Partners in thuiszorg


Zorgverlening in de thuiszorg

Wie iemand in zijn thuismilieu verzorgt, kan best hulp van buitenaf gebruiken. Bovendien is dit ook een goede manier om het uzelf, als mantelzorger, wat gemakkelijker te maken. Wat u door een ander kan laten doen, laat dat doen. Er blijft immers nog genoeg werk voor uzelf over.

Wil u hulp inschakelen, bepaal dan vooraf wat u precies verlangt. Voor welke taken zoekt u precies hulp en wanneer? Voor de dagelijkse spuit voor moeder moet u niet bij de huisarts zijn (behalve voor een voorschrift), maar bij de thuisverpleegkundige. U heeft dan weer geen verpleegkundige nodig om bij de zorgbehoevende persoon toezicht te komen houden. Misschien kan uw buurman, uw zus of een vrijwilliger van de oppasdienst zich best een paar uurtjes vrijmaken.

Vooraleer u kan weten wie u nodig heeft, moet u eerst weten welke diensten er bestaan, wie u kan inschakelen om hulp te bieden bij de thuiszorg. Hier volgt een schematisch overzicht dat verder uitgediept wordt in het hoofdstuk.

De mantelzorgers nemen vaak het grootste deel van de zorg voor hun rekening. Zij moeten de kans hebben om de zorg met anderen te kunnen delen zodat de thuiszorg mogelijk blijft. Wanneer de zorg te zwaar wordt, kan men een beroep doen op externe zorgverleners. De professionele basisdiensten, de ondersteunende en aanvullende diensten en de diensten voor specifieke doelgroepen behoren tot deze groep van externe zorgverleners. De volgorde van de hier opgesomde informele en formele zorgverleners is niet bepalend. Elke zorgsituatie is verschillend.


Zorgverlening in de thuiszorg schematisch

U kan een Word document downloaden met een schematisch overzicht van de thuiszorg.


1. Zorgbehoevende persoon

De zorgbehoevende persoon staat centraal in de zorgverlening. Velen die afhankelijk geworden zijn willen zolang mogelijk in hun vertrouwd milieu blijven wonen en hun zelfstandigheid behouden. Wanneer de zelfzorg niet altijd vlot meer verloopt zal men vaak eerst een beroep doen op het natuurlijk zorgmilieu, zoals de mantelzorgers (zie hieronder Mantelzorgers’).

De bekwaamheid tot zelfzorg van de zorgbehoevende persoon bevorderen is nog steeds het uiteindelijke doel wanneer iemand hulp krijgt of vraagt. We moeten hem alleen helpen bij de dingen die hij niet zelf kan. Wat hij wél nog zelf kan, hoeven we niet over te nemen. Zelfs integendeel: ook al wordt er wat meer gemorst bij het eten of duurt het aankleden wat langer, moedig de zorgbehoevende persoon toch aan om het zelf te proberen. Wanneer het lukt, zal dat het gevoel van eigenwaarde van de zorgbehoevende persoon zeker ten goede komen. Lukt het niet, dan kan u nog steeds een handje toesteken.

Het is belangrijk dat de zorgbehoevende persoon ook de kans krijgt zelf te verwoorden hoe en waar hij wil verzorgd worden en tegelijk moet er uiteraard nagegaan worden of het mogelijk is om aan die wensen te voldoen.

Bij zwaar zorgbehoevende personen wordt zorgdragen een proces van rouwen en loslaten, dat vaak gepaard gaat met heel wat emoties en reacties. Zowel voor de personen rondom hem als voor hemzelf.

Het kost me nog steeds moeite om moeder niet zelf eten te geven. Wanneer ik zie hoeveel er naast haar bord belandt en hoelang ze erover doet -het bord moet zelfs op een bordverwarmer geplaatst worden- heb ik al mijn zelfbeheersing nodig. Alleen haar voldane glimlach na de maaltijd houdt me tegen om het niet van haar over te nemen.


2. Mantelzorgers

Thuis kunnen zijn en blijven is de wens van de meeste mensen, zeker als men zorgbehoevend is. Wie afhankelijk wordt van anderen door ziekte, handicap of ouderdom, verlangt meestal in het vertrouwde milieu te worden verzorgd. Vaak zullen mensen die zorg nodig hebben in eerste instantie terugvallen op hun eigen gezin en hun familie (het natuurlijk zorgmilieu). De meerwaarde van thuis te kunnen zijn, zit vaak in veel kleine, maar heel belangrijke dingen: zichzelf kunnen zijn, eigen levensritme bepalen, eigen cultuur ontwikkelen, kunnen deelnemen aan het gezinsleven, zich veilig en geborgen voelen, …

Een mantelzorger is een persoon die op geregelde basis en op een niet-beroepsmatige wijze aanvullende, bovennormale zorg verleent aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving vanuit de sociale/affectieve relatie die hij met deze persoon heeft. Mantelzorgers kunnen zowel partners, ouders, familieleden, kinderen, buren als vrienden zijn.

De partner en/of de kinderen, maar ook de broers en zussen, kunnen een grote steun zijn bij de thuiszorg. Wanneer u begrip en hulp vindt bij hen, zal dat uw draagkracht ongetwijfeld ten goede komen. Thuiszorg die gedragen wordt door een gezin of familie heeft immers een grotere basis dan wanneer dit door één persoon gebeurt. Toch zal hun medewerking niet vanzelfsprekend zijn. Als u bijvoorbeeld verwacht dat uw kinderen de thuiszorg mee ondersteunen, dan zullen er afspraken gemaakt moeten worden. Bovendien is uw gezinsleven op zich ook heel belangrijk en zult u dus een goed evenwicht moeten vinden tussen de tijd die u aan de zorgbehoevende persoon besteedt en de tijd die voor uw gezin bedoeld is.

Nadat ‘bomma’ een beroerte had gekregen en 10 weken in het ziekenhuis verbleef, beslist haar familie om haar opnieuw thuis te laten wonen. Ze zijn met 6 kinderen – 2 dochters en 4 zonen. Elk blijft één keer per week in bomma’s huis overnachten en logeert er één weekend op 6. Ook de kleinkinderen komen regelmatig langs en springen bij. Eén van de dochters nam tijdkrediet en komt elke dag bij haar moeder langs. Een verpleegster en een bejaardenhelpster komen regelmatig aan huis. Zo verdeelt de familie de zorg voor bomma. Zij is gelukkig dat ze thuis kan blijven en geen van de kinderen voelt zich te zwaar belast.

Een oom of tante, een goede vriendin of een trouwe buurman kunnen in thuiszorg een ondersteunende rol spelen. Vaak is hun hulp welkom wanneer u zelf ziek is, boodschappen moet doen, de kinderen van school haalt of er een weekend tussenuit wil. Zij kunnen u helpen wanneer u de zorg eventjes aan een ander wil overlaten.

Jammer genoeg herkent niet elke mantelzorger zich hierin. Vaak stoot u op onbegrip en dat iemand eens een weekendje inspringt in de zorg voor moeder, zit er helemaal niet in. De familie heeft het altijd te druk en uw vrienden zijn met de tijd ook weggebleven…

Hoe hard u de hulp van uw omgeving ook nodig heeft, thuiszorg kan niet opgedrongen worden. U mag echter wel van uw omgeving verwachten dat zij begrip en waardering hebben voor uw keuze om aan thuiszorg te doen. U kan dat stimuleren door hen duidelijk te maken wat thuiszorg inhoudt. Vertel hen wat dat voor u betekent en wat u eigenlijk van hen verwacht. Vraag hen ook aan u duidelijk te maken in welke mate zij willen bijdragen tot de zorg. Misschien zal hun antwoord u allerminst verheugen, maar het moet in elk geval duidelijk zijn.

Sinds mijn vrouw ziek is, zijn onze vrienden langzaam maar zeker weggebleven. Een gezellig dineetje of een losse babbel zat er immers niet meer in bij ons. In het begin belden ze nog wel eens, voor vijf minuutjes of zo, en ze beloofden gauw eens langs te komen. Daarop wachten en hopen en de ontgoocheling achteraf wanneer er geen telefoontje meer kwam, maakte me erg moe. Nu weet ik dat ze niet meer zullen komen, en alhoewel dit me nog steeds verdrietig maakt, stelt het me wel gerust te weten op wie ik echt kan rekenen en op wie niet…


3. Externe zorg

Er zijn heel wat professionele diensten en organisaties die werken met vrijwilligers waarop u als patiënt en als mantelzorger een beroep kunt doen. Ze hebben elk een eigen reglementering en een eigen aanbod van dienstverlening.

Ongetwijfeld bestaan er nog heel wat andere diensten die heel nuttig zijn, maar in deze Gids niet worden vermeld.

Professionele basisdiensten:

Huisarts

De huisarts kent u vaak al van vroeger. Hij komt als eerste langs, bijvoorbeeld na het ziekenhuisontslag. Hij is dan ook goed geplaatst om te helpen de thuisverzorging op te starten en op te volgen. Vanuit zijn taak en functie heeft hij oog voor de lichamelijke, psychische en sociale gezondheidstoestand van de zieke, evenals van diegenen die de zieke verzorgen. Hij probeert de patiënt zo goed mogelijk te behandelen, waar mogelijk te genezen, maar heeft ook oog voor het voorkomen van ziektes of van de verergering ervan.

De huisarts weet dat de meeste mensen het liefst zolang mogelijk thuis willen blijven, ook als ze zorgen nodig hebben. Hij kent de mogelijkheden en de beperkingen van de thuiszorg. Hij verwijst geen zorgbehoevende personen naar een instelling (ziekenhuis, verzorgingsinstelling,…) als de mogelijkheden van thuiszorg niet zijn uitgeput. Hij geeft de patiënten en hun families-mantelzorgers informatie over de ziekte en leert hen hoe de verzorging het best kan worden aangepakt.

Hij weet waar u de nodige informatie kan vinden in uw streek. Bovendien heeft hij aandacht voor goede samenwerking met de andere professionele thuiszorgdiensten. Door middel van zijn voorschriften geeft hij onder andere instructies aan verpleegkundigen en kinesisten. Hij helpt mee de zorg van al deze verschillende personen af te stemmen op de noden van de zieke en zijn omgeving.

Een goede huisarts is een bondgenoot van de mantelzorger. De mantelzorger is de ‘ervaringsdeskundige in de thuiszorg’. De huisarts erkent u als partner in de zorg en waardeert uw inbreng en inzet. U mag van een goede huisarts ook verwachten dat hij aandacht heeft voor u, als mantelzorger. Tijd maken, communiceren, luisteren naar mantelzorgers is vaak efficiënter dan welke medicatie ook. De huisarts weet immers dat goede zorg voor de zieke afhankelijk is van de draagkracht van zijn omgeving. Daarnaast moet een goede huisarts (de goedkoopste) medicijnen voorschrijven waarvan hij weet wat de neveneffecten zijn. Bovendien is hij op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen.

Vaak gebeurt het dat de oudere zorgbehoevende persoon een andere huisarts heeft dan deze van de mantelzorger. De verwachtingen ten aanzien van een huisarts kunnen zeer verschillend zijn, wat kan leiden tot conflicten. Uw wensen en gevoeligheden kan u, als mantelzorger, op papier zetten. De huisarts kan dit eventueel bewaren in het medisch dossier van de zorgbehoevende persoon. Indien u niet tevreden is, kan u steeds een andere huisarts zoeken. In het kader van de wet op de patiëntenrechten heeft u recht op vrije keuze van arts. Meer hierover kan u lezen in het hoofdstuk rond de patiëntenrechten (hoofdstuk 14).

Maak met de huisarts goede afspraken over waar en wanneer u hem kan bereiken. Vraag hem om zijn vervanger(s) op de hoogte te stellen van uw thuiszorgsituatie. Hij dient immers als huisarts steeds een goed evenwicht te zoeken tussen enerzijds een maximaal respect voor de privacy van de zieke en zijn omgeving (hij is gehouden aan zijn beroepsgeheim) en anderzijds het nastreven van een maximale continuïteit in de zorg. Hij zal uw keuzes hieromtrent respecteren en er ook naar handelen.

Tot slot is het belangrijk te vermelden dat personen die thuis verzorgd worden en zich in een palliatieve situatie bevinden, geen remgeld meer moeten betalen bij de huisarts.

De artsen die de akkoorden (‘afsprakenconventies’) tussen zorgverstrekkers en de ziekenfondsen aanvaarden, worden geconventioneerde artsen genoemd. Zij engageren zich om de overeengekomen tarieven te respecteren. De artsen die de akkoorden niet aanvaarden worden niet-geconventioneerde artsen genoemd. Zij kunnen hun honorarium vrij bepalen, deze liggen meestal hoger dan het officiële tarief.

Daarnaast bestaan er ook partieel geconventioneerde artsen. Dit zijn artsen die bij de globale groep ‘geconventioneerde’ artsen worden gerekend maar eigenlijk hun geconventioneerde praktijk mits een aangetekend schrijven naar het RIZIV hebben beperkt tot een deel van hun activiteit. Zo zijn er artsen die hun uren van de gewone raadpleging geconventioneerd werken maar voor hun afspraken een niet-geconventioneerd en dus duurder tarief aanrekenen. Normaal moeten zij hun geconventioneerde praktijkmomenten bekend maken in de wachtzaal.

Welke artsen geconventioneerd zijn en welke niet, kan u navragen bij uw ziekenfonds.

Globaal medisch dossier (GMD) bij de huisarts

Iedereen kan, ongeacht zijn leeftijd, tijdens een raadpleging of bij een huisbezoek aan zijn huisarts vragen een globaal medisch dossier (GMD) samen te stellen of te verlengen. De huisarts kan hier voor ook zelf het initiatief nemen, uiteraard enkel met het akkoord van de patiënt.

Een globaal medisch dossier wil zeggen dat de huisarts alle medische informatie die over de persoon bekend is, samenbrengt in één dossier. De huisarts is verantwoordelijk voor het beheer van dat dossier. Er kan per persoon slechts één GMD worden opgesteld, beheerd door één enkele huisarts. Uiteraard blijft men vrij om andere huisartsen of specialisten te contacteren.

De bedoeling van dergelijk dossier is nutteloze onderzoeken en dubbele behandelingen te vermijden en een vlottere uitwisseling van gegevens en doorverwijzing naar andere zorgverleners te garanderen.

U betaalt eenmaal per jaar €25,00 aan uw huisarts om uw dossier te beheren. Dit bedrag wordt volledig terugbetaald door uw ziekenfonds.

Aan de keuze voor dit globaal medisch dossier is een financieel voordeel verbonden:

  • alle patiënten met een GMD genieten een remgeldvermindering van 30% op consultaties bij de vaste huisarts;
  • bij huisbezoeken overdag geldt deze remgeldvermindering enkel voor 75-plussers en chronisch zieken.


Apotheker

Wat?

Een goede apotheker helpt u de juiste en goedkoopste medicatie te vinden en helpt u met het correct gebruiken van geneesmiddelen. Hij geeft u de nodige informatie. Dit correcte gebruik is nodig om een maximaal rendement uit uw geneesmiddel te halen met zo weinig mogelijk bijwerkingen. Indien de huisarts u medicatie voorgeschreven heeft waarvoor een even goed maar goedkoper alternatief bestaat, kan de apotheker u dit aanraden.

Bij aankoop van bepaalde verzorgingsproducten kan het kopen van een grote hoeveelheid (verpakking) voordeliger zijn dan telkens weer kleine hoeveelheden.

Voor wie?

Bij de apotheker kan u uiteraard terecht voor aankoop van en advies over geneesmiddelen. U kan er ook verzorgingsproducten kopen of soms huren.

Waar?

Apothekers vindt u in de Gouden Gids, onder de rubriek ‘apothekers’.

Prijs?

Alle geneesmiddelen hebben een code. Deze bepaalt hoeveel u zelf moet betalen. Ze staat genoteerd op de verpakking van het geneesmiddel.

Heel wat producten bij de apotheker zijn goedkoper mét voorschrift dan zonder voorschrift. Vraag uw huisarts om hierop te letten wanneer hij voorschrijft.

In de groepen geneesmiddelen waar er een goedkoper generisch alternatief ter beschikking is, wordt de terugbetaling berekend op de lagere generische prijs. Indien uw arts toch nog het duurdere (niet-generische) geneesmiddel voorschrijft, kan het zijn dat u méér dan het gewone remgeld moet betalen. Hier spreekt men van het referentieterugbetalingssysteem.

Een generisch geneesmiddel is een middel dat aan de volgende drie voorwaarden voldoet:

  1. het patent van het originele geneesmiddel is vervallen;
  2. de kwaliteit van het middel is vergelijkbaar met die van het origineel;
  3. en de prijs van het generisch middel ligt minstens 26% lager dan die van het origineel.

Generische geneesmiddelen zijn even werkzaam als de originele. Ze bevatten dezelfde bestanddelen met dezelfde sterkte, onder dezelfde vorm en toedieningswijze. Bovendien worden zij door het lichaam in dezelfde mate opgenomen.

Daarnaast bestaan er ook nog magistrale bereidingen. Dit zijn geneesmiddelen die de apotheker zelf bereidt. Hier wordt het remgeld berekend per standaard hoeveelheid (bijvoorbeeld 20 capsules). Het bedraagt €0,27 voor voorkeurstarief en €0,96 voor gewone verzekerden. Ook hier kan het zijn dat u slechts van terugbetaling kan genieten mits voorafgaande toestemming van de adviserend geneesheer van uw ziekenfonds. Voor sommige bereidingen (bijvoorbeeld oogdruppels) moet u wat meer betalen. Het tarief wordt dan €0,60 voor het voorkeurstarief en €2,00 voor de gewone verzekerden.

Denk eraan dat bepaalde attesten die noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van medicijnen kunnen vervallen. Vraag tijdig nieuwe attesten aan.

Vele apothekers werken met ‘ristorno tickets’. Dit houdt in dat u al uw kastickets mag indienen bij uw apotheker. U krijgt dan een bepaald percentage van uw uitgaven terugbetaald. Dit geldt enkel voor niet-terugbetaalde geneesmiddelen.

Bij apothekers kan u, zoals bij een uitleendienst, ook materiaal huren, zoals een aërosolapparaat en dergelijke. Prijzen vergelijken is dus de boodschap! Ook kwaliteit en beschikbaarheid (24 uur op 24, 7 dagen op 7) zijn belangrijk.

Wie tijdens de wachtdienst bij de apotheker medicijnen haalt, zal een ‘wachttarief’ (=hoogdringendheidshonorarium) betalen. Dit bedraagt ongeveer €4,45. Indien u echter met een voorschrift door het ziekenfonds terugbetaalde geneesmiddelen nodig hebt, dan betaalt u dit bedrag niet. Het wordt dan ten laste genomen door de ziekteverzekering.

Bijna alle apothekers werken met de ‘derde betalersregeling‘. U betaalt dus enkel het remgeld. De rest krijgt de apotheker nadien door uw ziekenfonds uitbetaald. Om van deze regeling te kunnen genieten moet u wel uw SIS-kaart tonen bij overhandiging van het voorschrift. Deze kaart bevat ongeveer dezelfde gegevens als de kleefbriefjes die vroeger op het voorschrift moesten gekleefd worden. U kan steeds vragen om de informatie die op de kaart vermeld staat te lezen.

U koopt een geneesmiddel dat €12,39 kost. Toch betaalt u bij de apotheker slechts €5,55. De overige €6,84 ontvangt de apotheker via een tarifiëringsdienst van het ziekenfonds.


Thuisverpleging

Wat?

Voor verpleegkundige zorgen aan huis, kan u zich richten tot een dienst voor thuisverpleging, of tot een zelfstandige thuisverpleegkundige. Deze laatsten werken met twee of meerderen samen en vormen op die manier een team. Daarnaast kunnen zelfstandig verpleegkundigen zich ook verenigen in kringen.

Voor wie?

Iedereen die verpleegkundige zorgen aan huis nodig heeft, kan een beroep doen op thuisverpleging. De dokter schrijft voor welke zorgen er thuis moeten gegeven worden. Er zijn ook handelingen waarvoor geen voorschrift van de dokter noodzakelijk is.

U kan een thuisverpleegkundige vragen voor het geven van algemene hygiënische verzorging (zoals het dagelijks toilet), wondverzorging, het geven van inspuitingen, oogdruppels, aanbrengen van steunkousen of compressiezwachtels, lavementen, zorg bij blaassonde, het toedienen van infusen, diabeteseducatie enzovoort.

Welke?

De huisarts zal, indien u nog geen ervaring hebt, met u het aanbod bespreken welke verpleegkundige of diensten van thuisverpleging er in uw woonzone kunnen gecontacteerd worden. De uiteindelijke keuze ligt wel bij u als patiënt.

U kan terecht bij erkende diensten voor thuisverpleging (het Wit-Gele Kruis, Solidariteit voor het Gezin, OCMW’s enzovoort). Deze thuisverpleegkundigen werken in loondienst van deze organisaties. U kan hiervoor terecht op de volgende websites:

Indien u een beroep wenst te doen op een zelfstandig thuisverpleegkundige:

  • Vlaamse Beroepsvereniging voor Zelfstandig Verpleegkundigen: http://www.verplegingthuis.be of 070/22 26 78
  • U vindt ook zelfstandig verpleegkundigen, die al dan niet werken in een Kring, in de Gouden Gids onder de rubriek ‘verpleging aan huis’.

Ook de sociale diensten van het ziekenfonds, de regionale dienstencentra, het OCMW en de SIT’s kunnen u een overzicht geven van de diensten voor thuisverpleging in uw streek. Deze informatie kan u ook verkrijgen op het secretariaat van de Werkgroep Thuisverzorgers.

Prijs?

Eén van de voorwaarden om als thuisverpleegkundige (zowel loontrekkende als zelfstandige) actief te kunnen zijn is een registratie bij het RIZIV (Rijksdienst voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering). Zij krijgen de mogelijkheid om de zogenaamde conventie (een overeenkomst tussen de thuisverpleegkundigen en de ziekenfondsen) te ondertekenen en op deze manier te werken aan de officiële tarieven. Deze overeenkomst waarborgt de terugbetaling van de verpleegkundige zorg.

Voor zelfstandige thuisverpleegkundigen die een overeenkomst hebben ondertekend, zijn de honoraria en de terugbetalingstarieven dezelfde als voor thuisverpleegkundigen die in dienstverband werken.

De betaling van de thuisverpleegkundigen kan op twee manieren gebeuren:

  • “terugbetaaltarief”: dit wil zeggen dat u de volledige rekening betaalt en dit bedrag volledig terugtrekt van het ziekenfonds;
  • “derdebetalersregeling”: dit wil zeggen dat u als patiënt helemaal niets moet betalen aan de thuisverpleegkundigen, zij innen hun honoraria rechtstreeks bij het ziekenfonds.

De berekeningssystemen van de verpleegkundige handelingen is afhankelijk van de graad van zorgbehoevendheid:

  • Terugbetaling per prestatie: voor niet zwaar zorgbehoevenden:

    In het RIZIV werd een lijst opgesteld met verpleegkundige handelingen die voor terugbetaling in aanmerking komen: wondverzorging, inspuitingen, hygiënische verzorging, blaasspoelingen, lavementen enzovoort. Dit noemt men de nomenclatuur.

    Een thuisverpleegkundige mag deze handelingen enkel uitvoeren op voorschrift van een arts. In het voorschrift bepaalt de arts de aard van de verpleegkundige zorg, hoe vaak de zorg gegeven wordt, welke medicatie er nodig is, de wijze waarop de zorg moet worden uitgevoerd alsook de begin- en eindperiode waarin de zorgen moeten gegeven worden.

    Uitzondering hierop is de hygiënische verzorging waarvoor geen voorschrift vereist is. De thuisverpleegkundige zelf maakt een aanvraag voor hygiënische verzorging op en bezorgt die aan de medisch adviseur van het ziekenfonds.

  • Betaling met forfaits: voor zwaar zorgbehoevenden:

    Bij erg zorgafhankelijke patiënten, is de verpleegkundige zorg echter niet samen te vatten in een reeks verpleegtechnische handelingen. Daarom werd voor de verpleging van deze patiënten een systeem ingevoerd waarbij de thuisverpleegkundige wordt betaald met een ‘forfait’ per dag en dus een vaste som krijgt per verzorgingsdag afhankelijk van de graad van zorgbehoevendheid van de persoon die hij verzorgt.

    Er bestaan drie categorieën: erg zorgafhankelijke patiënten (categorie A), zeer erg zorgafhankelijke patiënten (categorie B) en de meest erg zorgafhankelijke patiënten (categorie C). Of een zorgafhankelijke patiënt bij categorie A, B of C wordt ingedeeld, hangt af van zijn ‘score’ op de ‘KATZ-schaal’, afgenomen door de verpleegkundige.

    De zorgafhankelijke patiënt krijgt volgens deze schaal een aantal punten (de score) voor wassen, kleden, verplaatsen, toiletbezoek, incontinentie en eten. Om zwaar zorgbehoevend te zijn, moet de patiënt scoren in bepaalde, specifieke rubrieken. De zorgbehoevende personen en hun familie kunnen inzage vragen in de beoordeling. Het is immers nuttig te weten welke score werd toegekend, zodat men precies weet op welke zorgen men recht heeft.

    De vergoeding is niet afhankelijk van het aantal keren dat de verpleegkundige per dag langskomt. De regel is dat zij zoveel langskomt als nodig voor de zorgbehoevende persoon. Voor het weekend gelden hogere tarieven. De forfaitregeling voorziet minimaal in het toedienen van hygiënische zorgen. Voor een forfait A en B is minstens één huisbezoek vereist waarin de hygiënische zorgen vervat zijn. Voor het forfait C zijn minstens twee huisbezoeken vereist waarvan bij één huisbezoek de hygiënische zorgen vervat zijn.

    Voor meer informatie rond de KATZ-schaal raadpleegt u de website van het RIZIV: http://www.riziv.be.

Wanneer de verpleegkundige enkel gevraagd wordt voor een prestatie die niet voor terugbetaling in aanmerking komt (bijvoorbeeld het aandoen van een korset, het controleren van de bloedsuiker bij diabetespatiënten), mag zij daarvoor een supplementaire vergoeding aanrekenen die niet door het ziekenfonds terugbetaald wordt. Wanneer het zorgafhankelijke patiënten betreft van categorie A, B of C mag de verpleegkundige dit supplement niet aanrekenen.

Bepaalde medische verbruiksgoederen (bijvoorbeeld verblijfsonden, specifiek wondzorgmateriaal enzovoort) en verzorgingsproducten (bijvoorbeeld zalven, ontsmettingsmiddelen of incontinentiemateriaal) moet de patiënt vooraf aankopen. Bij het toedienen van injecties worden de naald en spuit door de verpleegkundige geleverd. Bij wondzorg leveren zij de verbandset, de patiënt betaalt de bijkomende ontsmettingsmiddelen en verbanden. Er kunnen verschillen optreden in wat de verpleegkundigen aanrekenen, naargelang de regio of de dienst waar ze deel van uitmaken. Het kan dus nuttig zijn dit vooraf te bekijken met de verpleegkundigen!

Het is ook nog belangrijk te vermelden at thuisverpleegkundigen een forfaitair én supplementair honorarium krijgen in het geval dat de patiënt die ze verzorgen palliatief is.

Klachten?

Als u vindt dat u meer thuisverpleegkundige hulp nodig heeft dan u op dat moment krijgt, bespreek dit dan met uw verpleegkundige, met de hoofdverpleegkundige van de dienst of uw huisarts. Krijgt u niet de hulp die u nodig heeft na erover gepraat te hebben, kijk dan eventueel uit naar een andere verpleegkundige (dienst).

Indien u klachten heeft over de zorgen die door de verpleegkundige werden toegediend of over de frequentie van zorgverlening, dan kan u deze melden aan de medisch adviseur van uw ziekenfonds. Hij zal uw klacht, eventueel ter plaatse, onderzoeken en mogelijk maatregelen nemen.

De moeder van Els is zwaar zorgbehoevend en woont bij haar in. Ze had een verpleegster die tweemaal per dag langskwam, maar moeder had driemaal per dag een verpleegkundige nodig. Els zocht een andere verpleegster die wel bereid was om driemaal langs te komen. Toen ze die vond, contacteerde ze eerst de verpleegkundige en het diensthoofd die bijkomende hulp hadden geweigerd. Bij een kop koffie vroeg Els een visite méér, die haar nogmaals geweigerd werd. Els bedankte hen vriendelijk voor alle bewezen diensten, zei dat ze steeds tevreden was geweest maar dat ze vanaf heden een andere verpleegster had die wel driemaal per dag kon komen.


Diensten voor gezinszorg

Wat?

De diensten voor gezinszorg (vroegere gezins- en bejaardenhulp) kunnen u thuis bijstaan in de huishouding en in de persoonsverzorging. Zij bieden ook een algemene psychosociale en pedagogische ondersteuning. Een gezins- en bejaardenhelpster wordt nu ‘verzorgende’ genoemd.

Dit is een professionele kracht die op deskundige wijze kan instaan voor onder meer het bereiden van maaltijden, boodschappen doen, was en strijk, onderhoud van de woning, de persoonsverzorging van de zieke, gehandicapte of bejaarde persoon, de aandacht en de zorg voor kinderen, het scheppen van een aangename en rustige sfeer in huis en hulp bij administratieve taken.

In haar taak wordt de verzorgende ondersteund en begeleid door de maatschappelijk werker. Die beluistert uw hulpvraag en zoekt samen met u hoe u het best geholpen wordt. Zij kan u ook informeren over andere bestaande mogelijkheden in de thuiszorg.

De meeste erkende diensten voor gezinszorg beschikken ook over een poetsdienst (zie hieronder ‘Poetshulp‘).

Voor wie?

Gezinnen of ouderen die niet meer geheel zelfstandig kunnen instaan voor het huishouden of voor wie verzorging en ondersteuning noodzakelijk zijn, kunnen een beroep doen op diensten voor gezinszorg. Het kan gaan om personen met een handicap, zieke personen of personen met psychische of sociale moeilijkheden. Jonge gezinnen kunnen ook thuis hulp krijgen bij zwangerschap en geboorte.

De hulp heeft steeds de bedoeling om de zelfzorg van de zorgbehoevende persoon te stimuleren en de aanwezige mantelzorg te ondersteunen.

Waar?

De erkende diensten voor gezinszorg zijn georganiseerd als private vzw of als een openbare dienst, zoals een OCMW.

De lijst van erkende diensten kan worden opgevraagd bij de Werkgroep Thuisverzorgers en andere verenigingen van gebruikers en mantelzorgers. Vele OCMW’s beschikken over een dienst voor gezinszorg. Informeer u bij uw OCMW.

Enkele voorbeelden van private diensten voor gezinszorg zijn: Familiehulp, Familiezorg West-Vlaanderen, Familiezorg Oost-Vlaanderen, Landelijke Thuiszorg, Solidariteit voor het Gezin, Onafhankelijke Thuiszorg, Thuishulp van de Bond Moyson enzovoort. Meer informatie over deze private diensten vindt u terug bij de links op de Thuiszorgsite van de Vlaamse Gemeenschap: http://www.zorgengezondheid.be.

Beroep doen op een dienst voor gezinszorg is onafhankelijk van uw lidmaatschap bij een mutualiteit.

Prijs?

De diensten voor gezinszorg worden erkend en gesubsidieerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Dit houdt in dat er vaste reglementeringen gelden en dat ook de financiële bijdrage van de cliënt op eenvormige wijze wordt vastgesteld voor alle erkende diensten.

De bijdrage die u betaalt voor de hulp is enerzijds afhankelijk van de gezinssamenstelling en anderzijds afhankelijk van het inkomen en de lasten van de zorgbehoevende persoon en zijn gezin. Onder ‘lasten’ verstaat men de uitzonderlijke medische en farmaceutische onkosten die het gezinsbudget op een abnormale wijze belasten.

Men houdt hier rekening met alle inkomsten van de alleenstaande en alleenwonende persoon of van twee of meerdere personen van dezelfde generatie die samen een huishouden vormen. Als personen van verschillende generaties in dezelfde woning verblijven en er gemeenschappelijk leven, moet er enkel rekening gehouden worden met de inkomsten van de generatie waartoe de zorgbehoevende persoon behoort. Met de inkomsten van de andere generaties moet dan geen rekening gehouden worden.

De minimumbijdrage bedraagt €0,50 per uur, doch kan oplopen tot de reële kostprijs van de hulp, die in uitzonderlijke gevallen tot €22,50 kan bedragen. De gemiddelde bijdrage ligt rond de €3,00 per uur.

Op dit bedrag kan de dienst voor gezinszorg een toeslag van 5% per uur toepassen indien de dienst in uw regio ‘wijkwerking’ voor de verzorgenden organiseert. Ook kan een toeslag worden aangerekend voor het verlenen van hulp- en dienstverlening op onregelmatige uren. Het betreft 30% voor hulp verleend op zaterdagen of tussen 20u en 7u. Voor hulp verleend op zon- en feestdagen kan 60% toeslag aangerekend worden.

In bepaalde omstandigheden kunnen belangrijke medische kosten tegen bewijzen ingebracht worden en in vermindering worden gebracht van het inkomen.

Daarenboven hebben zwaar zorgbehoevende cliënten recht op een aantal forfaitaire kortingen op de cliëntbijdrage:

  • voor zware zorgbehoevendheid geldt een korting van €0,65 per uur (de graad van zorgbehoevendheid wordt bepaald aan de hand van de ‘BEL-schaal’, mensen met een score op de ‘BEL-schaal’ van minstens 35 punten worden beschouwd als zwaar zorgbehoevende personen);
  • indien men daarnaast langdurige gezinszorg geniet (langer dan 1 jaar), geldt een bijkomende korting van €0,25 per uur;/li>
  • indien men ook nog meer dan 60 uur per maand gezinszorg geniet, geldt een bijkomende korting van €0,35 per uur.

Tot slot kan vanuit de Dienst voor Gezinszorg een afwijkende gezinsbijdrage worden vastgesteld, in afspraak met het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Dit gebeurt indien de bijdrage volgens het vastgestelde barema niet in overeenstemming is met uw reële financiële draagkracht. Hierbij kan ook rekening gehouden worden met ernstige sociale problemen.

Zie de bijlage achteraan voor meer informatie rond de BEL-schaal.

Procedure?

Wanneer u een beroep doet op een dienst voor gezinszorg, dan wordt er een sociaal onderzoek uitgevoerd. De maatschappelijk werker zal de graad van zorgbehoevendheid vaststellen aan de hand van de BEL-schaal. Hij zal nagaan wat de persoon waarvoor hulp wordt gevraagd nog kan of niet kan. Zo zal er een score worden bepaald. Er wordt beslist hoeveel uren hulp u kan krijgen. Tevens wordt uw financiële bijdrage berekend aan de hand van bewijsstukken, waaronder uw belastingsbrief.

U vindt de berekeningswijze van de bijdrage terug in het formulier ‘F51’ dat aan u ter ondertekening wordt voorgelegd. Onderteken dit formulier pas wanneer het volledig is ingevuld. De cliëntbijdrage wordt regelmatig herzien, minstens jaarlijks, of bij belangrijke wijzigingen in de situatie. Dit formulier vindt u terug in bijlage.

Opmerking: Soms betalen het ziekenfonds, het OCMW, de provincie of uw (gewezen) werkgever een deel van de kosten voor gezinszorg terug. Informeer u hierover. Ook de maatschappelijk werker van de dienst gezinszorg moet u hierover inlichten.

Beschikbaarheid?

Met de dienst voor gezinszorg kan u bespreken wanneer en hoeveel hulp u nodig heeft. Indien noodzakelijk kan een verzorgende ook ‘s nachts, in het weekend of op feestdagen helpen. Dit kan enkel indien het noodzakelijk is om een goede thuiszorg mogelijk te maken (bijvoorbeeld ter ondersteuning van de activiteiten van het dagelijks leven en de persoonsverzorging).

Als de dienst voor gezinszorg niet kan tegemoetkomen in de noodzakelijke hulp, dan zijn ze verplicht samen te werken met de andere diensten. Het is dus mogelijk dat de verschillende diensten voor gezinszorg in overleg bij één gezin langskomen.

Klachten?

Het is belangrijk al uw wensen, vragen en bedenkingen met betrekking tot de hulpverlening te bespreken met de maatschappelijk werkster. Zij heeft de opdracht samen met u de gepaste oplossing te zoeken voor uw specifieke situatie.

Eventueel kan u uw vragen of mogelijke klachten ook melden aan het diensthoofd.

In het kader van het kwaliteitsdecreet hebben alle diensten een klachtenprocedure. Bij de start van de hulpverlening is elke erkende dienst verplicht u hierover informatie te geven.

Indien uw klacht onvoldoende gehoor vindt bij de maatschappelijk werker of diensthoofd, kan u in laatste instantie terecht bij de administratie van de Vlaamse Gemeenschap:

Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
Erna Scheers
Preventie, Eerstelijn en Thuiszorg
Team Eerstelijn en Thuiszorg
Koning Albert II laan 35 bus 33
1030 BRUSSEL
Tel: 02/553 33 55
Fax: 02/553 36 90

Aanvullende diensten:

Ergotherapeuten

Wat?

Een ergotherapeut is vanuit zijn opleiding erop gericht het dagelijks functioneren van personen, die in hun handelingen beperkt zijn, zo gemakkelijk mogelijk te maken.

Een ergotherapeut kan helpen bij het leren gebruiken van hulpmiddelen, het aanpassen van de woning aan bepaalde beperkingen van de bewoner, het zoeken van een aangename tijdsbesteding, het helpen organiseren en uitvoeren van een dagplanning in de huishouding voor personen met psychische problemen enzovoort.

Naast deze concrete en praktische gerichte hulp kan de ergotherapeut ook instaan voor therapie aan huis, voor die personen waarvoor de arts dergelijke begeleiding nodig acht. Het gaat om oefeningen voor kinderen met leerproblemen, training in kookactiviteiten voor zelfstandig wonende personen met een handicap, leren omgaan met geschikt materiaal voor tijdsbesteding, oefeningen voor personen die na een hersenbloeding liever thuis revalideren enzovoort.

De ergotherapeut zal bij de aanvang van een interventie met de hulpvrager en de eventuele doorverwijzer bespreken wat precies de inhoud van de hulpvraag is en op welke wijze er het best kan worden samengewerkt om deze vraag optimaal te beantwoorden.

Voor wie?

Wie concrete hulp of therapie aan huis, zoals hierboven verduidelijkt, nodig heeft, kan een beroep doen op een ergotherapeut.

Waar?

U kan terecht bij de sociale dienst van het ziekenfonds of bij zelfstandige ergotherapeuten. Daarnaast hebben ook verschillende OCMW’s, lokale en regionale dienstencentra’s en diensten voor gezinszorg ergotherapeuten ter beschikking.

Voor heel Vlaanderen werd een netwerk van dienstverleners-ergotherapeuten opgezet, met de naam ‘EDITH’ (Ergotherapeutische Dienstverlening In Thuiszorg). EDITH is te bereiken op het centraal nummer 0497/37.15.57.

De contactnummers voor de verschillende provincies zijn:

  • Antwerpen: 03/226 28 61
  • Oost-Vlaanderen: 051/68 90 69
  • Vlaams-Brabant: 03/226 28 61
  • West-Vlaanderen: 0477/67 71 15
  • Limburg: 0497/54 08 33

Prijs?

De ergotherapeut heeft geen statuut, zodat prijzen niet vastliggen. De ergotherapeut zal zowel met de hulpvrager zelf werken als samenwerken met de professionele en niet-professionele hulpverleners om op die wijze de kosten van de ergotherapeutische interventie zo laag mogelijk te houden, aangezien er totnogtoe geen terugbetaling voorzien is.

Doet u een beroep op een ergotherapeut die is aangesloten bij EDITH, dan garandeert deze u een kwaliteitsvolle dienstverlening tegen een maximumprijs van €12,50 per half uur (prijs in 2005).

Sommige ziekenfondsen hebben, vanuit de aanvullende vrije verzekering, een eigen dienst ergotherapie. Vaak is die goedkoper of zelfs gratis.

Logopedisten

Wat?

Een logopedist heeft een opleiding van 3 of 4 jaar genoten en heeft sinds 1995 een beroepsstatuut. Elke logopedist kan een erkenningsnummer bij het RIZIV aanvragen. Sommige logopedisten werken in dienstverband (bijvoorbeeld in een ziekenhuis, een revalidatiecentrum of een school). Anderen werken op zelfstandige basis en komen al dan niet aan huis.

Voor wie?

Voor kinderen en volwassenen biedt de logopedist hulp bij spraakproblemen zoals articulatiestoornissen (vb. lispelen), vloeiendheidsstoornissen (vb. stotteren, broddelen) of stemstoornissen (vb. aanleren van slokdarmspraak na het operatief verwijderen van de stembanden). Daarnaast behandelt de logopedist eveneens taalproblemen (vb. taalontwikkelingsstoornissen; afasie na CVA of beroerte), leerproblemen (vb. dyslexie, dyscalculie) en gehoorproblemen (vb. ouderdomsdoofheid). De logopedist kan ook hulp bieden aan kinderen met eet- en drinkproblemen en volwassenen met slikproblemen (vb. afbouwen van sondevoeding, leren slikken na wegname van een gezwel in de mond, afasie).

Waar?

U vindt logopedisten in de Telefoongids (Handels- en Beroepengids). U kan ook terecht bij de sociale dienst van uw ziekenfonds. De Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (VVL) geeft jaarlijks een lijst uit met alle aangesloten logopedisten. Het adres is :

Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (VVL),
Stadspoort 21 bus 3
2200 Herentals
Tel.: 014/21 90 11
Fax: 014/22 08 73
Website: http://www.vvl.be

Prijs?

De zelfstandige logopedist werkt op voorschrift van een geneesheer-specialist. Niet alle logopedische problemen komen voor terugbetaling in aanmerking. Raadpleeg hiervoor de sociale dienst van uw ziekenfonds of de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (VVL). Om een terugbetaling te verkrijgen dient de logopedist eerst een aanvraag tot tussenkomst in te dienen bij het ziekenfonds van de patiënt. Het ziekenfonds zal dan over het al dan niet terugbetalen beslissen en deze beslissing schriftelijk meedelen aan de patiënt. Bij een positief antwoord wordt de behandeling voor 75% terugbetaald (90% voor WIGW’s met voorkeurregeling). Een behandeling bij een zelfstandige logopedist kost €15,87 (prijs in 2005) per sessie (minimum 30 minuten).

Kinesitherapeuten

Wat?

De kinesitherapeut heeft een universitaire of hogeschoolopleiding genoten en beschikt sinds 1995 over een volwaardig beroepsstatuut. Hij heeft erkenning zowel bij het Ministerie van Sociale Zaken (RIZIV) voor de terugbetaling van zijn prestaties als bij het Ministerie van Volksgezondheid. Sommige kinesitherapeuten hebben zich bijgeschoold in bijzondere bekwaamheden zoals incontinentie, lymfedrainage, kinderen met een hersenletsel, manuele therapie enzovoort. De meesten werken als zelfstandigen in een eigen praktijk of in een associatie. Anderen werken in een bediendestatuut in een instelling (ziekenhuis, rust- en verzorgingstehuis, revalidatiecentrum) of zijn verbonden aan een onderwijsinstelling (BLO, BuSo).

Voor wie?

Mensen die nood hebben aan massage, mobilisatietechnieken, verscheidene vormen van oefentherapie en fysiotechniek (elektrotherapie, thermotherapie, ultrageluid enzovoort) kunnen terecht bij een kinesitherapeut. Hij zal, aangepast aan de individuele noden van de patiënt, de gevolgen op het bewegingsstelsel van ziekte- en verouderingsprocessen, ongevallen of chirurgische ingrepen tot een minimum herleiden. Ook de behandeling van circulatiestoornissen, ademhalingsproblemen, incontinentiestoornissen, houdingsafwijkingen e.a. behoort tot zijn werkterrein.

Waar?

De adressen van de kinesitherapeuten vindt u in de rubriek kinesitherapeuten in de Gouden Gids.

Prijs?

De kinesitherapeut werkt op voorschrift van een verwijzend arts. Dit voorschrift is een noodzakelijk document om terugbetaling van het ziekenfonds te verkrijgen. Hij kan zowel in het eigen kabinet als aan huis behandelen. De keuze is afhankelijk van de mobiliteit van de patiënt en de aangewezen behandeltechnieken.

De patiënt zal, afhankelijk van zijn sociaal statuut (mensen met verhoogde tegemoetkomingen, onder andere WIGW), al dan niet gekoppeld aan de voorkeursregeling en van de aard van de aandoening, terugbetaling van het ziekenfonds genieten.

Iedereen heeft recht op 18x kine (= courante zittingen) met hoogste terugbetaling, afhankelijk van het statuut waarin de patiënt zich bevindt (WIGW of gewone rechthebbende, vb). Voor dezelfde aandoening kan de patiënt op voorschrift van de arts nog steeds kine volgen en dit onbeperkt, MAAR het remgeld ligt ongeveer dubbel zo hoog. Voor een andere pathologie kan echter, mits motivatie van de voorschrijvende arts opnieuw 18 x kine bekomen worden. Het aanvragen van kine voor een andere pathologie kan per rechthebbende 3x per jaar aangevraagd worden.

Indien de patiënt een ernstige aandoening is overkomen (= F-pathologie) heeft hij recht op 60x kine met hoogste terugbetaling volgens zijn statuut, boven de 60x geldt dan weer de regel van verhoogd eigen aandeel.

Indien de patiënt een zeer ernstige aandoening is overkomen (meestal zonder volledig herstel) dan heeft de patiënt recht op alle dagen kine, de kinesitherapeut vraagt dan een goedkeuring voor E-pathologie aan bij de adviserend geneesheer. Gaat deze laatste akkoord, dan wordt de E-pathologie toegekend voor maximum 3 jaar (maar deze kan praktisch altijd verlengd worden). De meeste thuiszorgpatiënten vallen onder E-pathologie.

Voetbehandeling

Wat?

De pedicure heeft een speciale opleiding genoten. Zij verschilt daarin van de schoonheidsspecialiste, die ook aan voetverzorging kan doen, maar zich moet beperken tot het bijknippen en verzorgen van nagels aan handen en voeten.

De podoloog verschilt van de pedicure. Dit is een paramedicus die na verwijzing van een arts of specialist patiënten met klachten ter hoogte van de voet onderzoekt en indien nodig behandelt. Hij behandelt de voet met klachten en functiestoornissen. De podoloog beschikt hiervoor over speciale onderzoeks- en behandelingstechnieken. Enkel en alleen diegenen die een voltijdse dagopleiding (graduaatsopleiding) van minimum drie jaar hebben doorlopen mogen zich gegradueerd podoloog noemen. Meer informatie over podologen vindt u op de website van de Vereniging van Gegradueerde in de Podologie:

http://www.podologieweb.be

Voor wie?

Wie (zonder risicofactoren zoals diabetespatiënten,…) nood heeft aan verzorging van kalknagels, likdoorns, ingegroeide nagels, eelt enzovoort kan een beroep doen op een pedicure. De pedicure kan mensen thuis ontvangen of op huisbezoek gaan. U kan op voorschrift van de huisarts een pedicure aanvragen, maar dit kan evengoed gebeuren op eigen initiatief.

Mensen met ernstige klachten en functiestoornissen of risicopatiënten (bijvoorbeeld diabetespatiënten en reumapatiënten) met bovenvernoemde klachten gaan naar een podoloog, op verwijzing van een arts.

Waar?

U vindt pedicuren in de Gouden Gids onder de rubriek ‘Pedicure’. Ook in sommige lokale dienstencentra kan je terecht voor een pedicure.

U vindt een gegradueerde podoloog via de website van de gouden gids en via podologieweb.

Prijs?

De prijzen voor een behandeling bij een pedicure zijn niet gereglementeerd. Dit betekent dat de pedicure zelf de prijs bepaalt, deze kan variëren tussen €7,50 en €50,00 per behandeling.

De prijzen voor behandelingen door een gegradueerd podoloog voor diabetespatiënten met een bepaald risicoprofiel zijn wel gereglementeerd en bedragen €25,13.

Sommige ziekenfondsen betalen een deel van de kosten terug (afhankelijk van bepaalde voorwaarden, zoals de leeftijd van de patiënt) wanneer u op voorschrift van de arts naar een pedicure of naar een gegradueerd podoloog is geweest. Laat u de pedicure aan huis komen, dan is het mogelijk dat u extra verplaatsingskosten betaalt.

Diëtist

Wat?

De diëtist of gegradueerde in de voedings- en dieetkunde heeft een opleiding van drie jaar hoger onderwijs genoten. Sinds 1997 is de beroepstitel ‘diëtist’ wettelijk erkend. De diëtist werkt op voorschrift van de behandelend geneesheer. De arts schrijft een dieet voor, dat door de diëtist wordt uitgewerkt tot concrete en praktische voedingsadviezen. Wanneer men niet lijdt aan een bepaalde ziekte waardoor een dieet noodzakelijk is, maar toch advies wil van een diëtist, is geen dieetvoorschrift van de arts vereist.

De diëtist is dus opgeleid om voedingsconsultaties op professionele wijze te voeren. Hij zorgt voor geïndividualiseerde diëten, aangepast aan uw persoonlijke eet- en leef-gewoontes. Hij helpt u bij het navolgen van het dieet.

Voor wie?

Zowel zieke als gezonde mensen die advies willen krijgen inzake voeding, kunnen bij een diëtist terecht. Dit kan gaan om adviezen bij gewichtsproblemen, suikerziekte, te hoog cholesterolgehalte in het bloed, principes van gezonde voeding, spijsverteringsmoeilijkheden, eetstoornissen bij kinderen of bij volwassenen, opvolging van sondevoeding thuis, voeding voor bejaarden, allergieën en voedingsintoleranties, voeding bij zwangerschap, borstvoeding, vegetarische voeding, sportvoeding enzovoort.

Waar?

Dieetconsultaties kunnen doorgaan in het ziekenhuis of in een zelfstandige praktijk. Sommige zelfstandig werkende diëtisten komen ook aan huis.

Adressen van zelfstandig werkende diëtisten kan men bekomen:

  • bij de huisarts, die regelmatig met diëtisten samenwerkt;
  • door de Telefoongids (Handels- en beroepengids) te raadplegen onder de rubriek ‘Diëtisten’;
  • door contact op te nemen met de Vlaamse Vereniging van Voedingskundigen en Diëtisten:

Vlaamse Vereniging van Voedingskundigen en Diëtisten
Vergote Square 43
1030 Brussel
Tel: 02/380 80 98 of 0478/48 20 48
Website: http://www.vvvd.be

Ook in sommige lokale dienstencentra kan je terecht voor een diëtist.

Prijs?

Er bestaan geen wettelijk vastgelegde tarieven voor consultaties. De prijs van een raadpleging kan door elke diëtist vrij bepaald worden. Vanuit de Vlaamse Vereniging van Voedingskundigen en Diëtisten worden wel richtprijzen opgesteld. Deze vereniging beveelt aan de consultatietarieven te berekenen aan €37,18 per uur. Een eerste en een tweede consultatie duren elk ongeveer 1 uur, de derde en daaropvolgende duren 15 tot 30 minuten. Deze tijdsduur is uiteraard afhankelijk van de werkwijze van de diëtist. Er zijn geen terugbetalingstarieven voorzien voor de prestaties van de diëtist, alleen voor diabetespatiënten die beschikken over een diabetespas. Meer informatie hierover vindt u op de website van de Vlaamse Diabetes Vereniging:

http://www.diabetespas.be

Tandarts aan huis

Wat?

Een tandarts kan in principe aan huis komen. In de praktijk gebeurt dit slechts in uitzonderlijke gevallen. Een goede tandverzorging is erg belangrijk en wordt al te vaak onderschat.

Voor wie?

Wanneer uw ouder, uw partner of uw kind zich moeilijk kan verplaatsen of wanneer hij of zij in een vreemde omgeving gedragsmoeilijkheden vertoont (vb. bij een dementerende), dan kan u de tandarts vragen aan huis te komen. Dit is echter niet altijd mogelijk: voor sommige ingrepen is materiaal nodig dat niet kan of mag verplaatst worden. Bovendien moeten steeds wettelijke en deontologische verplichtingen in acht genomen worden.

Waar?

Tandartsen vindt u in de Telefoongids (Handels- en beroepengids) onder de rubriek ‘Tandartsen’.

Prijs?

De prijs van een huisbezoek is niet geconventioneerd; de tandarts mag vragen wat hij wil. Enkel wanneer een tandarts schriftelijk door een arts bij de zieke thuis ter consult wordt geroepen, is er een tegemoetkoming door de ziekteverzekering mogelijk. Voor alle andere consultaties aan huis is er geen terugbetaling.

Tijdelijke opvang buitenshuis

In een thuiszorgsituatie zijn er altijd wel eens momenten dat de mantelzorger er even tussenuit wil, voor korte of voor langere tijd. U heeft zelf gezondheidsproblemen, u wil op vakantie met uw gezin of u wil gewoon even geen thuiszorgzorgen aan uw hoofd. Het kan ook zijn dat u de thuiszorg zo organiseert dat de persoon tijdens e dag naar een dagcentrum gaat en dat zo de thuiszorg beter haalbaar is. Hiervoor bestaan in Vlaanderen de zogenaamde ‘thuiszorgondersteunende initiatieven’. Deze nemen de zorg voor de zorgbehoevende persoon tijdelijk over, hetzij enkel tijdens de dag, hetzij ook ‘s nachts of voor een beperkte periode.

  1. Dagcentra voor personen met een handicap
  2. Wat?

    Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (het voormalige Vlaams Fonds) erkent en subsidieert een aantal dagcentra die aan niet-werkende personen met een handicap arbeidsvervangende activiteiten aanbieden. Ze beogen het aanleren en het onderhouden van diverse vaardigheden volgens ieders mogelijkheden. De personen met een handicap kunnen er op werkdagen terecht van 8u tot 18u en dit het hele jaar door. Er is mogelijkheid tot vervoer van en naar huis.

    Voor wie?

    Deze dagcentra richten zich tot meerderjarige personen met een handicap die niet tewerkgesteld kunnen worden, ook niet in een beschutte werkplaats.

    Waar?

    U moet een schriftelijke aanvraag doen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (zie hoofdstuk 13).

  3. Dagverzorgingscentra
  4. Wat?

    In een dagverzorgingscentrum kan men overdag terecht wanneer men geen intensieve medische behandeling en/of toezicht nodig heeft, maar wel behoefte heeft aan opvang, voeding, verpleging, verzorging en hulp bij activiteiten van het dagelijks leven, pedicure, hygiënische zorgen, logopedie, ergotherapie, kinesitherapie en mictietraining (= training inzake continentie). In een dagverzorgingscentrum wordt de zelfzorg gestimuleerd. De zorgbehoevende persoon heeft er kans tot sociale contacten en kan deelnemen aan allerlei activiteiten.

    De erkende dagverzorgingscentra zijn gereglementeerd in het thuiszorgdecreet, dat ook de regionale spreiding van de centra bepaalt.

    Inspraak van gebruikers wordt gegarandeerd via het verplichte, semesteriële overleg. De centra zijn ook verplicht in te gaan op suggesties, bemerkingen en klachten.

    Het vervoer naar en van de dagverzorgingscentra moet door de centra worden geregeld, zij kunnen daarvoor beroep doen op gespecialiseerde instanties, zoals de Minder Mobielen Centrale.

    Voor wie?

    Deze voorzieningen zijn volgens het thuiszorgdecreet bedoeld voor alle zorgbehoevende personen, ongeacht hun leeftijd.

    Waar?

    Dagverzorgingscentra kunnen in elke gemeente worden opgericht. Een functionele band met een erkend rusthuis is een verplichting. Dagverzorgingscentra vindt men dus vaak gekoppeld aan rusthuizen.

    Naast de erkende centra (erkend door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) bestaan er ook niet-erkende centra. Deze centra zijn even kwalitatief. Sommige mutualiteiten komen, vanuit de aanvullende verzekering, ook tussen bij niet-erkende centra. Vraag hier naar bij uw ziekenfonds.

    Werkgroep Thuisverzorgers en de andere verenigingen van gebruikers en mantelzorgers beschikken over de lijsten van de erkende dagverzorgingscentra in Vlaanderen. Deze lijst vindt u ook terug op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

    Prijs?

    Aan de gebruikers wordt een dagprijs aangerekend. Deze bevat alle kosten voor het verblijf en de aangeboden hulp- en dienstverlening, behalve die diensten waarvoor in de overeenkomst een extra vergoeding wordt voorzien. Met de gebruiker wordt een overeenkomst afgesloten waarin deze dagprijs wordt vermeld, alsook de wijze van betalen en opgave van eventuele extra diensten en de verblijfs- en ontslagcriteria.

    Afhankelijk van leeftijd en type voorziening met of zonder vervoer ligt de prijs van deze voorzieningen tussen €4,57 en €10,38 per dag.

  5. Centra voor kortverblijf
  6. Wat?

    In een centrum voor kortverblijf kunnen zorgbehoevende personen die tijdelijk niet thuis kunnen worden verzorgd voor een beperkte korte periode terecht (bijvoorbeeld omdat het verzorgend gezin met verlof gaat of omdat de mantelzorger nood heeft aan een adempauze).

    Zorgbehoevende personen kunnen er terecht voor verblijf, hygiënische hulp- en dienstverlening, psychologische ondersteuning en revalidatie, maar ook voor animatie, ontspanning en sociale contacten.

    Zorgbehoevende personen kunnen maximum 90 dagen per jaar in een centrum voor kortverblijf doorbrengen, maar ten hoogste 60 dagen aaneensluitend. Ze kunnen in die periode in verschillende dagcentra terecht, zolang de maximumperiode niet wordt overschreden.

    De centra voor kortverblijf zijn gereglementeerd door het thuiszorgdecreet, dat ook de regionale spreiding ervan bepaalt. Deze initiatieven zijn nog erg beperkt in aantal. Bovendien hebben de meeste initiatieven enkel ouderen of zelfs enkel dementerende bejaarden als doelgroep. Voor volwassen zorgbehoevende personen is er nog zo goed als niets voorhanden.

    Inspraak van de gebruikers wordt gegarandeerd door het thuiszorgdecreet, dat de centra oplegt te voorzien in de mogelijkheid suggesties, bemerkingen en klachten te uiten en daar ook daadwerkelijk op in te spelen.

    Voor wie?

    Centra voor kortverblijf voorzien volgens het thuiszorgdecreet in opvang van alle zorgbehoevende personen in de thuiszorg. Een aantal regelingen maakt echter duidelijk dat de centra in de eerste plaats op bejaarden gericht zijn. Zo moet een centrum voor kortverblijf functioneel en bouwkundig één geheel vormen met een rusthuis. Verder moet bij opname van een zorgbehoevende persoon onder de 60 jaar worden aangetoond dat er in de omgeving geen andere geschikte voorzieningen bestaan. Kinderen (onder de 18 jaar) kunnen in de centra voor kortverblijf alvast niet terecht.

    Waar?

    Zoekt u opvang, informeer u dan bij de plaatselijke rust- en verzorgingstehuizen, bij de sociale dienst van uw ziekenfonds, bij het lokaal of regionaal dienstencentrum of bij de rusthuisinfofoon (078/15 25 25, elke werkdag tussen 9u en 12u). Deze gegevens vindt u ook op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

    Zoekt u opvang voor een persoon met een handicap, informeer u dan bij de sociale dienst van uw ziekenfonds of bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap met zijn provinciale afdelingen (zie hoofdstuk 13).

    Naast de erkende centra (erkend door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) bestaan er ook niet-erkende centra. Het gebeurt ook vaak dat bepaalde rusthuizen, zonder hiervoor erkend te zijn, hiervoor een oplossing zoeken. Sommige mutualiteiten komen, vanuit de aanvullende verzekering, ook tussen bij niet-erkende centra. Vraag hierom bij uw ziekenfonds.

    Werkgroep Thuisverzorgers beschikt over de lijsten van de erkende centra voor kortverblijf in Vlaanderen. Deze lijst vindt u ook terug op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

    Prijs?

    Aan de gebruikers wordt een dagprijs aangerekend. Deze bevat alle kosten voor het verblijf en de aangeboden hulpverlening, behalve de diensten waarvoor bij overeenkomst een extra vergoeding wordt voorzien. Er wordt een overeenkomst gesloten tussen het centrum en de gebruiker, waarin de dagprijs, de opgave en betaling van eventuele extra diensten en de verblijfs- en ontslagcriteria worden vermeld.

    Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap subsidieert een aantal kortverblijven voor personen met een handicap. Ze zijn bedoeld voor zowel minderjarige als meerderjarige personen met een handicap. Hiervoor dient u een schriftelijke aanvraag in bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap .

    Bovendien kunnen bepaalde voorzieningen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap voor korte tijd (30 dagen) iemand opnemen (logeerfunctie). Hiervoor volstaat het dat u over een goedkeuring voor om het even welke zorgvraag beschikt (dus ook voor materiële hulp) en dat de voorziening deze logeerfunctie mag aanbieden. Deeltijds gebruik van een voorziening (enkele dagen per week, halve dagen, …) is eveneens mogelijk.

Oppashulp of assistentie

Wat?

Meestal gaat het om vrijwilligers die gegroepeerd, begeleid en gevormd worden vanuit een professionele organisatie.

U neemt best tijdig contact op met een organiserende dienst. Laat hen weten wanneer en hoe lang u precies iemand nodig heeft (bijvoorbeeld zaterdag van 14u tot 18u). Het diensthoofd zal contact opnemen met de oppas(s)(t)ers en zoekt uit wie vrij is. Hij laat u vervolgens weten of u iemand mag verwachten.

Het blijft moeilijk om in bepaalde regio’s een oppas te vinden, toch blijft het de moeite om dit in uw eigen regio na te kijken. U kan hiervoor ook beroep doen op privé-personen (zie hieronder privé-personen).

Voor wie?

Zorgbehoevende personen die oppas of assistentie nodig hebben, kunnen een beroep doen op oppasdiensten. Dit houdt in dat zij een oogje in het zeil houden wanneer de mantelzorger afwezig is, dat zij de zieke gezelschap houden, dat zij zeer eenvoudige zorgtaken overnemen zoals eten geven, helpen bij het naar het toilet gaan, in en uit de zetel helpen, …

Huishoudelijk werk en/of verpleegkundige zorgen behoren in principe niet tot hun takenpakket, alhoewel sommige diensten dit onder bepaalde voorwaarden toch toestaan.

Waar?

U vindt oppasdiensten bij de ziekenfondsen, bij de Gezinsbond, bij erkende diensten voor gezinszorg, bij verpleegkundige diensten, bij erkende samenwerkingsinitiatieven, bij het OCMW, bij privé-initiatieven en bij diensten voor palliatieve hulpverlening. Informeer dus op verschillende plaatsen. Sommige diensten zijn erkend door de Vlaamse Gemeenschap of door het Provinciebestuur.

De lijst met oppasdiensten al dan niet erkend door de Vlaamse Gemeenschap is bij de Werkgroep Thuisverzorgers te verkrijgen.

Prijs?

U betaalt in de meeste gevallen de verzekering van de oppas(s)(t)er en een bijdrage voor de organisatie van de dienst. De prijs voor een uur oppas overdag schommelt tussen €1,23 en €2,97 per uur. De prijs voor oppas voor een nacht kan variëren van gratis tot €50,00 en meer. Indien er meerdere oppasdiensten in uw streek werkzaam zijn, vergelijk dan hun prijzen. Die kunnen immers erg verschillen naargelang de organisatie. Vergelijk deze ook met de prijs die privé-personen vragen om te komen oppassen.

Opvang van ouderen en personen met een handicap in een gastgezin of welkomgezin

Wat?

Een gastgezin of een welkomgezin is een gezin of een alleenstaande die in zijn woning ruimte heeft om een oudere op te vangen. De opvang kan zeer ruim bekeken worden. Een gezin kan dus voor verschillende vormen van opvang kiezen: zoals enkel kortopvang bieden of nachtopvang, enkel mee een maaltijd gebruiken of een halve of volledige dag doorbrengen.

Daarnaast kan een gezin flexibeler ingaan op de individuele vragen, noden en interesses van de oudere.

Voor wie?

Er kunnen zich situaties voordoen waar de zorg thuis te zwaar wordt, waar de familie even aan rust toe is of zelf met gezondheidsproblemen kampen. Het bestaan van een netwerk voor gastgezinnen of welkomgezinnen als nieuwe vorm van opvang kan zeker een ondersteuning bieden om de thuiszorg langer mogelijk te maken.

Waar?

Reeds jaren geleden kwamen de eerste initiatieven in Vlaanderen van de grond. De idee ‘opvang van ouderen in onthaalgezinnen’ bestaat al jaren maar omwille van gebrek aan financiële steun doofden de meeste initiatieven uit. De Vlaamse Gemeenschap heeft deze vorm van opvang en ondersteuning herontdekt en voorziet nu (beperkte) financiële middelen.

Er bestaan volgende initiatieven:

Stichting Welzijn voor Ouderen Assenede/Sas van Gent
Westkade 103
4551 CG Sas van Gent
Nederland
Tel: 0031 115 452 860
Tel: 09/344 36 10 (Assenede) of 0497/25 42 17

Steunpunt Groene Zorg
Remylaan 4b
3018 Wijgmaal-Leuven
Tel : 016/24 49 22
Fax: 016/24 39 72
Website: http://www.groenezorg.be

Prijs?

De gast betaalt een bedrag afhankelijk van de duur van de opvang.

Gastgezinnen bepalen zelf hoe vaak ze iemand willen opvangen. De gastgezinnen ontvangen bij Sociale Familiezorg een niet belastbare vergoeding van €35,00 per 24 uur. Bij stichting Welzijn voor ouderen ontvangt het gezin €20,00 euro voor een dag en €30,00 voor dag- en nachtopvang.

Nachtopvang

De noodzaak aan nachtopvang wordt meer en meer herkend. Een aantal initiatieven werden recent opgericht. Zoek best uit wat er in uw streek mogelijk is. Sommige privé-personen zijn ook bereid dit te doen. In bepaalde rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen kan u een beroep doen op nachtopvang voor bijvoorbeeld een dementerende ouder of ouderen die ‘s nachts liever niet alleen in huis zijn. Sommige oppasdiensten zorgen ’s nachts ook voor oppas.

Pluralistisch Initiatief Nachtzorg Antwerpen

In Antwerpen bestaat het Pluralistisch Initiatief Nachtzorg Antwerpen.

De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de nachtzorg zijn:

  • zorgbehoevend zijn in ofwel een palliatieve situatie, ofwel een dementerende situatie ofwel een chronische ziektetoestand;
  • wonen in de fusiestad Antwerpen en Zwijndrecht.

De aanvraag gebeurt bij voorkeur met medewerking van de huisarts.

De hulpvraag kan door verzorgenden, vrijwilligers of via residentiële opvang (nachthotel) uitgevoerd worden. Afhankelijk van de zorgsituatie kan de hulpverlening door verzorgenden en/of vrijwilligers uitgevoerd worden.

De nachtopvang door verzorgenden kost €2,50 per begonnen nacht, voor vrijwilligers komt hier nog €1,75 per begonnen uur bij (enkel bij nachten van meer dan negen uur). De nacht is ondeelbaar; begint om 22u en eindigt om 7u.

Pluralistisch Initiatief Nachtzorg Antwerpen
Nationalestraat 111 (3de verdieping)
2000 Antwerpen
Tel: 03/220 17 77 (8u30-17u), 03/820 25 31 (17u-22u + weekend & feestdagen)
Website: http://www.nachtzorg.be

De Mantel
Deze dienst voor oppashulp richt zich tot personen die ervoor kiezen om zolang mogelijk thuis te blijven. Vrijwilligers zorgen voor oppas en gezelschap. Zij zijn actief sinds 2000 en hebben enkele vrijwilligers die zich beschikbaar stellen voor nachtoppas. Het werkingsgebied is groot Leuven en Herent. De nachtopvang kost €37,5 per nacht. Een nacht loopt van 20.00 uur tot 8.00 uur.
De Mantel, Seniorama vzw
Vanden Tymplestraat 35
3000 Leuven
Tel: 016/22 20 14
Website: http://www.seniorama.be

Poetshulp

Wat?

Bij een poetsdienst kan u terecht voor hulp bij het gewone wekelijkse onderhoud van de woning. Het behoort niet tot hun taak om de jaarlijkse grote schoonmaak te doen.

Vaak beschikken het OCMW en de erkende diensten voor gezinszorg over een poetsdienst.

Voor wie?

Wie zelf niet meer in staat is de woning regelmatig en goed schoon te maken, kan de hulp inroepen van een poetsdienst. Meestal wordt voorrang gegeven aan zorgbehoevende personen of aan mensen met een laag inkomen.

Waar?

U kan hieromtrent meer informatie bekomen bij het OCMW uit uw woonplaats of bij de diensten voor gezinszorg. U kan ook terecht bij het Plaat-selijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA) of de Lokale Werkwinkel uit uw gemeente.

Prijs?

De prijs die u betaalt, wordt vaak berekend aan de hand van uw inkomen en ligt doorgaans tussen €2,47 en €7,43 per uur. Sommige poetsdiensten hanteren dezelfde berekeningswijze als bij de erkende diensten voor gezinszorg.

Tegenwoordig kan poetshulp ook betaald worden met behulp van een dienstencheque (zie hieronder Dienstencheques).

Dienstencheques

Wat?

De dienstencheque is een initiatief van de federale regering. Het is een betalingsbewijs waarmee een gebruiker (met woonplaats in België) een werknemer betaalt voor het verrichten van thuishulp van huishoudelijke aard. Hieronder wordt begrepen:

Activiteiten bij de gebruiker thuis

  • schoonmaken van de woning met inbegrip van de ramen
  • wassen en strijken
  • kleine (occasionele) naaiwerken
  • bereiden van maaltijden

Activiteiten buiten het huis van de gebruiker

  • boodschappendienst
  • Minder Mobielen Centrale
  • strijken, met inbegrip van kleine occasionele herstelwerken

Voor wie?

Voor iedereen, dus niet uitsluitend voor zorgbehoevende personen. Soms kan een bepaalde erkende onderneming, zoals een OCMW of een dienst voor gezinszorg, zichzelf verplichtingen opleggen om bij prioriteit de zorgbehoevende personen te ondersteunen.

Waar?

Om cheques te bestellen, moet de gebruiker zich eerst inschrijven bij Sodexho. Deze firma is belast met het beheer van de cheques. De inschrijving is gratis.

Daarna neemt de gebruiker contact met een erkende onderneming van zijn keuze. Dit is een onderneming die specifiek erkend werd in het kader van het dienstenchequesysteem. Zowel diensten voor gezinszorg, OCMW’s en interimkantoren kunnen een dergelijke erkenning krijgen.

De erkende onderneming zendt vervolgens een werknemer bij de gebruiker. Per gepresteerd uur bezorgt de gebruiker een gedateerde en ondertekende dienstencheque aan de werknemer. Deze cheque kan enkel gebruikt worden voor het vergoeden van de werkelijk gepresteerde arbeidstijd. De werknemer moet dit document aanvullen en ondertekenen, vervolgens bezorgt hij deze aan zijn werkgever.

De procedure kan worden gewijzigd, informeer u.

Om de lijst van de erkende ondernemingen te kennen, voor het inschrijvingsformulier of voor bijkomende informatie, richt u zich tot het PWA of de Lokale Werkwinkel van uw gemeente of tot Sodexho.

Sodexho
Tel: 02/547 54 95
Website: http://www.dienstencheques-vlaanderen.be

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
Keizerslaan 7
1000 Brussel
Tel: 02/515 41 11
Fax: 02/514 11 06
Website: http://www.rva.be

Prijs?

De dienstencheque kost €6,70 en is 8 maanden geldig. Dienstencheques kunnen afgetrokken worden van de belastingen. Sodexho stuurt de gebruiker daarom elk jaar, vóór 1 maart, een fiscaal attest op. De berekening van het fiscaal voordeel kan elk aanslagjaar veranderen. De dienstencheques die niet gebruikt werden, kunnen terugbetaald en/of omgeruild worden tegen forfaitaire kosten van €0,25 per cheques binnen het aankoopjaar.

Klusjesdiensten

Wat?

Voor allerhande klusjes in en rond het huis kan u in bepaalde gemeenten een beroep doen op een klusjesdienst. Verschillende OCMW’s beschikken hierover. U kan zich ook wenden tot een Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA). Een PWA geeft langdurig werklozen en bestaansminimumtrekkers de kans iets bij te verdienen door opdrachten uit te voeren bij particulieren.

Voor wie?

In principe is de hulp die klusjesdiensten verlenen, bedoeld voor gezinnen met sociale of financiële problemen, die moeilijkheden ondervinden om deze werkjes zelf op te knappen.

In tegenstelling tot de klusjesdienst is de hulp van PWA’ ers bedoeld voor alle gezinnen (of ze nu te kampen hebben met financiële problemen of niet).

Waar?

Elke gemeente kan het initiatief nemen een klusjesdienst en/of een PWA op te richten.

Verdere informatie vindt u bij het OCMW, bij het PWA of Lokale Werkwinkel van uw gemeente of bij de RVA-secretariaten.

Prijs?

Doet u een beroep op een klusjesdienst van het OCMW, dan wordt u meestal een prijs aangerekend afhankelijk van uw inkomen.

Wanneer u op de diensten van het PWA een beroep wenst te doen, gebeurt de betaling met PWA-cheques. De prijs van een cheque bedraagt €7,45. Eén cheque heeft een waarde van één uur arbeid. De werkman in kwestie kan de cheque bij een uitbetalingsinstantie (de werkloosheidskas voor werklozen of het OCMW voor mensen met een leefloon) inwisselen voor geld. Voor iedere PWA-cheque ontvangt de werkzoekende €4,10. De bijdragen die u voor de diensten van het PWA betaalt, geven aanleiding tot belastingsvermindering. De lijst van toegelaten activiteiten is verschillend voor elk PWA. Meer informatie hieromtrent kan u bekomen op het PWA-kantoor in uw gemeente.

Maaltijdverstrekking aan huis

Wat?

Warme maaltijdverstrekking aan huis wordt geleverd door het OCMW, de gemeente en sommige traiteurs. Ook een aantal lokale dienstencentra en rust- en verzorgingstehuizen levert op aanvraag warme maaltijden aan huis. Niet alle diensten werken in het weekend.

Voor wie?

Gezinnen of bejaarden die zelf niet (meer) in staat zijn om hun maaltijden te bereiden, kunnen een beroep doen op een dienst voor warme maaltijdverstrekking aan huis.

Waar?

Op het gemeentehuis of in het OCMW weten ze u vast meer te vertellen. De adressen van de traiteurs vindt u in de Gouden Gids. Doe ook navraag bij de lokale dienstencentra, rust- en verzorgingstehuizen en diensten voor gezinszorg in uw buurt.

Prijs?

Doet u voor maaltijdverstrekking een beroep op traiteurs, lokale dienstencentra of rusthuizen, dan zal u vaststellen dat zij hun eigen prijzen hanteren.

Het OCMW rekent voor iedereen hetzelfde bedrag per maaltijd aan of past de kostprijs aan uw inkomen aan.

Vrije tijd en vakanties

  1. Vakanties voor zieken en hun mantelzorgers
  2. Op vakantie gaan met uw zieke is niet onmogelijk. Mantelzorgers kunnen met hun zorgbehoevende persoon hun eigen vakantie plannen en organiseren, indien zij een aantal aspecten niet uit het oog verliezen. Een trein, een vliegtuig,… hoeft bijvoorbeeld geen onbruikbaar vervoermiddel te zijn omdat de zorgbehoevende persoon een rolstoelgebruiker is. Waarschijnlijk zal u wel een aantal telefoontjes moeten doen naar de desbetreffende vervoersmaatschappijen om de toegankelijkheid te controleren (bijvoorbeeld: Zal er een oprijplank voorzien zijn?). Zoekt u een hotel met specifieke voorzieningen, vraag dit dan na bij het reisagentschap of bel zelf eens naar het hotel.

    Als u in het oog houdt wat de zorgbehoevende persoon en u leuk vinden, is er met een beetje organisatie heel wat mogelijk.

    Sommige ziekenfondsen organiseren in verlofperiodes vakanties voor zieken en hun verzorgers, zowel in binnen- als in buitenland. Vrijwilligers en verpleegkundigen staan in voor de animatie en de verzorging van de zieken. Het ziekenfonds betaalt u soms een deel van uw verblijfskosten terug.

    Twee keer per jaar gaan Léontine en Mauritz op vakantie naar Holland met de ziekenkas, voor 8 dagen. Die vakanties zijn enkel voor demente mensen en hun partners. Er gaat elk jaar een 15- tal koppels mee, met 15 helpsters en 2 verpleegsters. De vrijwilligers gaan met de demente mensen wandelen, doen activiteiten enzovoort. De mantelzorgers zijn de hele dag vrij: het is echt de bedoeling om hen vakantie te bieden. Zij doen daar dan georganiseerde uitstappen. Mauritz is heel tevreden over die vakanties, hij leeft er elke keer echt naartoe.

    Gehandicaptenverenigingen en koepelorganisaties organiseren vakanties voor hun patiënten: voor blinden en slechtzienden, voor mentaal gehandicapten, voor psychiatrische patiënten enzovoort. Ook bij de provinciebesturen kan u informatie vinden rond speciale vakanties voor mensen met een handicap.

    Informeer u bij uw ziekenfonds en bij uw eigen liga of zelfhulpgroep. Nuttige informatie vindt u ook in ‘Handiscoop’, het maandelijkse tijdschrift over handicap en inclusie van de Katholieke Vereniging Gehandicapten (KVG).

    Sommige gemeenten kennen een vakantietoelage toe aan langdurig zieken en mindervaliden voor de kosten van een aangepast vakantieverblijf dat door een sociale vereniging of erkend ziekenfonds georganiseerd wordt. Informeer u bij uw gemeentebestuur.

  3. Sport en hobby’s
  4. Dat sport een positieve invloed heeft op de fysieke conditie en op de gezondheid, hoeft geen betoog. Bovendien is sport een middel tot sociaal contact en verruimt het de leefwereld. Het aanbod is te groot om hier te vermelden. Informatie over sportverenigingen en hobbyclubs vindt u zeker ook bij uw eigen liga, koepelorganisatie of zelfhulpgroep. Sommige OCMW’s en/of lokale dienstencentra ondernemen ook acties betreffende ‘bewegen en valpreventies’.

  5. Speel-o-theken
  6. Spel en speelgoed bevordert de ontwikkeling van kinderen: leren ontdekken, kijken, luisteren, voelen, kleuren onderscheiden, vormen herkennen enzovoort. Speciaal speelgoed is vaak duur en soms korte tijd van dienst, namelijk tijdens een bepaalde ontwikkelingsfase van het kind. Op die verzuchtingen bieden speel-o-theken een antwoord. Hier kan je speelgoed ontlenen, zoals boeken in een bibliotheek.

    Voor meer informatie kan u hier terecht:

    Vlaams Overleg Speel-o-theken
    Millegemweg 6
    2531 Boechout
    Tel: 03/455 29 16

    Overleg Speel-o-theken
    Vaartstraat
    3500 Hasselt
    Tel: 011/21 12 61

  7. Lezen en luisteren
  8. Slechtzienden en blinden, maar ook personen met een handicap of ouderen (die bijvoorbeeld geen boek meer kunnen vasthouden) kunnen toch van een goed boek blijven genieten. Er kunnen boeken worden geleend in brailleschrift en boeken waarvan de tekst werd ingesproken op cassette of CD. U heeft daar geen enkel medisch attest voor nodig.

    U kan terecht bij :

    Vlaamse Luister en Braillebibliotheek,
    Gustaaf Schildknechtstraat 28,
    1020 Brussel
    Tel: 02/423 04 11
    Fax: 02/423 04 15
    Website: http://vlbb.bib.vlaanderen.be

    De basiscataloog wordt u gratis opgestuurd en u wordt via het maandelijks tijdschrift op de hoogte gehouden van de nieuwe aanwinsten in de bibliotheek. Alle verdere informatie is gratis. De boeken, cassettes of CD’s laten bezorgen en terugsturen is eveneens gratis.

    U kan eveneens terecht bij :

    Vlaamse Klank- en Braillebibliotheek ‘Licht en Liefde vzw’,
    Oudenburgweg 40
    8490 Varsenare
    Tel: 050/40 60 10

    Of bij :

    Progebraille
    Stadsomvaart 7
    3500 Hasselt
    Tel: 011/22 34 37

    U heeft keuze uit een tiental verschillende reeksen cassettes of CD’s met de laatste nieuwtjes uit kranten, tijdschriften en vakbladen.

    De keuze aan boeken is zeer groot en het is voor zieken, ouderen of personen met een handicap vaak een aangenaam tijdverdrijf.

    Verschillende bibliotheken organiseren ook een boekendienst aan huis. Vraag erom bij uw bibliotheek.

    Nog enkele nuttige gegevens:

    Vlaamse Infolijn voor Blinden en Slechtzienden: 0800/93 369

Ondersteunende diensten:

Zelfhulpgroepen en het Vlaams Patiëntenplatform

  1. Zelfhulpgroepen
  2. In Vlaanderen zijn meer dan 1500 zelfhulpgroepen actief rond de meest uiteenlopende problemen, van AIDS over reuma en myastenia gravis tot echtscheiding, gepest worden op het werk of zwaarlijvigheid. Die zelfhulpgroepen leggen een grote verscheidenheid aan de dag: er bestaan grote, zeer gestructureerde organisaties met een omvangrijk ledenaantal die over gans Vlaanderen hun afdelingen hebben. Maar er zijn ook kleine, vrij informele groepen die slechts zeer lokaal en soms ook slechts tijdelijk, werkzaam zijn. Wanneer die groepen zich bezighouden met gezondheidsproblemen en ziekte, worden ze vaak patiëntenverenigingen genoemd.

    Zelfhulpgroepen brengen lotgenoten samen, verschaffen verstaanbare informatie, organiseren sociale contacten en komen op voor de belangen van hun leden. Hun uiteindelijke bedoeling is verandering te brengen in situaties en problemen waarmee mensen denken alleen te staan.

    Het Trefpunt Zelfhulp vzw is een informatie- en ondersteuningscentrum van de zelfhulpgroepen van Vlaanderen, gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. De belangrijkste opdrachten zijn:

    • het verspreiden van uitgebreide informatie en documentatie rond zelfhulp, lotgenotencontact, ervaringsdeskundigheid en aanverwante terreinen;
    • het organiseren van vormingscursussen, overlegmomenten en studiedagen;
    • het begeleiden, ondersteunen en adviseren van groepen;
    • het doorverwijzen naar zelfhulpgroepen
    • het opzetten van onderzoek.

    Voor adressen van zelfhulpgroepen in Vlaanderen en informatie over het Trefpunt Zelfhulp kan u terecht bij:

    Trefpunt Zelfhulp vzw
    E. Van Evenstraat 2C
    3000 Leuven
    Tel: 016/23 65 07
    Website: http://www.zelfhulp.be

    Bij het Limburgs Platform van Zelfhulp- en Ontmoetingsgroepen (LPZO) kan u terecht voor informatie rond zelfhulpgroepen in Limburg:

    Limburgs Platform van Zelfhulp- en Ontmoetingsgroepen (LPZO)
    Stadsomvaart 7
    3500 Hasselt
    Tel: 011/87 46 56
    Fax: 011/87 46 56
    Website: http://www.lpzo.be/

    Bij het PLAZZO kan u terecht voor informatie rond zelfzorginitiatieven in Oost-Vlaanderen:

    PLAZZO
    P/A Residentie Servaes
    Martelaarslaan 204 B
    9000 Gent
    Tel: 09/225 91 33
    Fax: 09/233 35 89
    Website: http://www.plazzo.be

  3. Vlaams Patiëntenplatform
  4. Het Vlaams Patiëntenplatform vzw (VPP) is een onafhankelijke koepelorganisatie van 80 patiëntenverenigingen uit Vlaanderen. Het Vlaams Patiëntenplatform streeft naar actieve deelname van patiënten aan het gezondheidsbeleid en de gezondheidszorg. Ervaringsdeskundigen uit de patiëntenverenigingen dragen de projecten van het Vlaams Patiëntenplatform vzw.

    Patiëntenrechten, onafhankelijk klachtrecht voor patiënten, toegankelijkheid van zorg, onderwijs en gelijke kansen zijn enkele belangrijke thema’s waar rond gewerkt wordt.

    Het Vlaams Patiëntenplatform vzw stelt zich tot doel om:

    • patiëntenverenigingen samen te brengen rond gemeenschappelijke belangen in een erkende, onafhankelijke koepel;
    • gemeenschappelijke noden en knelpunten van patiënten aan te kaarten en helpen op te lossen;
    • een representatieve vertegenwoordiging en een rechtstreekse participatie te realiseren op alle beleidsniveaus, bij alle gezondheidsstructuren en – voorzieningen;
    • te signaleren, te informeren en mee te beslissen in aangelegenheden die patiënten en patiëntenverenigingen aanbelangen.

    Vlaams Patiëntenplatform
    Groeneweg 151
    3001 Heverlee
    Tel: 016/23 05 26
    Fax: 016/23 24 46
    Website: http://www.vlaamspatientenplatform.be

Lokale en regionale dienstencentra

  1. Lokale dienstencentra
  2. Wat?

    Een lokaal dienstencentrum zorgt ervoor dat een ruim gamma van diensten en activiteiten wordt ontwikkeld ten behoeve van inwoners van een wijk of gemeente, met als doel hun zelfstandigheid, hun emancipatie via een grotere mondigheid en hun integratie in de gemeenschap.

    Lokale dienstencentra werken hoofdzakelijk met (senioren-)vrijwilligers.

    Een lokaal dienstencentrum is minstens 32 uur per week open. U vindt er een geïntegreerd aanbod van hulpverlening, sociaal-cultureel vormingswerk, advies en informatie, ondersteuning en vrijwilligerswerk, coördinatie en ontwikkeling van diensten.

    Het lokaal dienstencentrum kan bijvoorbeeld een senioren-infofoon oprichten of warme maaltijden aanbieden. U kan er ook een beroep doen op een pedicure of raad vragen aan een diëtiste. Er is vaak een maatschappelijk werker aanwezig en (senioren-)vrijwilligers zijn bereid voor u boodschappen te doen of u te helpen bij één of ander klusje wanneer u dat zelf niet kan.

    Een lokaal dienstencentrum kan zelf accenten leggen, afhankelijk van de specifieke plaatselijke noden. Dat houdt ook in dat er verschillen in het aanbod van dienstverlening bestaan tussen de lokale dienstencentra.

    Voor wie?

    Het lokaal dienstencentrum is bedoeld voor inwoners van de wijk of gemeente waar het is gelokaliseerd.

    Waar?

    Naast privé-initiatieven worden de lokale dienstencentra meestal beheerd door het OCMW. Per gemeente kan zeker één lokaal dienstencentrum uitgebouwd worden. Tot op heden zijn ze vooral te vinden in steden, alsook in grote en middelgrote gemeenten.

    De lijst met erkende lokale dienstencentra is te verkrijgen bij de Werkgroep Thuisverzorgers. Deze lijst vindt u ook terug op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

    Prijs?

    Voor de dienstverlening in een lokaal dienstencentrum wordt meestal een bijdrage gevraagd aan de gebruiker. Sommige vrijwilligershulp kan gratis verstrekt worden.

  3. Regionale dienstencentra
  4. Wat?

    Een regionaal dienstencentrum ontwikkelt een ruim gamma van diensten en activiteiten. De bedoeling is u te helpen in uw zoektocht naar het juiste hulpmiddel, de juiste voorziening of vrijwilligersorganisatie en de juiste sociale tegemoetkoming.

    Het regionaal dienstencentrum is minstens 32 uur per week open. U kan er terecht voor hulp- en dienstverlening, vorming, informatieverstrekking over de voorzieningen in de regio en over sociale tegemoetkomingen, advies over materiële en immateriële hulp- en dienstverlening, vragen omtrent vrijwiligerszorg, coördinatie en ontwikkeling van diensten enzovoort.

    In een regionaal dienstencentrum kan u bijvoorbeeld inlichtingen verkrijgen over de nodige aanpassingen aan uw woning of over hulpmiddelen. Zo kan u er worden doorverwezen naar een dienst voor oppashulp. U kan er eventueel een beroep doen op een ergotherapeut.

    Het regionale dienstencentrum kan zelf accenten leggen, afhankelijk van specifieke regionale noden. Dat houdt ook in dat er verschillen in het aanbod van dienstverlening bestaan tussen de regionale dienstencentra.

    Voor wie?

    Een regionaal dienstencentrum richt zich tot zorgbehoevende personen, mantelzorgers en vrijwilligers.

    Waar?

    In heel Vlaanderen (inclusief Brussel) kunnen er ten hoogste 60 regionale dienstencentra erkend worden.

    Ze richten zich op een hele regio en werken dus voor een groter gebied dan de lokale dienstencentra.

    De lijst met erkende regionale dienstencentra is te verkrijgen bij de Werkgroep Thuisverzorgers. Deze lijst vindt u ook terug op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

    Prijs?

    Sommige diensten zijn gratis, voor andere wordt een bijdrage gevraagd.

Ziekenfondsen

Alvorens in te gaan op de vraag ‘Waarvoor kan u bij een ziekenfonds terecht?’, geven we eerst een samenvatting van de wettelijke systemen van de ziekteverzekering.

  1. Wettelijke systemen van de ziekteverzekering
  2. Aansluiting

    Alvorens een recht op geneeskundige verstrekkingen kan worden geopend moet elke gerechtigde (zie verder) zich verplicht aansluiten bij een ‘verzekeringsinstelling’. De uitvoering van de ziekte- en invaliditeitsverzekering is vooreerst toevertrouwd aan 5 ziekenfondsen (de Christelijke Ziekenfondsen, de Socialistische Ziekenfondsen, de Liberale Ziekenfondsen, de Neutrale Ziekenfondsen en de Onafhankelijke Ziekenfondsen). Verder is er ook nog de Hulpkas en de NMBS-kas (enkel voor personeelsleden van de NMBS).

    Wanneer de gerechtigde een keuze heeft gemaakt zijn automatisch ook de personen ten laste (echtgeno(o)t(e), partner, …) aangesloten bij dit ziekenfonds.

    Iedereen die aangesloten is bij een ziekenfonds of de Hulpkas, kan in principe genieten van de ziekteverzekering. Voorwaarde is wel dat men in orde is met de reglementering, dus dat men (voldoende) bijdragen aan de Sociale Zekerheid heeft betaald.

    Verzekeringsstelsels

    Alle verzekerden worden ondergebracht in 2 stelsels: het algemeen stelsel of het stelsel van de loon- en weddetrekkenden genoemd en het stelsel der zelfstandigen.

    In het algemeen stelsel zijn de volgende categorieën opgenomen:

    • gerechtigden:
      • loon- en weddetrekkenden en gelijkgestelden (invaliden, werklozen…);
      • WIGW’s (weduw(en)(naren), invaliden, gepensioneeren, wezen);
      • OMNIO;
      • verblijvenden in België;
      • mindervaliden;
      • studenten hoger onderwijs:
    • personen ten laste.

    In het stelsel der zelfstandigen zijn de volgende categorieën opgenomen:

    • gerechtigden:
      • zelfstandigen, helpers en gelijkgestelden (invaliden, …);
      • WIGW’s;
      • OMNIO;
      • mindervaliden;
      • kloosterlingen;
    • personen ten laste.

    Voor beide stelsels bepaalt het RIZIV (Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering) de te betalen sociale bijdragen en de terugbetalingsvoorwaarden bij medische uitgaven.

    Soms kan een persoon in verschillende hoedanigheden een recht hebben op gezondheidszorg. In principe kan men dan kiezen voor de meest voordelige hoedanigheid (enkel voor wie op basis van een andere regeling verzekerd kan zijn, bestaan hierop uitzonderingen).

    Remgeld

    Om voor terugbetaling in aanmerking te komen moeten de medische prestaties ‘erkend’ zijn door het RIZIV. Alle erkende prestaties zijn samengebracht in een lijst, de ‘nomenclatuur‘. De aard van de prestatie is bepalend voor het bedrag dat u bij het ziekenfonds terugkrijgt. Meestal betaalt u de volledige prijs, waarna u met het prestatiebriefje naar uw ziekenfonds stapt. Daar krijgt u dan een deel van uw kosten terugbetaald. Het deel van de kosten dat voor uw eigen rekening blijft, heet remgeld.

    Zoals u al eerder hebt kunnen lezen (zie hierboven in de rubriek Huisarts), bestaan er tussen artsen en ziekenfondsen akkoorden in verband met terugbetalingstarieven. Artsen die deze akkoorden aanvaarden, noemt men ‘geconventioneerde artsen’. Ze verbinden zich ertoe de overeengekomen tarieven te eerbiedigen. Daarnaast bestaan er ook niet-geconventioneerde en partieel-geconventioneerde artsen. Voor de tarieven van terugbetaling kan u zich best tot uw ziekenfonds wenden. De terugbetalingen betreffen niet enkel medische prestaties van artsen, maar ook van logopedisten, kinesitherapeuten, thuisverpleegkundigen, …

    De terugbetalingsvoorwaarden bij geneesmiddelen zijn hierboven beschreven in de rubriek ‘Apotheker

    Bij een hospitalisatie zal men enkel het persoonlijk aandeel (remgeld) en eventuele supplementen dienen te betalen. Het ziekenhuis zal voor wat betreft het overige bedrag rechtstreeks een factuur bezorgen aan uw ziekenfonds. Geconventioneerde artsen mogen enkel een supplement aanrekenen ingeval u gekozen hebt voor een éénpersoonskamer. De niet-geconventioneerde artsen mogen steeds een supplement aanrekenen tenzij bij opname in een gemeenschappelijke kamer van een rechthebbende met recht op verhoogde tegemoetkoming (zie verder) of met het statuut van chronisch zieke. In principe is de ziekenhuiskeuze én de kamerkeuze vrij te bepalen. Wanneer u op een één- of tweepersoonskamer zou (moeten) verzorgd worden om andere dan persoonlijke redenen, dan zijn supplementen eigen aan de kamerkeuze niet aanrekenbaar! Indien u vragen hebt omtrent uw patiëntenfactuur, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw ziekenfonds.

    Categorieën

    1. Werknemers (of uitkeringsgerechtigde werklozen), ambtenaren en zelfstandigen

      Mensen met dit statuut krijgen een deel van hun uitgaven voor gezondheidszorg terugbetaald, ook wanneer zij ziek of gepensioneerd zijn.

      Is u wegens ziekte of ongeval niet meer in staat om te werken, dan kan u (soms na het verstrijken van een wachttijd) een beroep doen op een vervangingsinkomen uitgekeerd door het ziekenfonds (vastbenoemd overheidspersoneel heeft op dit vlak een apart stelsel van uitkeringen). Is de arbeidsongeschiktheid te wijten aan een arbeidsongeval of een beroepsziekte, dan valt u onder een speciale reglementering, waar we hier niet verder op ingaan.

      Werknemers en ambtenaren hebben, in tegenstelling tot zelfstandigen en werklozen, gedurende een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden recht op een gewaarborgd inkomen, d.w.z. dat hun loon/wedde verder uitbetaald wordt. Is deze periode voorbij, dan vallen zij onder de ‘primaire arbeidsongeschiktheid’. De eerste dertig dagen van arbeidsongeschiktheid krijgt iedereen (voor zover men voor die periode niet kan genieten van een gewaarborgd inkomen) 60% van zijn/haar brutoloon. Als loontrekkende hebt u daarna recht op 60 of 55% van uw brutoloon: 60% voor alleenstaanden en ‘gerechtigden met gezinslast’, 55% voor de ‘samenwonenden met gezinslast’. In principe gelden er wel minimum- en maximumbedragen. De adviserend geneesheer controleert in deze periode of men wel arbeidsongeschikt is.

      Vanaf het tweede jaar arbeidsongeschiktheid spreekt men van ‘invaliditeit’. Ook in deze periode wordt er een onderscheid gemaakt tussen personen met en personen zonder gezinslast. U hebt recht op 40% van uw brutoloon als ‘samenwonende’, 45% van uw brutoloon als alleenstaande en 65% van uw brutoloon als ‘gerechtigde met gezinslast’. Ook hier gelden minimum- en maximumbedragen. De controle tijdens deze periode vindt plaats door de diensten van het RIZIV.

      Voor zelfstandigen zijn er in de gezondheidszorg de zogenaamde ‘grote’ en ‘kleine’ risico’s. Werknemers zijn verplicht verzekerd voor beide. Zelfstandigen kunnen vanuit de verplichte ziekteverzekering enkel terugbetaling krijgen van de ‘grote’ risico’s (opname in een ziekenhuis ter observatie en behandeling, grote heelkundige ingrepen, geneesmiddelen gedurende hospitalisatie, geneeskundige en verloskundige verzorging bij bevalling,…). De voordelen zijn dezelfde als voor de werknemers. Voor ‘kleine’ risico’s (bezoeken en raadplegingen van een algemeen geneesheer of specialist, geneesmiddelen bij de apotheker, tandverzorging, kleine heelkundige ingrepen,…) hebben zelfstandigen de mogelijkheid om zich ‘vrijwillig’ te verzekeren.

      Wel dient opgemerkt te worden dat indien een zelfstandige erkend is als mindervalide, hij een (gratis) aanvullend recht op kleine risico’s ontvangt. Dan moet hij uiteraard geen bijdrage meer betalen aan de dienst ‘kleine risico’s’ van het ziekenfonds.

      Bij arbeidsongeschiktheid ontvangt u, als zelfstandige, tijdens de eerste maand van uw arbeidsongeschiktheid geen uitkering. Deze maand noemt men de periode van ‘primaire niet-vergoedbare arbeidsongeschiktheid’. Wel kan u zich voor deze periode vrijwillig verzekeren bij uw ziekenfonds. De elf daarop volgende maanden betreffen de periode van ‘vergoedbare primaire arbeidsongeschiktheid’. Hierna vangt de periode van invaliditeit aan. De uitkeringen gebeuren steeds onder de vorm van forfaitaire bedragen die verschillen naargelang de periode en de gezinssituatie.

    2. Rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

      De verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering wordt toegekend aan volgende gerechtigden of gekoppeld aan een voordeel dat de gerechtigde ontvangt:

      1. WIGW’s (weduwen, invaliden, gepensioneerden en wezen);
      2. mindervaliden;
      3. rechthebbenden op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, tegemoetkoming aan gehandicapten of verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap;
      4. leefloontrekkers of OCMW-steuntrekkers;
      5. verblijvenden (vanaf 65 jaar);
      6. kloosterlingen (vanaf 65 jaar);
      7. langdurig werklozen, minstens 1 jaar volledig werkloos, met het statuut van werknemer (gezinshoofd of alleenstaande), die 50 jaar of ouder zijn;
      8. ambtenaren in disponibiliteit (1 jaar ziek).

      Ook hun personen ten laste genieten van dit recht op verhoogde tegemoetkoming.

      Het recht op verhoogde tegemoetkoming kan bovendien toegekend worden op basis van een voordeel dat de persoon ten laste ontvangt, met name:

      1. leefloontrekkers of OCMW-steuntrekkers;
      2. gewaarborgd inkomen voor bejaarden, tegemoetkoming aan gehandicapten of verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap.

      In dit geval geldt het recht op verhoogde tegemoetkoming enkel voor die persoon ten laste.

      De personen die genieten van een verhoogde tegemoetkoming betalen een lagere persoonlijke bijdrage in de kosten van de gewone geneeskundige verzorging, een lagere persoonlijke bijdrage in de kosten van een verblijf in een gewoon ziekenhuis en een lagere persoonlijke bijdrage voor bepaalde geneesmiddelen. Daarnaast kunnen zij genieten van een aantal bijkomende sociale en fiscale voordelen (bv.: verminderingskaart openbaar vervoer, vrijstelling van bepaalde taksen,…). De verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering geldt voor personen met een inkomen lager dan €12 732,29 per jaar voor een alleenstaande. Per persoon ten laste wordt dit vermeerderd met €2 357,09 (bedragen op 1 januari 2004). Bij de berekening van het inkomen worden de inkomens van al de gezinsleden mee in aanmerking genomen. Sommige categorieën van mensen zijn echter vrijgesteld van een inkomensonderzoek (leefloontrekkenden, gewaarborgd inkomen voor bejaarden, tegemoetkoming voor gehandicapten).

    Andere wettelijke tussenkomsten

    De ziekteverzekering voorziet nog een aantal wettelijke tussenkomsten, bijvoorbeeld voor duur en levensnoodzakelijk materiaal dat niet in de nomenclatuur is opgenomen (Bijzonder Solidariteitsfonds), de maximumfactuur of diverse forfaitaire vergoedingen. Deze tussenkomsten worden behandeld in hoofdstuk 12.

    Ook op het vlak van de Vlaamse Zorgverzekering spelen de ziekenfondsen een belangrijke rol. Ook dit wordt verder behandeld in hoofdstuk 12.

  3. Sociale dienst of dienst maatschappelijk werk
  4. Heeft u vragen, klachten of problemen, dan kan de maatschappelijk werker van uw ziekenfonds u wegwijs helpen. U kan bij hem terecht voor alle informatie omtrent uw concrete thuiszorgsituatie en voor informatie omtrent uw ziekteverzekering. Hij licht u in over de premies en tussenkomsten waarop u recht heeft en geeft advies met betrekking tot de organisatie van de thuiszorg. Hij helpt u de juiste hulpverleners te zoeken en bemiddelt indien nodig bij moeilijkheden. Hij kan u ook emotioneel ondersteunen of doorverwijzen. Vaak beschikt het ziekenfonds ook over een eigen dienst gezinszorg, een poetsdienst of een uitleendienst. Informeer u bij de sociale dienst!

  5. Aanvullende diensten van de ziekenfondsen
  6. Naast deze wettelijke regelingen heeft elk ziekenfonds ook een aantal aanvullende diensten en voordelen. Deze kunnen sterk verschillen naargelang het ziekenfonds, maar ook binnen eenzelfde ziekenfonds kan u tussen verschillende regio’s grote verschillen aantreffen. Elk regionaal ziekenfondssecretariaat beslist in principe autonoom welke diensten en/of financiële tegemoetkomingen aangeboden worden en welke niet, op deze manier kunnen ze inspelen op de lokale noden.

    Een aantal voorbeelden van dergelijke diensten zijn: ziekenvervoer, alarmtoestellen, uitleendiensten, een premie voor mantelzorgers, een tussenkomst in de kosten voor incontinentiemateriaal, een tussenkomst in de uurprijs voor gezinszorg, een tussenkomst in de dagprijs van een hersteloord enzovoort.

    Ook de kostprijs en de reglementering van elk van deze diensten kunnen telkens weer verschillend zijn. In de éne regio dient u bijvoorbeeld voor het uitlenen van een ziekenbed een klein bedrag per maand betalen, terwijl dat in een andere regio, bij hetzelfde ziekenfonds, gratis of tegen een borgsom kan.

    Deze aanvullende diensten en voordelen worden gefinancierd vanuit de ‘aanvullende vrije verzekering’, of met andere woorden met het lidgeld dat leden betalen. (Let op: dit is niet hetzelfde als de vrijwillige verzekering die zelfstandigen kunnen afsluiten voor o.m. kleine risico’s, zie hoger).

    Meestal kunnen ook niet-leden van deze diensten gebruik maken, maar zij betalen er meer voor.

    Ook facultatieve aanvullende diensten kunnen, tegen een bepaalde prijs, door de ziekenfondsen worden aangeboden (men kan kiezen of men zich hiervoor al dan niet aansluit, dit in tegenstelling tot de ‘gewone’ aanvullende diensten waar men van kan genieten van zodra men aangesloten is bij het ziekenfonds); bijvoorbeeld een hospitalisatieverzekering of een verzekering die zelfstandigen kunnen afsluiten voor o.m. kleine risico’s.

    Er bestaan grote verschillen tussen de mutualiteiten, sommige zijn voordeliger. Informeer u goed.

  7. Ledenverdediging en juridische dienst
  8. Wanneer u meent dat uw rechten met de voeten worden getreden of wanneer er een medische fout gebeurd is, dan kan u zich wenden tot de juridische dienst van uw ziekenfonds. Zij zullen u advies geven over uw rechten en plichten en zullen indien nodig uw klacht behandelen, al dan niet voor de rechtbank.

    Hieronder vindt u enkele veel voorkomende zaken:

    • ten onrechte aanrekenen van supplementen bij artroscopiën;
    • problemen met betrekking tot dringend ziekenvervoer en MUG-interventie;
    • problemen met zorgverlening en medische fouten;
    • klachten van patiënten (voornamelijk ten overstaan van ziekenhuizen);
    • klachten in verband met de factuur;
    • ten onrechte aanrekenen van een ‘forfait spoedafdeling’;
    • ten onrechte aanrekenen van materiaalkost door verplegingsinrichtingen.
  9. Ontevreden?
  10. Bij ontevredenheid of wanneer u bij een ander ziekenfonds een ruimer dienstenaanbod vindt, kan u uw lidmaatschap ook overbrengen en van ziekenfonds veranderen. Dit is echter gebonden aan een aantal voorwaarden en een bijzondere procedure. Bij het veranderen van ziekenfonds blijft u ‘in orde’, als u dat daarvoor ook al was. Wel moet u soms rekening houden met een wachttijd om van het aanvullend dienstenaanbod van uw nieuw ziekenfonds gebruik te kunnen maken.

    Voor klachten over uw ziekenfonds neemt u eerst contact op met uw eigen mutualiteit. Klachten kan u ook melden bij de sociale of juridische dienst van de eigen mutualiteit. Bepaalde mutualiteiten hebben namelijk een eigen ombudsdienst. Houdt er zeker rekening mee dat de ombudspersoon wordt aangesteld en betaald door de mutualiteit zelf en dus niet onafhankelijk werkt. In laatste instantie kan u klacht neerleggen bij de controledienst van de ziekenfondsen of bij het College van Federale Ombudsmannen (onafhankelijke instanties).

    Controledienst van de ziekenfondsen
    Sterrenkundelaan 1
    1210 Brussel
    Tel: 02/209 19 11

    College van Federale Ombudsmannen
    Hertogstraat 43
    1000 Brussel
    Tel: 02/289 27 27

    Rita is aangesloten bij de Christelijke Mutualiteiten. Haar moeder is bij haar komen inwonen en is aangesloten bij de Socialistische Mutualiteiten. Rita zag geen reden tot veranderen en liet dit dus zo. De verpleegster die aan huis komt, komt uit de liberale hoek. Waarom veranderen als het goed gaat?

Samenwerkingsinitiatieven in de thuiszorg

Sedert enkele jaren wordt het belang erkend van samenwerking in de gezondheids- en welzijnssector. Vooral in “de eerste lijn” werden hiervoor initiatieven genomen. Zorgbehoevende personen en mantelzorgers verwachten een kwalitatief hoogstaande dienstverlening en wensen dat de verschillende hulpverleners dan ook niet naast elkaar werken.

Samenwerkingsverbanden worden als positief ervaren, al betreuren mantelzorgorganisaties en patiëntenverenigingen dat ze niet op dezelfde manier als partner beschouwd worden en niet een automatisch mandaat hebben in de structuren.

Het zorgenplan is een bijzonder handig instrument bij de efficiënte planning en organisatie van de thuiszorg. Het laat niet alleen toe overzichtelijk aan te tonen wie welke zorg op welk ogenblik zal toedienen, het helpt ook bij de communicatie en relatie tussen mantelzorg en professionele thuiszorg en tussen de professionele hulpverleners onderling.

In zijn meest eenvoudige vorm bestaat het zorgenplan uit een rooster waarop de verschillende tijdstippen en handelingen overzichtelijk gerangschikt staan en waar ook plaats is voorzien voor korte berichten tussen de mantelzorg en de hulpverleners onderling.

De verschillende initiatieven die zowel federaal als Vlaams wettelijk geregeld zijn, zetten we hierna op een rijtje.

  1. Samenwerkingsinitiatieven in de Thuiszorg (SIT’s)
  2. De Samenwerkingsinitiatieven in de Thuiszorg (SIT’s) werden in het leven geroepen naar aanleiding van het ‘Besluit van de Vlaamse Regering houdende coördinatie en ondersteuning van de thuisverzorging’ van 21 december 1990, gewijzigd bij het ‘Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 07/04/1998’.

    Een samenwerkingsinitiatief houdt in dat verschillende zorgverleners (professionelen, vrijwilligers, mantelzorg, thuisverzorgers) met elkaar samenwerken, overleggen en afspraken maken, opdat de hulp die ze aan een zorgbehoevende persoon bieden goed gecoördineerd en op elkaar afgestemd zou zijn. De nadruk wordt hierbij gelegd op een integrale benadering van de zorgbehoevende persoon en op continuïteit en kwaliteit van de zorg.

    De SIT’s zijn territoriaal afgebakend. In een SIT zijn verscheidene disciplines verplicht vertegenwoordigd, zoals thuisverpleegkundigen, huisartsen, gezinszorg en erkende centra voor algemeen welzijn in het kader van de ziekenfondsen. De mantelzorg kan een mandaat verwerven in de SIT’s.

    De belangrijkste taken van het SIT zijn onder andere: de thuiszorg bekend maken en stimuleren, actief informatie verspreiden inzake thuiszorg, taakafspraken maken, gemeenschappelijke initiatieven opzetten ter bevordering van de kwaliteit van de thuiszorg en ter ondersteuning van de mantelzorg.

    De SIT’s werken met zorgbemiddelaars. Ze zijn soms provinciaal gegroepeerd en worden ondersteund door coördinatoren. Men kan er als patiënt en als mantelzorger terecht voor problemen die men ervaart in de thuiszorgsituatie en hulp inroepen bij het opstellen van een zorgenplan. Zij contacteren alle betrokken hulpverleners en zoeken samen met u en voor u een oplossing. Bij problemen kan de zorgbemiddelaar eveneens bemiddelen tussen de zorgbehoevende persoon en de verschillende diensten voor thuiszorg en de partners rond de tafel brengen. Hij geeft advies over administratieve en/of materiële tegemoetkomingen. De zorgbemiddelaar volgt de organisatie van de zorg op en is de bondgenoot van de mantelzorg bij uitstek. Hoe meer personen betrokken zijn bij uw thuiszorgsituatie, hoe belangrijker een goede organisatie zal worden.

    Heeft u in uw thuiszorgsituatie nood aan zorgbemiddeling, richt u dan tot het samenwerkingsinitiatief van uw gemeente of provincie, tot uw huisarts, tot de sociale dienst van het OCMW of ziekenfonds, tot een maatschappelijk werker van de dienst voor gezinszorg of dienst voor thuisverpleegkunde of tot een vereniging van gebruikers en mantelzorgers.

  3. Geïntegreerde Diensten voor Thuisverzorging (GDT’s)
  4. De Geïntegreerde Diensten voor Thuisverzorging (GDT’s) werden federaal bij Koninklijk Besluit van 14 mei 2003 geregeld.

    Een geïntegreerde dienst bestaat uit vertegenwoordigers van de huisartsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen, aangevuld met een vertegenwoordiger van bestaande coordinatiestructuren en voorzieningen.

    De GDT heeft de volgende opdrachten: de evaluatie van de zelfredzaamheid van de patiënt, de uitwerking en opvolging van een zorgenplan, het regelen van de taakafspraken tussen zorgverstrekkers. In het zorgoverleg staat het multidisciplinair overleg centraal. De zorgverleners en hulpverleners die aanwezig zijn op dergelijk overleg hebben recht op een financiële tegemoetkoming.

  5. Vlaamse Zorgregio’s
  6. Het Vlaams Parlement keurde op 23 mei 2003 het decreet goed betreffende de indeling in zorgregio’s en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen. De bedoeling van dit decreet is Vlaanderen in te delen in regio’s waarbinnen de samenwerkingsverbanden in de eerstelijns gezondheidszorg zullen moeten werken. Dit decreet heeft begin 2008 nog geen uitvoeringsbesluiten en kan dus nog niet worden toegepast.

  7. Samenwerkingsverbanden Eerste Lijn (SEL’s)
  8. Op 10 oktober 2003 keurde de Vlaamse regering het decreet ‘Eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders’ goed. Het hoofddoel van het decreet is de samenwerking van alle zorgverstrekkers van de eerste lijn bevorderen. Hiervoor moeten de Samenwerkingsinitiatieven Eerste Lijn (SEL’s) de huidige SIT’s vervangen en tegelijkertijd de taken van de federale Geïntegreerde Diensten voor Thuisverzorging (GDT’s) opnemen. Dit decreet heeft eveneens begin 2005 nog geen uitvoeringsbesluiten en kan dus nog niet worden toegepast.

    Plaatselijke vertegenwoordigers van de huisartsen, diensten voor gezinszorg, verpleegkundigen en vroedvrouwen, ziekenfondsen, rusthuizen, OCMW’s en lokale dienstencentra moeten verplicht deel uitmaken van een SEL.

    Enkele concrete taken van een SEL:

    • fungeren als overlegplatform voor de zorgaanbieders;
    • bewaken van de praktische organisatie en ondersteuning van multidisciplinaire samenwerking van zorgaanbieders, mantelzorgers en vrijwilligers
    • procedures bewaken met betrekking tot de evaluatie van het zelfvermogen en/of de uitwerking en het opvolgen van een zorgplan;
    • klachtenmeldpunt en klachtenbemiddeling;
    • organiseren van multidisciplinaire vormingsinitiatieven;
    • enzovoort.

OCMW’s

Wat?

Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) waarborgt elke burger een minimum aan welzijn (denken we maar aan het leefloon) om zo de menselijke waardigheid van iedereen te garanderen. De taken van het OCMW zijn heel ruim.

Elk OCMW heeft een vaste structuur.

Wanneer u een vraag naar ondersteuning stelt, legt de maatschappelijk werker deze vraag voor aan de raad voor maatschappelijk welzijn, die de beslissing neemt. Deze raad kan haar bevoegdheden delegeren naar het vast bureau of naar bijzondere comités (zoals het bijzonder comité voor de sociale dienst). Indien u een bestaansminimum aanvraagt, heeft u het recht om gehoord te worden en om uw vraag te motiveren. Dit geldt niet bij een vraag om occasionele financiële steun.

In het OCMW kan u in verband met uw thuiszorg terecht.

Het OCMW zorgt voor een aantal vormen van dienstverlening: warme maaltijdverstrekking aan huis, klusjesdiensten, gezinszorg, oppas, poetshulp enzovoort. De prijs van de aangeboden diensten is afhankelijk van de financiële draagkracht van de persoon die er een beroep op doet.

Vervolgens kan u op de sociale dienst informatie en advies verkrijgen omtrent sociale, financiële, juridische of psychologische aangelegenheden. Men kan er nagaan of u alle premies krijgt waar u recht op heeft, men kan u helpen met het zoeken naar de juiste hulp,…

Tenslotte kan u onder bepaalde voorwaarden financiële hulp verkrijgen als bijdrage in uw thuiszorguitgaven, na onderzoek door de maatschappelijk werkster.

Voor wie?

Voor alle inwoners van de gemeente.

Waar?

Elke gemeente heeft een eigen OCMW.

Notaris

Wat?

Een notaris is terzelfdertijd openbaar ambtenaar en beoefenaar van een vrij beroep.

Een notariële akte geeft aan een document authentieke bewijswaarde, zowel tussen partijen en hun erfgenamen als ten opzichte van derden. De gewone contracten tussen partijen noemt men daarentegen onderhandse akten, die maar bewijskracht bekomen als ze worden erkend. Een notariële akte heeft uitvoerbare kracht zonder voorafgaande dagvaarding of vonnis.

U kan een notaris vragen om aan huis, het ziekenhuis of rusthuis te komen. U heeft het recht om dit te vragen, maar wees hierbij voldoende assertief.

Voor wie?

U kan bij de notaris terecht voor gratis advies. Voor het opstellen van overeenkomsten, contracten, testamenten,… met authentieke bewijskracht moet u betalen. Notarissen zijn zeer belangrijk om advies te verlenen betreffende financiële afspraken in de thuiszorg (zie hoofdstuk 6)

Waar?

U kan terecht bij om het even welke notaris uit uw buurt.

Prijs?

Het bedrag dat u aan de notaris betaalt omvat 3 elementen:

  • het ereloon;
  • de registratierechten (= soort belasting)
  • en de aktekosten.

Voor sommige akten betaalt u een forfaitaire som, bijvoorbeeld voor een testament €200,00 (bedrag in 2005).

Voor andere akten hangt de te betalen kostprijs af van de waarde van de transactie. Bijvoorbeeld bij een verkoop betaalt u een ereloon waarvan het percentage daalt naarmate de prijs hoger is, een vast percentage registratierechten (dit bedraagt in Vlaanderen 10% wanneer men niet van vermindering geniet), en de eigenlijke aktekosten.

Vrijwilligerswerk

  1. Vrijwilligers in de thuiszorg
  2. Wat?

    Er zijn in Vlaanderen vele vrijwilligers actief in de thuiszorg. Wanneer deze gegroepeerd zijn, spreken we van het georganiseerd vrijwilligerswerk. Deze vrijwilligers worden begeleid en ondersteund door één of meerdere professionelen. De vrijwilligers nemen deel aan vormingssessies, in functie van hun taak, zodat ze bekwaam zijn ook moeilijkere situaties het hoofd te bieden. Zo leren ze bijvoorbeeld omgaan met zieken, hef- en tiltechnieken,… Zij zijn gebonden aan de reglementeringen van de organisatie waarbij zij vrijwilliger zijn.

    Bepaalde vrijwilligersorganisaties zijn ook erkend door de Vlaamse Gemeenschap. Privé-personen zijn vaak ook bereid zich in te schakelen in zorgsituaties. Het is aangeraden om voor deze vrijwilligers een arbeidsongevallenverzekering te nemen (zie hoofdstuk 15).

    Voor wie?

    De vrijwilligers zijn op verschillende terreinen in de thuiszorg werkzaam. Vaak worden ze ingeschakeld als oppas bij zieken en/of ouderen, bij vervoer van zieken, ouderen of mensen met een handicap, om boodschappen te doen of zieken en bejaarden gezelschap te houden,…

    Waar?

    Vrijwilligers vindt u onder andere bij de ziekenfondsen, bij de Gezinsbond, de erkende samenwerkingsinitiatieven in de thuiszorg, erkende diensten voor gezinszorg, bij verpleegkundige diensten, OCMW’s, privé-instanties en/of bij palliatieve diensten, bij erkende diensten voor oppashulp of centra algemeen welzijnswerk.

    Prijs?

    Het eigene aan vrijwilligers is dat zij geen loon ontvangen. U betaalt wel een bijdrage voor de verzekering van de vrijwilliger en eventueel ook een bijdrage voor de organisatie van de dienst.

  3. Belangenbehartiging
  4. Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk

    Het ‘Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk’ verdedigt de belangen van het vrijwilligerswerk, maar dan wel over de grenzen heen, dus ook bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in de sport- en de cultuursector. Wordt men lid van dit platform, dan krijgt men een tijdschrift en kan men de databank voor het vrijwilligerswerk raadplegen, waarin vraag naar en aanbod van vrijwilligerswerk worden samengebracht.

    Op hun website vindt u een vacaturebank waarop u kan solliciteren als vrijwilliger.

    Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk (VSVw vzw)
    Amerikalei 164
    2000 Antwerpen
    Tel: 03/218 59 01
    Website: http://www.vrijwilligerswerk.be

    Provinciale steunpunten vrijwilligerswerk

    De steunpunten zetten acties op om nieuwe vrijwilligers aan te spreken. Organisaties die over een vrijwilligerswerking beschikken of er één willen opzetten, kunnen er terecht voor vorming en ervaringsuitwisseling die inspeelt op nieuwe evoluties binnen het vrijwilligerswerk.

    • Steunpunt Vrijwilligerswerk Brussel ‘Het Punt’ vzw
      Treurenberg 24
      1000 Brussel
      Tel: 02/218 55 16
      Fax: 02/218 71 66

    • Provinciaal Steunpunt Antwerpen
      Boomgaardstraat 22 bus 100
      2600 Berchem
      Tel: 03/240 61 65

    • Provinciaal Steunpunt Vlaams-Brabant
      Provincieplein 1
      3010 Kessel-Lo
      Tel: 016/26 73 25

    • Provinciaal Steunpunt West-Vlaanderen
      Provinciebestuur Boeverbos
      Koning Leopold III-laan 41
      8200 Brugge
      Tel: 050/40 34 87

    • Provinciaal Steunpunt Limburg
      Universiteitslaan 1
      3500 Hasselt
      Tel: 011/23 72 24

    • Provinciaal Steunpunt Oost-Vlaanderen
      PAC Het Zuid
      Woodrow Wilsonplein 2
      9000 Gent
      Tel: 09/267 75 44

Verenigingen van gebruikers en mantelzorgers

In het kader van het ‘Decreet houdende erkenning en subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen en de thuiszorg’ van 14 juli 1998, kortweg het ‘thuiszorgdecreet’, werden er vijf verenigingen van gebruikers en mantelzorgers erkend.

De verenigingen hebben als globale opdracht de gebruikers en hun mantelzorgers te ondersteunen en hun gemeenschappelijke belangen te onderkennen en te behartigen.

De erkende verenigingen zijn:

  • Werkgroep Thuisverzorgers vzw
    Groeneweg 151
    3001 Heverlee
    Tel: 016/22 73 37

  • Ons Zorgnetwerk vzw
    Remylaan 4B
    3018 Wijgmaal
    Tel: 016/24 49 49
    Fax: 016/24 39 72
    Website: http://www.onszorgnetwerk.be

  • Ziekenzorg Christelijke Mutualiteiten vzw
    Haachtsesteenweg 579 postbus 40
    1031 Brussel
    Tel: 02/246 47 76

  • Steunpunt Thuiszorg vzw
    Sint-Jansstraat 32-38
    1000 Brussel
    Tel: 02/515 03 94
    Fax: 02/515 03 08
    Website: http://www.steunpunt-thuiszorg.be

  • Ondersteuning in de Thuiszorg vzw
    Livornostraat 25
    1050 Brussel
    Tel: 02/542 87 09
    Website: http://www.thuis.zorg.mut400.be

Andere sociale diensten

Wat?

Een sociale dienst helpt u met financiële of psychosociale problemen. U kan er ook terecht voor informatie omtrent uw concrete thuiszorgsituatie. U wordt er ingelicht over de premies en tussenkomsten waarop u recht heeft en men geeft er u eventueel advies met betrekking tot de organisatie van de thuiszorg. Men verwijst er u ook door naar de juiste thuiszorgdiensten.

Voor wie?

Werknemers van een aantal bedrijven vinden in hun bedrijf een sociale dienst met een vertrouwenspersoon. Mensen met bepaalde aandoeningen kunnen bij sociale diensten van bepaalde liga’s en verenigingen terecht. Daarnaast beschikken de (openbare) instellingen ook over sociale diensten, bijvoorbeeld ziekenhuizen, NMBS, De Lijn, …

Privé-personen

Schakelt u privé-personen in (u heeft bijvoorbeeld een oppas via een advertentie uit de krant), dan zal u een prijs in onderling overleg moeten bepalen. Let wel: U stelt op deze manier mensen ‘in ‘t zwart’ te werk van zodra zij een bepaald aantal uren per dag presteren. Voor dienstboden bestaat er een aparte fiscale regeling. Vraag uitleg op het OCMW. Een arbeidsongevallenverzekering is aangeraden (zie ook hoofdstuk 15).

Voor specifieke doelgroepen:

Centra voor ontwikkelingsstoornissen

Wat?

Het takenpakket van een centrum voor ontwikkelingsstoornissen is zeer uitgebreid. Een overzicht:

  • nagaan of het kind een ontwikkelingsstoornis heeft;
  • de aard en de ernst van de handicap vaststellen;
  • bijkomende problemen opsporen en bepalen;
  • aanvullend onderzoek laten uitvoeren;
  • bepalen wat het kind nog zal kunnen;
  • beoordelen of er nood is aan begeleiding en therapie, en zo ja, welke en hoeveel;
  • een speciale opdracht van deze centra is de vroegtijdige opsporing van autisme en het geven van advies over de behandeling ervan.

Het centrum betrekt de ouders zo goed mogelijk bij de beoordeling, de beslissingen en de therapeutische en opvoedkundige aanpak van het kind. In overleg met de ouders wordt nagegaan wat voor het kind de beste oplossing is. Er worden adviezen gegeven over hulpmiddelen en er wordt eventueel doorverwezen naar geschikte voorzieningen voor verdere behandeling, naar geschikte scholen enzovoort.

Zij doen ook registratie van alle onderzoeken om zo adviezen te kunnen formuleren wat preventie naar het beleid toe betreft.

Tenslotte zal zo’n centrum zijn bijdrage leveren tot het wetenschappelijk onderzoek.

De centra werken met multidisciplinaire teams bestaande uit artsen, psychologen, orthopedagogen, maatschappelijk werkers, ergotherapeuten, kinesisten,…

Voor wie?

De centra voor ontwikkelingsstoornissen onderzoeken minderjarigen bij wie men vaststelt of vermoedt dat er tijdens de eerste levensjaren stoornissen in de ontwikkeling zijn ontstaan, of van wie men vermoedt dat zij hierop een groot risico lopen (bijvoorbeeld wanneer er in de familie reeds meerdere personen met ontwikkelingsstoornissen zijn).

Waar?

Er zijn vier erkende centra:

  • Provincie Antwerpen
    Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen (COS) Antwerpen
    Gouverneur Kinsbergencentrum
    2610 Wilrijk
    Tel: 03/830 73 10
    Fax: 03/828 69 64
  • Provincie Vlaams-Brabant
    Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen
    UZ Gasthuisberg – Sint-Rafaël
    Kapucijnenvoer 33
    3000 Leuven
    Tel: 016/33 75 08

  • Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen
    Vrije Universiteit Brussel
    Laarbeeklaan 101
    1090 Jette
    Tel: 02/477 56 95
  • Provincie Oost-Vlaanderen
    Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen
    UZ Gent
    Gebouw K5 (derde verdieping)
    De Pintelaan 185
    9000 Gent
    Tel: 09/240 57 44

Prijs?

De bijdrage die de cliënt betaalt voor zo’n multidisciplinair onderzoek bedraagt €55,00 voor een kalenderjaar (niet terugvorderbaar via het ziekenfonds.

Kinderen met een chronische ziekte of handicap op school

Een goede, aangepaste school is voor een kind met een chronische ziekte of een handicap erg belangrijk. Het brengt er immers vele uren, dagen en jaren van zijn leven door. Als ouder heeft u de keuze tussen buitengewoon onderwijs en het reguliere onderwijs.

Het Bijzonder Onderwijs is onderverdeeld in acht verschillende types. Elk van deze types omvat het onderwijs dat aangepast is aan de algemene en bijzondere opvoedingsbehoeften van kinderen die tot eenzelfde groep behoren.

Bij inclusief onderwijs gaan alle kinderen naar een gewone, reguliere school. Sommige kinderen (bijvoorbeeld kinderen met een handicap) krijgen extra ondersteuning om te participeren aan het school- en klasgebeuren. De kinderen met een beperking werken aan dezelfde projecten als de andere kinderen, maar werken daarbij ook aan eigen doelen. Daarbij krijgen ze “ondersteuning” op maat. Dit kan zowel gaan om praktische als om pedagogisch – didactische begeleiding. Soms worden specialisten of vrijwilligers of medeklasgenoten hiervoor ingeschakeld.

In werkelijkheid loopt dit echter niet altijd van een leien dakje. Er zijn nog veel drempels die ouders en scholen beletten om een kind met een handicap of chronische ziekte op te nemen in een gewone school. We denken hierbij aan de ontoegankelijkheid van gebouwen, het te strak hanteren van typologieën en procedures, de eenzijdige benadering van eindtermen, te weinig financiële middelen voor ondersteuning enzovoort.

Ondanks deze drempels is inclusief onderwijs erg waardevol omdat het veel belang hecht aan sociale doelen (erbij horen, vriendschap) en tegelijkertijd volop werkt aan de ontwikkeling van de kinderen. Zo probeert men kwaliteitsvol onderwijs te realiseren en wordt de school een plaats waar kinderen volop kunnen leren om samen te werken. Op die manier vormt de school een weerspiegeling van de samenleving waar kinderen in alle verscheidenheid samen kunnen leven en leren.

U kan in overleg met diensten zoals het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) of een oudervereniging zoals Ouders voor Inclusie zoeken naar de meest geschikte school. Soms kan het goed zijn dat ouders kiezen voor aangepast onderwijs, in een andere situatie zal men ervoor opteren om het kind met een handicap in een ‘gewone’ school les te lopen.

Als uw kind omwille van ziekte vaak school moet missen kan het tijdens een ziekenhuisopname in een ziekenhuisschool verder les volgen. Niet elk ziekenhuis beschikt over een school. Een overzicht vindt u op http://www.ikleerinhetziekenhuis.be.

Daarnaast bestaat er ook thuisonderwijs voor kinderen die langdurig afwezig zijn door ziekte. Deze regeling geldt enkel voor kinderen uit het lager onderwijs. Van zodra een leerling 21 kalenderdagen afwezig is kan het vanaf de 22e dag vier lesuren per week tijdelijk onderwijs aan huis krijgen op vraag van de ouders. De thuisschool is verplicht om op deze vraag in te gaan. Uiteraard mag de school meer lesuren organiseren. De ouders dienen een schriftelijke aanvraag en een medisch attest te bezorgen aan de thuisschooldirectie.

Op de volgende website kan u nagaan bij welk CLB u terecht kan: http://www.onderwijs.vlaanderen.be/clb.

Deze informatie kan u ook vragen op het volgende adres:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Hendrik Consciencegebouw
Koning Albert II-laan 15
1210 Brussel
Tel: 1700 (Vlaamse infolijn)

Voor meer informatie omtrent inclusief onderwijs kan u terecht bij:

Ouders voor Inclusie
Arthur Verhaegenstraat 42
9000 Gent
Tel: 09/330 05 62
Website: http://www.oudersvoorinclusie.be

Hiervoor kan u ook terecht bij Inclusie Vlaanderen:

Inclusie Vlaanderen
Albert Giraudlaan 24
1030 Brussel
Tel: 02/247 28 20
Website: http://www.inclusievlaanderen.be

Ook op de website van de Gelijke Onderwijskansen vindt u meer informatie over inclusief onderwijs http://www.ond.vlaanderen.be/gok

Vroeg- en thuisbegeleidingsdiensten

Wat?

Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap erkent verschillende vroeg- en/of thuisbegeleidingsdiensten. Deze diensten richten zich tot mensen met een motorische, visuele, auditieve of mentale handicap, of een combinatie hiervan. Tenzij anders aangegeven werken deze diensten zowel met kinderen als met volwassenen.

De teams bestaan uit orthopedagogen, opvoeders, maatschappelijk werkers, kinesisten, logopedisten,…

De vroegbegeleidingsdiensten hebben als taak gezinnen met een kindje met een handicap te begeleiden in de voorschoolse periode. Zij helpen bij de opvoeding van het kind en bij de veelvuldige aanpassingen, die de aanwezigheid van een kind met een handicap vraagt van het gezin. Ze bieden ouders emotionele ondersteuning. In sommige diensten is er een contactgroep voor ouders van kinderen met een handicap opgericht.

De thuisbegeleidingsdiensten hebben eveneens als taak om jongeren en volwassenen met een handicap in hun thuismilieu te begeleiden, alhoewel de concrete invulling uiteraard verschillend zal zijn. De klemtoon ligt hier eerder op de integratie van de persoon met de handicap in zijn dagelijkse woon- en werk- of schoolomgeving. Ook de relatie met andere gezinsleden krijgt aandacht.

Voor wie?

Mensen die ingeschreven zijn bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en een goedkeuring hebben voor ‘thuisbegeleiding’ kunnen van deze vorm van dienstverlening gebruikmaken. Een uitzondering kan gemaakt worden voor kinderen jonger dan 6 jaar. Een medisch attest van de huisarts is voldoende om de hulp van deze diensten voor maximum 1 jaar in te roepen. Voor oudere kinderen en volwassenen dient u een multi-disciplinair verslag te laten opmaken om de inschrijvingsprocedure bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap te laten opstarten.

Waar?

Wend u tot een kinderarts of een centrum voor ontwikkelingsstoornissen, indien u als ouders van een kind met een handicap een beroep wil doen op een vroeg- of thuisbegeleidingsdienst. Volwassen mensen met een handicap kunnen contact opnemen met de behandelend geneesheer of met het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Zij kunnen u doorverwijzen.

Prijs?

De frequentie van huisbezoeken van deze diensten is erg verschillend naargelang de situatie. Soms komen zij wekelijks, dan weer maandelijks, afhankelijk van de behoeften van het gezin. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap subsidieert deze diensten.

Expertisecentra Dementie Vlaanderen

De Expertisecentra Dementie Vlaanderen zijn provinciale aanspreekpunten, gesubsidieerd door de overheid, voor iedereen die geconfronteerd wordt met dementie.

Ze hebben als doel de zorg voor en de begeleiding van personen met dementie te ondersteunen, ze doen dit in samenwerking met het brede zorglandschap. Ze geven vorming en advies aan familieleden en hulpverleners over diverse aspecten van dementie.

In Vlaanderen zijn negen centra actief (2005). Zij werken samen aan gemeenschappelijke acties, zoals bijvoorbeeld de opleiding tot referentiepersoon dementie, studiedagen en publicaties.

Op regelmatige basis worden er in de verschillende provincies “dementiecafés” ingericht voor dementerende personen en families. Het begrip ‘café’ staat voor: open, toegankelijk, informeel. In elke bijeenkomst wordt één of ander aspect van dementie belicht. Daarbij is er heel veel ruimte voor uitwisseling, delen van ervaringen en een losse babbel bij een drankje. Gewoon luisteren kan ook.

Voor meer informatie over dementie of het ECD in uw buurt, kunt u bellen op het nummer 070/22 47 77 of surfen naar de website http://www.dementie.be

  • Provincie West-Vlaanderen

    Foton
    Sint-Jansplein 10
    8000 Brugge
    Tel: 050/44 67 93

    Sophia
    Budastraat 20
    8500 Kortrijk
    Tel: 056/32 10 75

  • Provincie Oost-Vlaanderen

    Paradox
    Wilgestraat 123
    9000 Gent
    Tel: 09/233 14 38

    Meander
    Kerkstraat 115
    9200 Dendermonde
    Tel: 052/26 28 23

  • Provincie Antwerpen

    Orion
    Sint-Bavostraat 29
    2610 Wilrijk
    Tel: 03/820 73 22

    Tandem
    Oude Vaartstraat 14
    2300 Turnhout
    Tel: 014/47 83 71

  • Provincie Vlaams Brabant

    Memo Leuven
    Noormannenstraat 68
    3000 Leuven
    Tel: 016/50 29 06

    Memo Heikruis
    Molenhofstraat 31
    1670 Pepingen-Heikruis
    Tel: 02/398 00 18

  • Provincie Limburg

    Contact
    Welzijnscampus
    A. Rodenbachstraat 29 bus 9
    3500 Hasselt
    Tel: 011/30 88 51

  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    Broes
    R. Vandendriesschelaan 11
    1150 Brussel
    Tel: 02/778 01 70

  • Coördinatie

    Expertisecentra Dementie Vlaanderen
    p.a. projectcoördinatie en secretariaat
    Sint-Bavostraat 29
    2610 Wilrijk
    Tel: 070/22 47 77
    Website: http://www.dementie.be

Werkgroep Thuisverzorgers vzw heeft een boeiend boek rond dementie, zowel voor families als voor professionele hulpverleners. “De Weg Kwijt. Wat families zeker moeten weten over dementie.” behandelt de ziekte zelf, het belang van een vroegtijdige diagnose, de verschillende fasen, de gevoelens van de zieke en de directe omgeving en bevat praktische tips bij de dagelijkse zorg voor de dementerende persoon. Dit boek kan besteld worden op het secretariaat van de Werkgroep Thuisverzorgers VZW (zie hoofdstuk 1).

Palliatieve Zorg

  1. Palliatieve netwerken

    Het doel van het palliatief netwerk is het verspreiden van een palliatieve zorgcultuur maar ook om ziekte, dood en rouw in deze tijd terug bespreekbaar te maken en een plaats te geven. Het netwerk is een pluralistische vzw waarin alle hulpverleners uit het arrondissement, zowel uit de thuiszorg als uit de intramurale zorg (rust- en verzorgingstehuizen en ziekenhuizen) vertegenwoordigd zijn. Elk netwerk beschikt over een equipe met palliatieve deskundigen die zoveel mogelijk de opvang en begeleiding van palliatieve patiënten in hun thuismilieu mogelijk maken.

  2. Palliatieve thuiszorgequipes

    Palliatieve thuisverzorging is het geheel van de zorgverlening aan palliatieve patiënten die hun laatste dagen, weken of maanden wensen thuis door te brengen. Het belangrijkste doel van de palliatieve verzorging is de zieke en zijn familie een zo groot mogelijke levenskwaliteit en maximale zelfstandigheid te bieden.

    De patiënt en zijn familie worden gesteund door een palliatief thuiszorgteam. Elk team bestaat uit verpleegkundigen, een adviserend arts en mogelijk een psycholoog. Zij werken samen met of vertrouwde eerstelijnshulpverleners. Deze teams werken binnen een palliatief netwerk.

    De begeleiding door de palliatieve thuiszorgequipe is voor de patiënt volledig gratis. Het team wordt forfaitair vergoed door het ziekenfonds waarbij de patiënt is aangesloten.

    Voor de adressen van palliatieve netwerken en thuiszorgequipes kan u terecht bij de Federatie Palliatieve Zorg.

    Federatie Palliatieve Zorg
    J. Vander Vekenstraat 158
    1780 Wemmel
    Tel: 02/456 82 00
    Website: http://www.palliatief.be/

  3. Palliatieve eenheden en palliatieve supportteams

    Zelfs bij een optimale thuisverzorging is een ziekenhuisopname niet altijd te vermijden. Sinds 1997 is er in elk rust- en verzorgingstehuis en ziekenhuis een palliatieve functie of een palliatief supportteam. Dit team ondersteunt de vertrouwde hulpverleners van de patient in deze palliatieve situatie.

    Aan sommige ziekenhuizen is een palliatieve eenheid verbonden voor de opvang en verzorging van palliatieve patienten. In een palliatieve eenheid wordt alles in het werk gesteld om het maximale comfort van de patiënt en zijn familie te verzekeren. De sfeer is er huiselijk en de regels flexibel.

  4. Palliatieve dagcentra

    Op dit ogenblik zijn vijf Vlaamse palliatieve dagcentra door de Vlaamse Gemeenschap erkend. Hoeveel keer en welke dag(en) per week men beroep doet op het dagcentrum, wordt individueel afgesproken. De instellingen moeten een bepaalde professionele omkadering bieden: verpleegkundige zorg, aangepaste maaltijden, mogelijkheid tot raadplegen van een psycholoog, sociaal contact en activiteiten enzovoort. Ook met de huisarts wordt een samenwerkingsovereenkomst afgesloten.

    Voor concrete adressen en meer informatie kan u terecht op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be of bij de palliatieve netwerken.

  5. Verwante rubrieken

    • Palliatief forfait
    • Er bestaat een premie voor palliatieve zorgverlening die kan worden toegekend aan palliatieve patiënten die thuis willen sterven. Zie hoofdstuk 12

    • Vrijstelling remgeld
    • Er is een regeling voor de vrijstelling van het remgeld voor palliatieve patiënten. Zie hoofdstuk 12

    • Palliatief verlof
    • Voor werknemers werd het palliatief verlof ingevoerd. Zie hoofdstuk 11

Geestelijke Gezondheidszorg

Wat?

De centra voor geestelijke gezondheidszorg bieden hulp aan personen met ernstige psychische problemen en psychiatrische stoornissen en ook aan hun omgeving. Ze ondersteunen ook andere hulpverleners in hun hulpverleningsproces. Psychologen, psychiaters en maatschappelijk werkers werken er in teamverband.

Waar?

De centra voor geestelijke gezondheidszorg liggen verspreid over Vlaanderen en Brussel.

U vindt een lijst op http://www.zorgengezondheid.be.

Deze informatie kan u ook verkrijgen op het volgende adres:

Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
Afdeling Residentiële en Gespecialiseerde zorg
Koning Albert II-laan 35 bus 33
1030 Brussel
Tel: 02/553 09 60
Fax: 02/553 36 05

Voor wie?

In een centrum voor geestelijke gezondheidszorg kunnen zowel kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen terecht. Cliënten kunnen rechtstreeks contact opnemen met een centrum in hun buurt.

Prijs?

Voor een afspraak met een psychiater gelden de RIZIV-tarieven. De bijdrage voor een ander teamlid is afgestemd op de remgelden RIZIV-tarieven. Er wordt rekening gehouden met de financiële draagkracht van de cliënt.

Psychiatrische zorg voor patiënten in de thuissituatie (PZT)

Mensen met psychiatrische kwetsbaarheid willen (opnieuw) deel uitmaken van de samenleving. Enkele jaren geleden ervaarden de reguliere thuiszorg en de instanties binnen de Geestelijke Gezondheidszorg dat ze over te weinig kennis en vaardigheden beschikten om deze groep van cliënten deskundig op te vangen in hun thuisomgeving.

Sinds 2001 financiert de federale overheid projecten in België met als doel te experimenteren met betrekking tot de zorg voor psychiatrische patiënten in hun thuisomgeving. Deze projecten moeten, in samenwerking met de reguliere thuiszorgdiensten, een coördinerende rol opnemen in de zorg aan huis voor de psychiatrische patiënt. Individuele begeleiding van patiënten behoort dus niet tot de hoofdopdracht van deze projecten: de projectmedewerkers moeten vooral de reguliere thuiszorgdiensten ondersteunen in de begeleiding en de zorg voor de cliënten coördineren.

Psychiatrische thuiszorg is er enkel voor chronische psychiatrische patiënten die niet zonder extra steun in hun thuisomgeving kunnen verblijven. Als psychiatrisch patiënt kan u steun ontvangen van een project psychiatrische thuiszorg, bijvoorbeeld na een opname in een psychiatrisch ziekenhuis, een begeleiding in een centrum geestelijke gezondheidszorg of een verblijf in een initiatief voor Beschut Wonen. Er komen ook hulpvragen vanuit de huisarts, de thuisverpleging of familiezorg en uitzonderlijk kunnen ook mantelzorgers contact opnemen met een pilootproject psychiatrische thuiszorg.

Concreet betekent dit dat de hulpverleners (bijvoorbeeld psychiatrisch verpleegkundigen) de cliënten individueel kunnen begeleiden, maar daarnaast ook de mantelzorg en de reguliere thuiszorg kunnen leren hoe om te gaan met psychiatrische patiënten. Inhoudelijk gaat het hier om hervalpreventie, herstel op psychosociaal vlak, ondersteuning van de mantelzorg en het ontwikkelen van specifieke methodieken voor de psychiatrische thuiszorg.

Let op! Deze pilootprojecten worden gefinancierd met de bedoeling een bepaalde zorgvorm uit te proberen en zijn dus beperkt in tijd. Dit wil zeggen dat niet in elke regio pilootprojecten erkend zijn. Bovendien is het ook niet zeker dat deze projecten op lange termijn nog zullen bestaan.

Meer informatie over deze projecten kan u vinden op de website van de Overlegplatforms voor Geestelijke Gezondheidszorg: http://www.ggz-overleg.be. Hier vindt u ook de adressen van de provinciale Overlegplatforms, die u meer kunnen vertellen over de projecten ‘Psychiatrische Zorg voor patiënten in de Thuissituatie’ in uw streek. Deze adressen kan u ook opvragen op het secretariaat van de Werkgroep.

Diensten voor pleegzorg

Diensten voor pleegzorg werven, selecteren en begeleiden pleegouders (voor minderjarigen), gastgezinnen (voor meerderjarigen) of vrijwilligers-particulieren.

Personen met een handicap kunnen eveneens opgevangen worden binnen pleegzorg. Het betreft hier zowel minderjarigen als volwassenen en alle vormen van handicap komen in principe in aanmerking. Soms wonen volwassenen zelfstandig en worden zij hierin ondersteund door een vrijwilliger uit de buurt. Deze vorm, Wonen met Ondersteuning van een Particulier (WOP) genaamd, is eveneens pleegzorg.

Pleegouders of gastgezinnen of particulieren krijgen een onkostenvergoeding voor de opvang. Familieleden van een persoon met een handicap hebben ook recht op deze erkenning en vergoeding, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • de persoon met een handicap moet erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  • het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap moet een ‘ticket’ pleegzorg toekennen aan de persoon met een handicap;
  • enkel broers en zussen of ooms en tantes kunnen in aanmerking komen (dus niet de ouders en grootouders).

Families die denken hiervoor in aanmerking te komen, kunnen een aanvraag indienen via de Federatie Pleegzorg:

Federatie Pleegzorg
Ravenstraat 98
3000 Leuven
Tel: 070/220 300
Website: http://www.pleegzorgvlaanderen.be

Kinderen- en jongerenwerking

Brussenwerking

De ‘Brussenwerking’ is een werking voor broers en zussen (’brussen’) van kinderen met een handicap of stoornis. Ze wil de plaats en het belang van de broer of zus in het gezin benadrukken en dit gedachtengoed verspreiden in voorzieningen, scholen, diensten, verenigingen, … Ze proberen aan professionelen te verduidelijken dat naast ouderbegeleiding, ook ondersteuning aan de broers en zussen aangeboden kan worden. Aan ouders proberen ze mee te geven dat aandacht voor de andere kinderen in hun gezin heel belangrijk is.

Brussenwerking
Gistelsesteenweg 190/1
8200 Brugge
Tel: 050/40 50 00
Website: http://www.brussen.be

Kinderen van ouders met psychische problemen (K.O.P.P.)

Specifiek voor kinderen van ouders met psychische problemen heeft Similes een aparte werking opgericht. Hiervoor kan u terecht bij:

Similes vzw t.a.v. KOPP
Groeneweg 151
3001 Heverlee
Tel: 016/23 23 82
Website: http://www.similes.be

Speciaal voor KOPP-kinderen werd de volgende website ontwikkeld: http://www.koppvlaanderen.be

Nuttige adressen

  • Vlaamse Beroepsvereniging voor Zelfstandig Verpleegkundigen
    Victor Govaerslaan 35
    2170 Merksem
    Tel: 03/326 13 66
    Website: http://www.verplegingthuis.be
  • Solidariteit voor het Gezin
    Tentoonstellingslaan 76
    9000 Gent
    Tel: 070/23 30 28
    Website: http://www.solidariteit.be
  • Thuishulp Socialistische Mutualiteit
    St-Jansstraat 32
    1000 Brussel
    Website: http://www.socmut.be/
  • Wit-Gele Kruis van Vlaanderen
    Ad. Lacomblélaan 69
    1030 Brussel
    Tel: 02/739 35 11
    Fax: 02/739 35 99
    Website: http://www.wgk.be
  • Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
    Team Thuiszorg
    Koning Albert II-laan 35 bus 33
    1030 BRUSSEL
    Tel: 02/553 33 55
    Fax: 02/553 36 90
  • Vlaams Patiëntenplatform
    Groeneweg 151
    3001 Heverlee
    Tel: 016/23 05 26
    Website: http://www.vlaamspatientenplatform.be
  • Trefpunt Zelfhulp vzw
    E. Van Evenstraat 2C
    3000 Leuven
    Tel: 016/23 65 07
    Website: http://www.zelfhulp.be
  • Limburgs Platform van Zelfhulp- en Ontmoetingsgroepen (LPZO)
    Stadsomvaart 7
    3500 Hasselt
    Tel: 011/87 46 56
    Website: http://www.lpzo.be/
  • PLAZZO
    P/A Residentie Servaes
    Martelaarslaan 204 B
    9000 Gent
    Tel: 09/225 91 33
    Fax: 09/233 35 89
    Website: http://www.plazzo.be
  • Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk (VSVW)
    Amerikalei 164
    2000 Antwerpen
    Tel: 03/218 59 01
    Website: http://www.vrijwilligerswerk.be
  • Sociale Familiezorg vzw
    Vleminckveld 28
    2000 Antwerpen
    Tel: 03/213 40 30
  • Stichting Welzijn voor Ouderen Assenede/ Sas van Gent
    Westkade 103
    4551 CG Sas van Gent
    Nederland
    Tel: 0031 115 452 860
    Tel: 09/344 36 10 (Assenede) of 0497/25 42 17
  • Pluralistisch Initiatief Nachtzorg Antwerpen
    Nationalestraat 111 (3de verdieping)
    2000 Antwerpen
    Tel: 03/220 17 77 (8u30-17u), 03/820 25 31 (17u-22u + weekend & feestdagen)
    Website: http://www.nachtzorg.be
  • De Mantel, Seniorama vzw
    Vanden Tymplestraat 35
    3000 Leuven
    Tel: 016/22 20 14
    Website: http://www.seniorama.be
  • Rusthuis-Infofoon
    Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
    Koning Albert II-laan 35 bus 33
    1030 Brussel
    Tel: 078/15 25 25
    Website: http://www.wvc.vlaanderen.be/rusthuisinfofoon
  • Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
    Sterrenkundelaan 30
    1210 Sint-Joost-ten-Node
    Tel: 02/225 84 11
    Website: http://www.vaph.be
  • Gezinsbond vzw
    Troonstraat 125 1050 Brussel
    Tel: 02/507 89 77
    Website: http://www.gezinsbond.be
  • Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)
    Keizerslaan 7
    1000 Brussel
    Tel: 02/515 41 11
    Website: http://www.rva.be
  • Vlaamse Luister en Braillebibliotheek,
    Gustaaf Schildknechtstraat 28,
    1020 Brussel
    Tel: 02/423 04 11
    Website: http://vlbb.bib.vlaanderen.be
  • Vlaamse Klank- en Braillebibliotheek ‘Licht en Liefde vzw’,
    Oudenburgweg 40
    8490 Varsenare
    Tel: 050/40 60 50
    Website: https://www.blindenzorglichtenliefde.be/
  • Progebraille
    Stadsomvaart 7
    3500 Hasselt
    Tel: 011/22 34 37
  • De Braillekrant vzw: 02/467 27 66.
  • Vlaamse Infolijn voor Blinden en Slechtzienden: 0800/93 369
  • EDITH vzw
    Tel: 0497/37 15 57
  • Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (VVL),
    Stadspoort 21 bus 3
    2200 Herentals
    Tel.: 014/21 90 11
    Website: http://www.vvl.be
  • Vlaamse Vereniging van Voedingskundigen en Diëtisten
    Vergote Square 43
    1030 Brussel
    Tel: 02/380 80 98 of 0478/48 20 48
    Website: http://www.vvvd.be
  • Ziekenhuisschool: http://www.ikleerinhetziekenhuis.be
  • Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
    Hendrik Consciencegebouw
    Koning Albert II-laan 15
    1210 Brussel
    Tel: 1700 (Vlaamse infolijn)
  • Ouders voor Inclusie: http://oudersvoorinclusie.be
    Albert Giraudlaan 24
    1030 Brussel
    Tel: 02/247 60 10
    Website: http://www.inclusievlaanderen.be
  • Inclusie Vlaanderen
    Albert Giraudlaan 24
    1030 Brussel
    Tel: 02/247 28 20
    Website: http://www.inclusievlaanderen.be
  • Gelijke Onderwijskansen : http://www.ond.vlaanderen.be/gok
  • Expertisecentra Dementie Vlaanderen
    Permanentienummer: 070/22 47 77
    Website: http://www.dementie.be
  • Federatie Palliatieve Zorg
    J. Vander Vekenstraat 158
    1780 Wemmel
    Tel: 02/456 82 00
    Website: http://www.palliatief.be
  • Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
    Afdeling Residentiële en Gespecialiseerde zorg
    Koning Albert II-laan 35 bus 33
    1030 Brussel
    Tel: 02/553 09 60
    Fax: 02/553 36 05
  • Federatie Pleegzorg
    Ravenstraat 98
    3000 Leuven
    Tel: 070/220 300
    Website: http://www.pleegzorgvlaanderen.be
  • Brussenwerking
    Gistelsesteenweg 190/1
    8200 Brugge
    Tel: 050/40 50 00
    Website: http://www.brussen.be
  • Similes vzw t.a.v. KOPP
    Groeneweg 151
    3001 Heverlee
    Tel: 016/23 23 82
    Website: http://www.similes.be
  • Informeer u bij verschillende instanties: Werkgroep Thuisverzorgers vzw en andere verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, sociale dienst van het ziekenfonds, sociale dienst van het OCMW, gemeentebestuur, provinciebestuur, lokale en regionale dienstencentra, SIT’s, PWA-kantoor of Lokale Werkwinkel…