betrokkenen belangrijk dat zij over zeer exacte cijfers beschikken? Is het voor de betrokkenen van belang dat het budget op voorhand zeer precies geraamd kan worden? …

Het heeft bijvoorbeeld niet veel zin om op voorhand af te spreken dat u alle gemaakte kosten apart berekent, wanneer u van uzelf weet dat u niet goed bent in het bijhouden van uren, rekeningetjes,… Anderzijds is het niet verstandig om een forfait te vragen wanneer de uitgaven en kosten enorm kunnen verschillen of snel kunnen veranderen.

Bij elk van deze systemen kunnen extra overeenkomsten gesloten worden. Bijvoorbeeld wie er bijlegt wanneer de financiële middelen van de zorgbehoevende persoon ontoereikend zijn, hoeveel er dan wordt bijgedragen, hoe dat gebeurt enzovoort.


De thuisverzorger ontvangt een forfait

Greet krijgt elke maand €500,00 van haar zus Anke. Anke krijgt in ruil kost en inwoon en Greet staat in voor haar verzorging. Wat Anke overhoudt van haar uitkering, ongeveer €200,00 per maand, spaart ze.

Renate heeft een handicap en woont bij haar zus Fien. In ruil voor de goede zorgen en kost en inwoon, betaalt Renate aan Fien maandelijks €620,00. Fien en Renate kwamen overeen dat persoonlijke uitgaven door Renate zouden worden betaald en niet met de €620,00 die aan Fien wordt gegeven.

De mantelzorger krijgt een vast bedrag, onafhankelijk van het feit of hij nu veel of weinig kosten heeft gemaakt. Bijvoorbeeld: er wordt afgesproken dat een vast deel van het pensioen of het volledige pensioen van de zorgbehoevende persoon naar de mantelzorger gaat. Dit bedrag wordt meestal maandelijks uitbetaald, alhoewel het ook anders kan, bijvoorbeeld wanneer een ouder om de week bij een ander kind inwoont.

Er dient duidelijk te worden omschreven wat de zorgbehoevende persoon van de mantelzorger mag verwachten voor dit bedrag. In de meeste gevallen dekt een forfait alles: kosten verbonden aan de zorg, huisvestingskosten, persoonlijke kosten en een vergoeding voor de mantelzorger. Is dit niet zo, dan moet dit duidelijk omschreven worden.

Hoe hoog het bedrag moet zijn, hangt af van hoe duur uw thuiszorgsituatie is of zal zijn en van de intensiteit van de zorg. Heeft de zorgbehoevende persoon bijvoorbeeld enkel mobiliteitsproblemen, dan zal dit minder energie vragen dan wanneer hij ook moeite heeft met zelfstandig eten, zich kleden of naar het toilet gaan.

We herhalen nog eens dat bij de keuze van het bedrag realistische criteria moeten gehanteerd worden.

Het voordeel van deze formule is dat zowel mantelzorger als zorgbehoevende persoon zeker zijn van de vergoeding, respectievelijk uitgave. Het nadeel is dat het forfait de reële kostprijs van thuiszorg niet elke maand even goed zal benaderen, soms ten nadele van de mantelzorger, soms ten nadele van de zorgbehoevende persoon. Een forfait vangt immers de schommeling in kosten niet op.


De thuisverzorger krijgt alle gemaakte kosten terugbetaald

Mark verzorgt zijn vriend André thuis. Alle rekeningen worden bijgehouden en Mark rekent een deel van de water-, gas- en elektriciteitsrekening door aan André. Ze houden ook bij hoeveel uren Mark ongeveer aan de verzorging van André besteedt. Op het einde van elke maand maken ze samen een afrekening. André betaalt Mark de gemaakte kosten terug via een overschrijving.

Wil u de schommelingen in kosten wél kunnen opvangen, dan kan u werken met terugbetaling van kosten.

Dit doet u aan de hand van facturen en rekeningen of aan de hand van schattingen (wanneer de kosten niet exact te bepalen zijn). Bijvoorbeeld: drie machines was per week, drie rekeningen van de apotheker, één doktersbezoek, een percentage van de elektriciteitsrekening, 15 uren zorg aan €6,20 per uur, een doos wegwerpluiers,…

Om de mantelzorger te kunnen vergoeden worden de kosten van het aantal uren zorg berekend.

Het voordeel van deze werkwijze is dat er niet te veel of te weinig betaald wordt. Dit is een nuttig systeem, zeker wanneer de kosten erg kunnen schommelen. Nadeel is dat het vaak wat rekenwerk vergt en daarom niet altijd even praktisch is.


De thuisverzorger wordt vergoed via een combinatie van beide

Martine heeft met haar inwonende, zorgbehoevende tante volgende overeenkomst gesloten: ze ontvangt maandelijks €250,00 voor kost en inwoon en als vergoeding voor haar zorgen. Daarnaast kan ze, mits voorlegging van alle facturen, de gemaakte kosten terugbetaald krijgen.

Men betaalt de exacte kosten terug aan de hand van facturen en rekeningen. De kosten die men moet schatten en de vergoeding voor de mantelzorger worden met een forfait betaald. Dit systeem is praktisch en het kan de reële kostprijs goed benaderen.

Concreet gezien, komt dit op het volgende neer:

  • kosten verbonden aan de zorg: exact te bepalen door terugbetaling van de kosten;
  • huisvestingskosten: forfait betalen op basis van te schatten kosten;
  • persoonlijke uitgaven: exact te bepalen door terugbetaling van de kosten;
  • vergoeding van de mantelzorger: forfait betalen op basis van te schatten kosten.

Bij elk van deze systemen kunnen extra overeenkomsten gesloten worden. Bijvoorbeeld wie er bijlegt wanneer de financiële middelen van de zorgbehoevende persoon ontoereikend zijn, hoeveel er dan wordt bijgedragen, hoe dat gebeurt enzovoort.


Een goede boekhouding is goud waard

Hoe u ook betaald zal worden en welke afspraken u ook gemaakt heeft, u zal merken dat u met een goede boekhouding op termijn heel wat werk, en ook heel wat wrijvingen en misverstanden zal vermijden. Een goede boekhouding maakt het immers mogelijk de gemaakte afspraken aan de werkelijkheid te toetsen. Dit is immers uw verantwoordelijkheid: u moet kunnen aantonen dat u, op financieel gebied, de afspraken is nagekomen.

U heeft hiervoor een schriftje waarin u elke dag noteert welke uitgaven u heeft gemaakt. U verwijst telkens naar een bewijsstuk: kasbonnetjes, bestelbonnen, rekeningen en facturen en deze bewaart u zorgvuldig in een aparte kaft. Bovendien maakt u op het einde van de maand een overzicht van de inkomsten en de uitgaven. Zo’n boekhoudkundig plan vindt u als bijlage achteraan. Zonodig kan u zich bij het invullen ervan laten helpen. Natuurlijk is dit plan maar een voorbeeld, u kunt het aanvullen of inkorten naar eigen wensen.

Belangrijk is dat u op een vast, af te spreken tijdstip, bijvoorbeeld maandelijks of driemaandelijks, de boekhouding voorlegt aan de partijen met wie u een afspraak heeft. Laat dan de boekhouding van de voorbije periode schriftelijk goedkeuren. Geef betrokkenen ook de mogelijkheid om op elk moment de boekhouding in te zien, wanneer zij dat wensen.

Vooraf zullen de volgende punten moeten verduidelijkt worden:

  • Wie is de centrale mantelzorger?
  • Wat wordt er van hem verwacht?
  • Wat doen de eventuele andere mantelzorgers?
  • Door wie worden de kosten bijgehouden? (de zorgbehoevende persoon / de centrale mantelzorger / een ander familielid / derden)
  • Welke kosten worden in aanmerking genomen?
  • Welk financieringssysteem wordt gehanteerd?
  • Hoe worden kosten genoteerd en welke bewijzen zijn geldig?
  • Wie beheert welke middelen?
  • Wat als er liquiditeitstekort is?
  • Welke betalingsformule wordt er gehanteerd?
  • Hoe wordt de overeenkomst opgemaakt: notarieel of onderhands?


Wat als de zorgbehoevende persoon niet voldoende financiële middelen heeft?

Vader woont bij Ellen in. Doordat vader zware medische kosten heeft en slechts een zeer beperkt inkomen, zijn er op het einde van de maand steeds een aantal rekeningen onbetaald. De kinderen komen overeen elke maand het tekort bij te leggen. Elk van de kinderen legt een even groot deel bij.

In het verleden zijn er heel wat politieke discussies geweest over het al dan niet afschaffen van de onderhoudsplicht. Ondanks deze discussies is de wet op de onderhoudsplicht nog steeds geldig.

Wanneer de financiële middelen van de zorgbehoevende ouder ontoereikend zijn om de nodige zorg te betalen, hebben kinderen een onderhoudsplicht t.o.v. hun ouders. Onderhoudsplicht betekent dat kinderen hun ouders levensonderhoud verschuldigd zijn, financieel of in natura. Er kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat alle kinderen éénzelfde bedrag geven of dat ieders bijdrage afhankelijk is van het eigen inkomen.

Deze onderhoudsplicht geldt voor alle kinderen. Kinderen kunnen normaal gezien niet verplicht worden de zorg voor hun ouders zelf te dragen. Bijvoorbeeld: men kan u niet verplichten uw dementerende moeder thuis te verzorgen, u mag de zorg ook overlaten aan een gespecialiseerde instelling. Als de kinderen echter niet financieel in het levensonderhoud van hun ouders (kunnen) voorzien, kunnen ze wel verplicht worden de zorg voor de ouders zelf te dragen. (burgerlijk wetboek)

Opmerking: Wanneer kinderen onderhoudsgeld betalen voor een zorgbehoevende ouder die bij één van de kinderen inwoont, dan kunnen alle kinderen dit onderhoudsgeld fiscaal aftrekken, behalve het kind waar de ouder bij inwoont

Meer informatie over onderhoudsgeld en onderhoudsplicht kan je lezen in hoofdstuk 16. U kan hiervoor ook terecht op het OCMW van uw gemeente.


Wettelijke financiële regelingen

Het komt geregeld voor dat mantelzorgers het geld moeten beheren van iemand die hiervoor niet meer in staat is. Omtrent financieel beheer zijn er een aantal wettelijke schikkingen voorhanden.


Beheer van andermans goederen

A. Volmacht of lastgeving

Een volmacht, ook wel een lastgeving genoemd, is een handeling waarbij een persoon aan een ander de macht geeft om iets voor hem en in zijn naam te doen (art. 1984 uit Burgerlijk Wetboek).

De zorgbehoevende persoon (volmachtgever of lastgever) schenkt de volmacht (verantwoordelijkheid) aan één of meerdere personen (volmachtdrager(s) of lasthebber(s)). Het contract komt slechts tot stand door de aanneming van de volmachtdrager. Wie een volmacht geeft, moet beschikken over al zijn geestelijke vermogens. De volmachtdrager en volmachtgever kunnen op elk moment, zonder verantwoording, de volmacht intrekken.

Men kan een volmacht geven:

  • bij een notariële akte;
  • bij een onderhands geschrift of zelfs een brief;
  • mondeling (maar dan zijn er geen bewijzen bij geschillen);
  • stilzwijgend (en blijkend uit de uitvoering).

Men kan een volmachtdrager aanduiden voor alle zaken of slechts voor bepaalde handelingen. Daden van beschikking m.b.t. onroerende goederen (vb. verkoop van een huis) gebeuren steeds via een notariële volmacht.

De volmachtdrager dient zijn taak uit te voeren tot het einde van de voorziene duur, tot hij ze opzegt of tot hij uit zijn taak wordt ontheven en hij dient dit te doen ‘zoals een goede huisvader’. De volmachtdrager kan echter niet zomaar op eigen houtje en naar willekeur handelen. Hij dient zich ervan bewust te zijn dat hij een zware verantwoordelijkheid heeft. Hij moet immers ten volle rekenschap kunnen geven van alle handelingen die hij met die volmacht heeft uitgevoerd. Men kan hem tot rechtvaardiging dwingen, zelfs indien de zorgbehoevende persoon reeds jaren overleden is. Wees dus gewaarschuwd en hou alle documenten goed bij.

Indien er op een bepaald moment een voorlopig bewindvoerder wordt aangesteld, dan vervallen alle volmachten!

Tips voor de volmachtgever:

    • Wees bij uw keuze van volmachtdragers zowel praktisch als voorzichtig. Een volmacht op naam van al uw kinderen samen is mogelijk. Omwille van de praktische uitvoering is het dan beter om te voorzien dat slechts twee of drie van hen moeten optreden (zeker als er veel kinderen zijn). Zoniet kan immers geen enkele overeenkomst afgesloten worden zonder dat iedereen deze goedgekeurd en ondertekend heeft. Eenzelfde volmachtgeving aan ieder kind afzonderlijk is wellicht niet wenselijk. Het gevaar is immers niet denkbeeldig dat men in elkaars vaarwater terechtkomt. Een andere oplossing zou kunnen zijn dat u slechts aan één of zelfs twee kinderen volmacht geeft, maar in de schriftelijke overeenkomst laat bepalen dat er bijvoorbeeld iedere maand een verplichte verslaggeving moet plaatsvinden aan alle andere kinderen en aan uzelf.
    • De volmacht moet worden uitgeschreven wanneer de zorgbehoevende persoon nog rekenschap kan geven van zijn daden. Dit betekent niet dat hem het recht ontnomen wordt zelf te handelen en zijn eigen zaken nog te doen zolang hij dit kan. Ook wanneer reeds een volmachtdrager is aangesteld, kan de volmachtgever dus nog steeds zelfstandig optreden. Volmachten vervallen zodra de volmachtgever de volmachten niet meer met kennis van zaken kan verstrekken.
    • Het OCMW kan een volmacht vragen als voorwaarde voor financiële dienstverlening.

Tips voor de volmachtdrager:

    • Heb respect voor de te beheren goederen en zaken, want ze zijn immers niet van u. Beheer ze als ‘een goede huisvader’.
    • Een volmacht kan altijd herroepen worden door de volmachtgever. Hij verwittigt dan per aangetekende brief de banken enzovoort dat de volmacht niet meer geldig is. Ook de volmachtdrager dient aangetekend verwittigd te worden dat het gebruik van de volmacht voorbij is.
    • Houd een boekhouding bij en laat die regelmatig door de andere vermoedelijke erfgenamen die dat wensen, inzien. Laat dit ook in de overeenkomst vaststellen: ‘Aan wie, wanneer, wat’ … moet opgenomen zijn in zo’n financieel verslag (vb. rekeninguittreksels, maandelijks overzicht, jaaroverzicht, …). Betrek hen indien mogelijk bij de te nemen beslissingen. Laat hen regelmatig deze handelingen schriftelijk goedkeuren.

Een aantal voorbeelden ter verduidelijking:

    • Gwen neemt haar vader bij zich in huis en vader vraagt of zij een aantal financiële regelingen voortaan voor hem wil doen. Gwen gaat akkoord, maar om wantrouwen en misverstanden te vermijden vraagt zij haar vader om ook aan haar broer een volmacht te geven.
    • De moeder van Annelore komt inwonen en geeft haar dochter een volmacht. Omdat broer Mark meer dan 100 km. van hen afwoont, is een systeem met twee handtekeningen niet haalbaar. Moeder komt met Annelore en Mark overeen dat zij op het einde van elke maand een overzicht zal bezorgen aan Mark van alle inkomsten en uitgaven van de voorbije maand. Zo kan Mark toch goed volgen wat er met het geld van moeder gebeurt.
    • Vader woont in bij Hilde. Hij besluit om aan Hilde maandelijks een deel van zijn pensioen af te staan. Maar de volmacht geeft hij aan zijn dochter Katelijne. Zij haalt het geld maandelijks af en geeft het aan Hilde. Katelijne bezorgt Hilde telkens een kopie van de bankuittreksels, terwijl Hilde haar zus een kopie bezorgt van haar ‘thuiszorgboekhouding’. Er werd nog afgesproken dat het geld zou worden afgehaald en bezorgd vóór de vijfde van elke maand.
    • Een alleenstaande tante gaat afwisselend een maand bij Ine en een maand bij Ruben wonen. Tante heeft met Ine en Ruben afgesproken dat beiden een volmacht hebben en dat zij aan tante en aan elkaar een overzicht van de inkomsten en uitgaven bezorgen van de maand waarin tante bij hen inwoont. Wat over is op het einde van een maand wordt op tantes spaarrekening gezet.
    • Katrien en Guy zijn reeds 15 jaar gehuwd. Guy is MS-patiënt en is erg afhankelijk geworden van anderen. Beiden hebben een volmacht op elkaars rekening. Ze beschouwen dit als een veiligheid voor het geval dat één van beiden niet meer kan optreden. Aangezien zij geen kinderen hebben, hebben zij bij de notaris ook een aantal regelingen getroffen, zodat de langstlevende niet in financiële moeilijkheden komt.

B. Bewindvoering

De voorlopige bewindvoering wordt geregeld door de wet van 3 mei 2003 betreffende de bescherming van goederen (wet Goutry), verschenen in het Belgisch Staatsblad op 31 december 2003.

Bewindvoering is bedoeld voor éénieder die, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of definitief, wegens zijn gezondheidstoestand niet in staat is zijn vermogen te beheren: bijvoorbeeld psychisch zieken, demente bejaarden, mensen met een mentale handicap, comateuze patiënten enzovoort.

De voorlopige bewindvoerding slaat enkel op het goederenbeheer en heeft niets te maken met zeggenschap over de persoon zelf. Bijvoorbeeld een voorlopig bewindvoerder is volledig gemandateerd om de rekeningen en bezittingen van iemand te beheren, maar kan niet beslissen in welk rusthuis of ziekenhuis betrokkene moet opgenomen worden. Ook over de opportuniteit van bijvoorbeeld medische behandelingen kan de bewindvoerder zich niet uitspreken. Een voorlopige bewindvoerder kan niet worden aangewezen voor een persoon die over zijn geestesvermogen beschikt en in staat is om zijn vermogen te beheren, maar die zich bijvoorbeeld moeilijk kan verplaatsen. Een dergelijk persoon mag niet de vrijheid ontnomen worden om zelf zijn vermogen te beheren. Hij kan, indien hij dat wenst, zelf een volmachtdrager aanduiden.

De wettelijke regeling (art. 488 bis van het Burgerlijk Wetboek) stelt het volgende:

  • Personalisering van het beheer. Het is de bedoeling dat de band tussen de beschermde persoon en zijn voorlopige bewindvoerder zo persoonlijk mogelijk zou zijn. Dus wordt volgens de nieuwe wetgeving bij voorkeur de echtgenoot, een naast familielid of een vertrouwenspersoon aangeduid als voorlopige bewindvoerder.
  • De vrederechter is degene die de bewindvoerder aanstelt. De vrederechter van de verblijfplaats van de te beschermen persoon is bevoegd om de aanvraag tot aanstelling van een voorlopig bewindvoerder te behandelen. Als de zorgbehoevende persoon in die periode bijvoorbeeld verblijft in het gezin van een familielid, is de vrederechter van het kanton waarin deze verblijfplaats ligt bevoegd en niet de vrederechter van de plaats waar de zorgbehoevende persoon zijn officiële woonplaats (domicilie) heeft.
  • Naast de voorlopige bewindvoerder kan ook een vertrouwenspersoon aangesteld worden, dit heeft vooral betekenis wanneer de voorlopige bewindvoerder een extern persoon, bijvoorbeeld een advocaat, is die verder af staat van de betrokkene. De vertrouwenspersoon kan dan de ‘brug’ vormen tussen beide. De vertrouwenspersoon heeft recht op inzage van alle documenten en verslagen, maar kan zelf niet het beheer voeren over de gelden en goederen. Dit blijft de exclusieve bevoegdheid van de voorlopig bewindvoerder.

Procedure:

Iedereen kan bij de vrederechter of bij de notaris op voorhand laten vastleggen wie hij aanwijst als voorlopig bewindvoerder voor het geval hij zelf niet meer in staat zou zijn om geld en goederen te beheren. Dit noemt men een voorafgaandelijke wilsverklaring. De notaris kan daarover alle inlichtingen verstrekken.

Het verzoek tot aanstelling van een voorlopig bewindvoerder moet schriftelijk gebeuren door de betrokken persoon zelf, door de Procureur des Konings of door een belanghebbende, bv. een kind of de echtgenoot. Het verzoekschrift moet ondertekend worden door de verzoeker. De tussenkomst van een advocaat is in deze procedure niet verplicht, maar kan wel indien gewenst.

Het verzoekschrift moet vergezeld zijn van een medische verklaring van een geneesheer (geen bloed- of aanverwant van de te beschermen persoon). Ze mag niet worden opgesteld door een geneesheer die verbonden is aan een instelling waar de betrokkene verblijft. Deze medische verklaring mag niet ouder zijn dan 15 dagen. De vrederechter zal dan contact opnemen met de te beschermen persoon en zijn familie en zal de nodige inlichtingen inwinnen.

De wet vraagt de vrederechter uitdrukkelijk om indien mogelijk de voorkeur te geven aan de vader, moeder, partner, naaste familie of een vertrouwenspersoon als bewindvoerder van de te beschermen persoon. De aangeduide voorlopige bewindvoerder moet binnen de acht dagen zijn opdracht aanvaarden of weigeren.

Wanneer een bewindvoerder wordt aangesteld over iemand, wordt dit bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad opgenomen en wordt dit tevens genoteerd in het bevolkingsregister.

Het Belgisch Staatsblad kan digitaal geraadpleegd worden (http://www.just.fgov.be) of vraag het aan uw gemeente.

Verplichtingen:

Als de voorlopige bewindvoerder officieel is aangesteld en hij beschikt over de vertegenwoordigingsbevoegdheid, dan houden alle andere volmachten op met bestaan.

De verplichtingen van de bewindvoerder zijn drievoudig:

  • Jaarlijks en op het einde van zijn opdracht moet de bewindvoerder rekenschap geven van zijn beheer aan de vrederechter en aan de beschermde persoon zelf, als diens gezondheidstoestand het toelaat. Concreet betekent dit dat de bewindvoerder een staat moet opmaken van alle inkomsten en alle uitgaven die er in het afgelopen jaar geweest zijn. Het is dus sterk aan te raden een boekhouding bij te houden. De bewindvoerder moet alle uitgaven kunnen bewijzen aan de hand van rekeningen, facturen, … Ook de vertrouwenspersoon ontvangt telkens dit verslag.
  • De bewindvoerder moet de beschermde persoon inlichten over alle handelingen die hij verricht. Daarmee wordt bedoeld dat de bewindvoerder de beschermde persoon regelmatig op de hoogte moet houden van zijn beheer. Indien de beschermde persoon niet in staat is om die uitleg te vatten, kan de vrederechter hem vrijstellen van deze verplichting en hem eventueel opleggen verslag uit te brengen aan andere personen, bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon of naaste familieleden.
  • Uiterlijk één maand na de aanvaarding van zijn aanwijzing moet de voorlopig bewindvoerder een inventaris opstellen met betrekking tot de aard en de samenstelling van de te beheren goederen en dit overzenden aan de vrederechter en aan de te beschermen persoon. De bewindvoerder kan deze inventaris zelf opstellen, maar kan dit ook laten doen door een notaris, in het bijzijn van personen die daaromtrent nuttige informatie kunnen leveren (bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon).

Bevoegdheden:

Er zijn twee mogelijke situaties:

  1. De vrederechter heeft uitdrukkelijk de bevoegdheden van de bewindvoerder omschreven. De vrederechter mag deze volledig vrij bepalen, vb. alleen leningen en kredietopnemingen of alleen de opdracht om het pensioen van de beschermde persoon te innen.
  2. De vrederechter heeft de bevoegdheden niet omschreven. In dit geval is het door de wet geregeld regime van toepassing en geldt de bewindvoering over alle bezittingen.

De wet zegt dat de bewindvoerder ‘als een goede huisvader’ moet handelen. Voor een aantal handelingen moet de bewindvoerder de bijzondere machtiging vragen van de vrederechter, namelijk:

  • telkens wanneer de belangen van de bewindvoerder strijdig zijn met die van de beschermde persoon;
  • wanneer hij de beschermde persoon vertegenwoordigt bij een procedure voor de rechtbank, waarbij de beschermde persoon optreedt als eiser;
  • voor het vervreemden van roerende of onroerende goederen van de beschermde persoon;
  • voor het aangaan van een lening en voor het toestaan van een hypotheek op een onroerend goed van de beschermde persoon;
  • voor het verwerpen van een aan de beschermde persoon toegevallen nalatenschap;
  • voor het aanvaarden van een aan de beschermde persoon gedane schenking of een aan hem vermaakt legaat;
  • om een pachtovereenkomst, een huurcontract van meer dan 9 jaar of een handelshuurovereenkomst te sluiten;
  • voor het aangaan van een dading in naam van de beschermde persoon;
  • voor de aankoop van een onroerend goed;
  • telkens wanneer de bewindvoerder wil beschikken over rechten die verband houden met de woning of het huisraad van de beschermde persoon. Immers, zolang de kans bestaat dat hij zijn normale leven zal kunnen hervatten, moeten zijn woning en meubelen bewaard worden in de toestand waarin hij ze heeft verlaten. Wanneer er onvoldoende inkomsten zijn, zullen de woning en de huisraad pas kunnen worden verkocht als alle andere goederen uitgeput zijn, en mits een bijzondere machtiging van de vrederechter.

Tenslotte zijn er handelingen die de bewindvoerder helemaal niet mag verrichten, nl. handelingen met betrekking tot de persoon, vb. huwen, naamsverandering, … Hij mag ook geen souvenirs of persoonlijke voorwerpen van de beschermde persoon vervreemden, maar hij moet ze tot zijn beschikking houden.

Aansprakelijkheid:

De bewindvoerder zal aansprakelijk zijn voor schade die de beschermde persoon oploopt ten gevolge van fouten in zijn beheer.

Bezoldiging:

De vrederechter kan, maar is niet verplicht, de bewindvoerder een vergoeding toekennen van maximum 3% van de inkomsten van de beschermde persoon. Dit is bedoeld als ereloon. Wanneer er zware extra beheerskosten zijn, kan de bewindvoerder aan de vrederechter een extra vergoeding vragen.

Einde van de voorlopige bewindvoering:

Deze kan enkel beëindigd worden door een beschikking van de vrederechter, ambtshalve of op verzoek, ofwel van rechtswege in geval van onbekwaamverklaring of van verklaring van de staat van verlengde minderjarigheid.


Het vergoeden van de mantelzorger

Een mantelzorger vergoeden voor zijn zorgactiviteit kan gebeuren door bijvoorbeeld maandelijks een forfait te voorzien (zie rubriek 6.5). De zorgbehoevende persoon kan echter ook afspreken met de mantelzorger om hem te vergoeden via een schenking met last of via het testament.

A. Schenking met last

Een zieke kan bijvoorbeeld zijn woning of een som geld aan de mantelzorger schenken, op voorwaarde dat deze hier een tegenprestatie voor levert (bijvoorbeeld levenslange thuisverzorging). Men spreekt van een schenking met last.

Een schenking van Belgische onroerende goederen (bv. een huis) moet bij notariële akte gebeuren, en moet verplicht in België geregistreerd worden. Hierop moet je dan ‘schenkingsrechten’ of ‘registratierechten’ betalen.

Voor roerende goederen (zoals geld, obligaties, aandelen enzovoort) wordt dat niet verplicht. Wie wil, kan roerende goederen aan zijn kinderen geven via handgift (zonder notaris).

  • Voor deze vorm van schenking moet de schenker nog minstens drie jaar na schenking in leven blijven om het overgemaakte bedrag volledig vrij te stellen van successierechten. Als uw vader of moeder vroeger overlijdt, wordt dit geschonken bedrag bij de erfenis gevoegd.
  • Wanneer roerende goederen (zoals geld, obligaties, aandelen enzovoort) bij notariële akte worden geschonken geldt de termijn van drie jaar niet om het overgemaakte bedrag vrij te stellen van successierechten (gewijzigd sedert 2004).
  • De vroegere progressief oplopende schenkingsrechten voor handgiften met een notariële akte werden vervangen door één enkel nieuw tarief. Voor schenkingen in rechte lijn (ouders, grootouders en kinderen) bedragen de successierechten nu 3%, voor alle andere begunstigden 7%. Het volstaat hierbij om één document op te maken, getekend door beide partijen, met de erkenning van de handgift, en dat te laten registreren door een notaris.

De wet staat het bevoordelen van een erfgenaam of van een derde slechts binnen bepaalde perken toe indien er ‘voorbehouden’ erfgenamen zijn (erfgenamen in rechte lijn en/of de overlevende echtgenoot). Indien men één van hen wenst te bevoordeligen, dan moet in de schenkingsakte uitdrukkelijk vermeld worden of de schenking ‘buiten erfdeel’ of ‘als voorschot op erfdeel’ gebeurt. Staat dit niet vermeld, dan wordt de schenking geacht een ‘voorschot’ op het toekomstig erfdeel te zijn.

Een schenking tussen echtgenoten kan steeds herroepen worden. Ook in andere gevallen kan een schenking herroepen worden, bijvoorbeeld indien de last die bij de schenking werd opgelegd niet werd uitgevoerd.

B. Testament

Ieder die over gezonde geestelijke vermogens beschikt, heeft het recht een testament te maken om zelf te bepalen hoe zijn goederen zullen worden verdeeld na zijn overlijden. Niemand is daartoe verplicht. Een testament kan op ieder ogenblik worden gemaakt of gewijzigd.

De datum is belangrijk omdat enkel het laatst geschreven testament in aanmerking wordt genomen, voor zover het onverenigbaar is met een vroeger testament.

Het mag enkel beschikkingen bevatten van de erflater zelf. Iemand anders (vb. de echtgeno(o)t(e)) mag niet deelnemen aan het opstellen of verbeteren van de inhoud.

Alleen een testament dat vrij en spontaan is opgesteld, is geldig.

Vorm van het testament

Er zijn drie vormen:

  1. Het eigenhandig testament: Het wordt door de erflater helemaal zelf geschreven, gedagtekend en ondertekend. Wie zijn testament wil opmaken moet het dus zelf schrijven (niet door iemand anders en ook niet typen). Het gevaar hieraan verbonden is dat het kan verdwijnen of worden vernietigd door toedoen van iemand die zich benadeeld voelt. Het testament moet voorzien zijn van de gebruikelijke handtekening (gebruik geen roep- of troetelnaam).
  2. Het openbaar testament: Dit is een notariële akte, door de erflater aan de notaris gedicteerd, in het bijzijn van twee getuigen of van een tweede notaris.
  3. Het internationaal testament: Dit is een testament door de erflater aan de notaris aangeboden. In tegenwoordigheid van twee getuigen maakt de notaris een akte van verklaring op. Van die verklaring wordt 1 exemplaar (het origineel) gehecht aan het testament, een tweede exemplaar wordt aan de erflater overhandigd en een derde exemplaar wordt door de notaris bewaard samen met de verzegelde omslag waarin het testament zit.
  4. Centraal Register van Testamenten (C.R.T.): geregistreerd testament:
    Het internationaal en het openbaar testament en ook het eigenhandig testament, indien dit bij een notaris in bewaring is gegeven, moeten door zijn tussenkomst in het Centraal Register van Testamenten worden ingeschreven. Voor een eigenhandig testament kan de erflater zich tegen de inschrijving verzetten. Dankzij de inschrijving in het C.R.T. is het voor de notaris mogelijk, na overlijden, ingelicht te worden over het bestaan van het testament. Die inlichting wordt bekomen mits voorlegging van een overlijdensakte. Zolang de persoon leeft, zal het C.R.T. niemand meedelen of er een testament aangegeven is of niet.

Om een testament aan te geven dient u te betalen. Informeer u bij de notaris.

Inhoud van het testament

Het kan gaan om:

  1. een bijzonder legaat : een beschikking over een bepaald goed. Vb. een som geld, mijn huis, mijn horloge, …
  2. een legaat onder algemene titel : een beschikking over een breukdeel van de nalatenschap, of over alle of een breukdeel van alle onroerende en/of roerende goederen. Vb. mijn neef krijgt de helft van mijn erfenis, mijn vriend krijgt een derde van mijn onroerende goederen, al mijn onroerende goederen, …
  3. een algemeen legaat : een roeping tot de hele nalatenschap. Vb. mijn broer en mijn zus krijgen alles (dan krijgt ieder de helft), …

Uitwerking van het testament

Een testament is alleen geldig als het is gemaakt door iemand die bekwaam is en bewust en vrij heeft gehandeld.

Het testament van een overleden persoon wordt uitgevoerd voor zover het ‘voorbehouden deel’ van zijn afstammelingen of van zijn ascendenten of van zijn echtgeno(o)t(e) niet is aangetast. Kinderen hebben altijd recht op een gelijk deel van de nalatenschap en wel als volgt:

  • de helft als er één kind is: de andere helft is beschikbaar;
  • elk kind één derde als er twee kinderen zijn: het andere derde mag aan iemand anders gegeven worden;
  • als er drie of meer kinderen zijn: over 1/4 mag vrij beschikt worden, de overige ¾ wordt gelijk verdeeld over de kinderen.

Het “beschikbare deel” of het deel dat ouders kunnen wegschenken vormt het “niet beschermd deel”. Concreet betekent dit dat bij één kind de helft van het bezit kan worden weggeschonken, bij twee kinderen kan een derde van het bezit worden weggeschonken, bij drie of meer kinderen een vierde van het bezit. Bij erfenissen zijn alle kinderen in principe gelijk voor de wet. Deze gelijkheid kan enkel door schenking of testament verbroken worden.

Verwanten in opgaande lijn (ascendenten) hebben recht op een voorbehouden deel van één vierde per ouderlijke lijn indien de overledene (het kind) zelf geen afstammelingen nalaat.

De rechten van de afstammelingen en ascendenten gaan samen met het aandeel van de langstlevende echtgeno(o)t(e). Behoudens enkele gevallen (ontzetting uit de ouderlijke macht, feitelijke scheiding) en mits bepaalde formaliteiten (vonnis, testament) heeft de langstlevende echtgeno(o)t(e) het vruchtgebruik op de nalatenschap en in elk geval het vruchtgebruik op de gezinswoning en het huisraad. Ook verkrijgt hij de volle eigendom van alle gemeenschappelijke goederen indien er geen afstammelingen bestaan.

Indien de mantelzorger bij de zorgbehoevende ouder inwoonde, kan de ouder bij de notaris regelen dat de mantelzorger het vruchtgebruik van de woning behoudt na het overlijden van de zorgbehoevende persoon.

Informeer u bij verschillende instanties: de bank, de notaris, het OCMW,…


Bij weigering van terugbetaling of vergoeding

Wat kunnen mantelzorgers doen wanneer zij kosten willen terugbetaald krijgen of vergoed wensen te worden, maar dit wordt geweigerd?

  1. De zorgbehoevende persoon heeft beslissingsrecht. Zijn wens is het uitgangspunt. Wenst hij geen vergoeding aan de mantelzorger te geven, dan kan de mantelzorger beslissen om de zorgactiviteit toch verder te zetten of om die te stoppen.
  2. Zijn het andere familieleden die de vergoeding betwisten (bijvoorbeeld omdat ze vinden dat een vergoeding niet nodig is of omdat ze vinden dat de gevraagde vergoeding te hoog is), dan moet de mantelzorger zich in de eerste plaats kunnen verantwoorden. Het beste blijft hij de familieleden bij alles betrekken, hen op de hoogte houden van zijn financiële verrichtingen inzake thuiszorg en zorgen voor een perfecte boekhouding. Alleen indien hij elke uitgave kan aantonen en verantwoorden, beschermt hij zichzelf tegen klachten of verwijten achteraf.
  3. Wanneer andere familieleden de vergoeding weigeren (bijvoorbeeld wanneer de zorgbehoevende persoon zijn wensen niet meer kenbaar kan maken) en het twistpunt niet onderling kan worden geregeld, contacteer dan een notaris of een advocaat.

Opmerking: Het is in sommige gevallen mogelijk om na afloop van de zorgactiviteit (bijvoorbeeld na het overlijden van de zorgbehoevende persoon) via juridische weg een vergoeding te verkrijgen, maar er is ook een behoorlijke kans dat de vergoeding u zal worden geweigerd, vooral als u niet over bewijzen beschikt. De rechtspraak is niet eenstemmig in dit soort zaken. Enerzijds wordt er geredeneerd dat het niet opgaat om post factum vergoedingen te eisen waar voorheen misschien nooit naar werd gevraagd, anderzijds voelt men het als oneerlijk aan het gepresteerde werk volledig onvergoed te laten.


Nuttige adressen