Extra tegemoetkomingen en voordelen

Dit hoofdstuk behandelt de extra tegemoetkomingen en voordelen waarop u een beroep kan doen.

Informeer u steeds bij:

  • de sociale dienst van het OCMW;
  • uw ziekenfonds;
  • uw gemeente;
  • bij andere sociale diensten;
  • of bij Werkgroep Thuisverzorgers.

Informatie specifiek voor personen met een handicap vindt u op de website: http://handicap.belgium.be/nl/index.htm.

Hier vindt u in de ‘Handigids’ de recentste regelingen (van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten), de tussenkomsten en tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Dit wordt er op een overzichtelijke manier uitgelegd. Deze gids kunt u ook bestellen bij de FOD Sociale Zekerheid:

FOD Sociale Zekerheid
Directie-Generaal Personen met een handicap
Dienst Gehandicaptenbeleid
Zwarte Lievevrouwstraat 3C
1000 Brussel
Tel: 02/509 82 78 en 02/509 85 67
Website: http://handicap.belgium.be/nl/index.htm

Meer informatie kan u ook verkrijgen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap:

Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Sterrenkundelaan 30
1210 Brussel
Tel.: 02/225 84 11
Website: http://www.vlafo.be

Meer informatie over het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap kan u lezen in het hoofdstuk ‘Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap’.


1. Wettelijke regelingen


Verhoogde kinderbijslag

A. Verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap

  • Nieuw systeem vanaf 1 april 2003

    Voorlopig kunnen enkel de kinderen geboren na 1 januari 1996 genieten van het nieuwe systeem voor verhoogde kinderbijslag.

    Voor de bepaling van de hoogte van de kinderbijslag wordt uitgegaan van drie pijlers. Hoe hoger de uiteindelijke score, hoe groter het bedrag van de verhoogde kinderbijslag.

    De eerste pijler (P1) blijft de graad van handicap (ongeschiktheid), die uitgedruk wordt in een percentage. Hierop kunt u hoogstens 6 punten scoren.

    De tweede pijler (P2) heeft te maken met de inspanningen die geleverd worden op het gebied van leren, communicatie, mobiliteit en zelfverzorging. Hierop kunt u 4 maal een score van maximum 3 punten halen, met een maximum van 12 punten.

    De derde pijler (P3) meet de familiale belasting op drie gebieden: opvolging van de behandeling thuis, verplaatsing voor medisch toezicht en behandeling en tenslotte aanpassing van het leefmilieu en de leefwijze. Hierop kunt u 3 maal een score van maximum 3 punten halen, met een maximum van 9 punten. Deze score wordt dan nog eens verdubbeld, zodat u op deze pijler maximum 18 punten kunt scoren. Op deze manier wordt deze pijler even belangrijk als de twee andere samen.

    Schematische voorstelling van het driepijlersysteem:

    KIND

    GEZIN

    Ongeschiktheid (P1)

    Activiteit en Participatie (P2)

    Familiale belasting (P3)

    punten

    0

    1

    2

    3

    0

    1

    2

    3

    25 – 49%

    1

    integratie

    Opvolging van de behandeling thuis

    50 – 65%

    2

    Communicatie

    Verplaatsing voor medisch toezicht
    en behandeling

    66 – 79%

    4

    Mobiliteit en verplaatsing

    Aanpassing van het leefmilieu en de
    leefwijze

    80 – 100%

    6

    Zelfverzorging

    max. 6

    max. 12

    Totaal

    max. 9 x 2 = 18

    Opening van het recht:

    U heeft recht op verhoogde kinderbijslag vanaf minimum 6 punten of als uw kind een handicap heeft van 66% of meer (dit geeft recht op 4 punten in de eerste pijler). Op deze manier behoudt u uw vroeger recht op verhoogde kinderbijslag. Aan de hand van dit schema krijgt u een duidelijk overzicht van de kinderbijslag waarop u recht heeft.

    Categorie

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    Puntenwaarde

    I = P1 + P2 + P3

    6-8

    (of 4 punten in P1)

    9-11

    12-14

    15-17

    18-20

    >20

    Maandelijks bedrag (€/maand)

    €91,79

    €214,20

    €353,58

    €402,05

    €430,76

    €459,48

    (Bedragen op 1 oktober 2006)

    Omwille van budgettaire redenen kan het nieuwe systeem niet in één beweging worden ingevoerd. Door het verlagen van de drempel zal het aantal rechthebbende kinderen op termijn verdubbelen. In een eerste fase zullen enkel de kinderen, geboren na 1 januari 1996, in het systeem worden opgenomen. Pas later komen de oudere kinderen aan bod, dus voor hen blijft alles voorlopig bij het oude systeem.

    Wanneer kunt u van het nieuwe systeem genieten?

    • U heeft op 1 mei 2003 nog geen recht op verhoogde kinderbijslag: u kunt een schriftelijke aanvraag indienen bij uw kinderbijslaginstelling.
    • U heeft op 1 mei 2003 al recht op verhoogde kinderbijslag:
      • u dient een herzieningsaanvraag in bij uw kinderbijslaginstelling: er zal nu een nieuw onderzoek gebeuren;
        • als het nieuwe systeem voordeliger is, geldt het onmiddellijk;
        • als het oude systeem (zie: rubriek 12.1.1.2) voordeliger is, dan geldt het oude systeem tot maximum 3 jaar na het verstrijken van de lopende beslissing (dit noemt men een overgangsfase van “verworven rechten”);
      • u dient geen herzieningsaanvraag in: 150 dagen voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende beslissing volgt er een automatische herziening;
        • in de periode van 1 mei 2003 tot maximum 3 jaar na het verstrijken van de lopende beslissing (overgangsfase van “verworven rechten”) zullen de twee systemen met elkaar vergeleken worden en het hoogste bedrag voor de verhoogde kinderbijslag wordt toegekend, hierna gelden de bijdragen van de nieuwe regeling;
        • als de automatische herziening recht geeft op een hoger bedrag, dan wordt dit met terugwerkende kracht terugbetaald vanaf 1 mei 2003, maar als de herziening leidt tot een verlagen van de kinderbijslag, dan zal er geen terugvordering volgen.
      • Iedere nieuwe aanvraag na 1 januari 2007 wordt behandeld volgens de nieuwe evaluatiecriteria

    Om de drie jaar wordt u uitgenodigd voor een nieuw onderzoek, een “ambtshalve herziening”.

    Meer informatie

    Hiervoor kan u terecht bij de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid:

    FOD Sociale Zekerheid
    Directie-Generaal Personen met een handicap
    Dienst Verhoogde kinderbijslag
    Zwarte Lievevrouwstraat 3c
    1000 Brussel
    tel.: 02/509 82 85 of 02/509 83 03

    U kan ook terecht bij uw kinderbijslagfonds.

  • Oud systeem

    Voor de kinderen die geboren zijn vóór 1 januari 1996 blijft alles voorlopig hetzelfde.

    Kinderen met een handicap, jonger dan 21 jaar en minstens 66% lichamelijk of geestelijk ongeschikt, kunnen aanspraak maken op een verhoogde kinderbijslag. Naargelang de categorie van zelfredzaamheid wordt de kinderbijslag verhoogd met een bepaald bedrag. De graad van zelfredzaamheid wordt verkregen via een puntentelling gebaseerd op zes functionele categorieën, namelijk: gedrag, communicatie, lichaamsverzorging, lichaamsbeheersing in bepaalde situaties en handigheid, verplaatsing en aanpassing van de omgeving.

    Bij opname in een instelling wordt een gedeelte van het bedrag van de bijslag aan de instelling gestort.

    De verhoogde kinderbijslag en de vaststelling van de invaliditeitsgraad moeten worden aangevraagd bij het organisme dat de kinderbijslag uitbetaalt (Kinderbijslagfonds, Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen). Na een administratief onderzoek zal dit organisme de aanvraag voor medisch onderzoek doorsturen naar de Medische Dienst van het FOD Sociale Zekerheid.

B. Verhoogde kinderbijslag voor kinderen van arbeidsongeschikte werknemers, werklozen en gepensioneerden

Uitkeringsgerechtigde volledige werklozen, arbeidsongeschikte werknemers en bruggepensioneerden hebben recht op verhoogde kinderbijslag, indien zij de hoedanigheid van “rechthebbende met personen ten laste” bezitten. Zij moeten wel eerst een ononderbroken periode (wachttijd) van 6 maanden doorlopen. Gepensioneerden met personen ten laste moeten deze wachttijd niet doorlopen, zij hebben hier onmiddellijk recht op.

De sociale uitkeringen van de rechthebbende en zijn/haar partner mogen samen niet hoger zijn dan €2 008,39 per maand. De partner mag niet meer dan €268,24 per maand verdienen. (bedragen op 1 juni 2006)

De aanvraag dient te gebeuren bij het kinderbijslagfonds.


Inkomensvervangende tegemoetkoming en integratietegemoetkoming (-65 jaar)

Deze tegemoetkomingen hebben ten doel het inkomen te vervangen of aan te vullen van de persoon met een handicap die door een handicap niet in staat is een voldoende hoog inkomen te verwerven.

Wie wegens een handicap niet meer in staat is om méér dan een derde te verdienen van wat een valide persoon door uitoefening van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen, heeft recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming.

Een persoon met een handicap die omwille van een verminderde zelfredzaamheid bijkomende kosten heeft om zich aan het maatschappelijk leven aan te passen, kan voor deze kosten een integratietegemoetkoming vragen.

Voor de berekening van de graad van zelfredzaamheid wordt rekening gehouden met de volgende factoren:

  • de mogelijkheid om zich te verplaatsen;
  • de mogelijkheid om zijn voeding te nuttigen of te bereiden;
  • de mogelijkheid om voor zijn persoonlijke hygiëne in te staan en zich te kleden;
  • de mogelijkheid om de woning te onderhouden en huishoudelijk werk te verrichten;
  • de mogelijkheid om te leven zonder toezicht, zich bewust te zijn van gevaar en het gevaar te kunnen vermijden;
  • de mogelijkheid tot communicatie en sociaal contact.

De huisarts zal voor elke functie onderzoeken welke moeilijkheden de persoon met een handicap ondervindt. De toegekende punten worden opgeteld en naargelang dit totaal wordt de persoon met een handicap ondergebracht in één van de vijf categorieën. Daarna zal een geneesheer, aangesteld door het Ministerie, zijn onderzoek uitvoeren. De persoon met een handicap moet een vermindering van of een gebrek aan zelfredzaamheid van ten minste 7 punten hebben om recht te hebben op deze tegemoetkomingen.

Deze twee soorten tegemoetkomingen kunnen gelijktijdig of afzonderlijk aangevraagd en toegekend worden. Voor de leeftijd van 65 jaar geldt de aanvraag van de inkomensvervangende tegemoetkoming meteen ook als aanvraag van de integratietegemoetkoming en omgekeerd. Na 65 jaar kan de ontvanger van één van beide tegemoetkomingen alleen een nieuwe aanvraag indienen voor de tegemoetkoming die hij ontving voor de leeftijd van 65 jaar.

Voorwaarden

De voorwaarden om van deze tegemoetkomingen te kunnen genieten zijn:

  • minimum 21 en maximum 65 jaar oud zijn (de tegemoetkoming moet voor de leeftijd van 65 jaar aangevraagd worden);
  • Belg, onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, Ijsland, Noorwegen, Liechtenstein of Zwitserland, vluchteling of staatloos zijn;
  • en in België verblijven.

Inkomen

De inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming worden enkel toegekend als het bedrag van de inkomsten de vastgelegde grensbedragen niet overschrijdt.

Onder inkomen wordt verstaan: ‘de belastbare inkomsten van de persoon met een handicap en de inkomsten van de persoon met wie de gehandicapte persoon een huishouden vormt’. De jaarlijkse inkomsten zijn de gezamenlijke en afzonderlijk belastbare inkomsten die in aanmerking komen voor de aanslag in de personenbelasting en aanvullende belastingen. Voor de bepaling van de tegemoetkoming wordt rekening gehouden met het belastbaar inkomen van het tweede jaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de aanvraag.

Let op! Elke inkomensverhoging met 10% moet binnen de drie maanden meegedeeld worden aan de dienst.

Wordt de betrokkene opgenomen in een instelling, geheel of gedeeltelijk ten laste van de overheid, dan wordt de integratietegemoetkoming voor 1/3 opgeschort.

Aanvraagprocedure

De tegemoetkomingen worden aangevraagd bij de burgemeester van de gemeente waar de persoon met een handicap ingeschreven is in het bevolkingsregister. De gemeente vult de aanvraag in en verstuurt deze elektronisch naar de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap van de FOD Sociale Zekerheid. (Sinds 1 juli 2006 gebeuren alle aanvragen elektronisch). Vervolgens wordt het dossier onderworpen aan een administratief onderzoek en in bepaalde gevallen vindt ook een medisch onderzoek van de persoon die de aanvraag doet. Tot slot beslist de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap over het toekennen en over het bedrag van de tegemoetkoming. De kennisgeving gebeurt per brief op naam van de persoon met een handicap.

Het OCMW van uw gemeente of de sociale dienst van uw ziekenfonds kunnen u ook helpen bij deze aanvraag.

Let op! De persoon met een handicap is verplicht om binnen de drie maanden alle nieuwe elementen die aanleiding kunnen geven tot vermindering of opheffing van de tegemoetkoming mee te delen. Deze mededeling mag gebeuren via een gewone brief.

Meer informatie?

Voor meer informatie omtrent dit onderwerp kan u terecht bij uw gemeentebestuur of bij de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

FOD Sociale Zekerheid
Directie-Generaal Personen met een handicap
Dienst Tegemoetkomingen aan personen met een handicap
Zwarte Lievevrouwstraat 3C
1000 Brussel
Contactcenter: 02/507 87 99
Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl


Inkomensgarantie voor ouderen en tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (+65 jaar)

Oudere personen met een handicap hebben, mits ze voldoen aan enkele voorwaarden, recht op een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden. Als de bejaarde persoon (+ 65 jaar) geen gezondheidsproblemen of handicap heeft en recht heeft op een (beperkt) pensioen kan hij/zij een inkomensgarantie voor ouderen aanvragen.

Tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden

Zoals bij de integratietegemoetkoming (voor personen van minder dan 65 jaar) wordt aan bejaarden een tegemoetkoming toegekend wegens verminderde zelfredzaamheid of gebrek aan zelfredzaamheid.

Voor de berekening van de graad van zelfredzaamheid wordt rekening gehouden met de volgende factoren:

  • de mogelijkheid om zich te verplaatsen;
  • de mogelijkheid om zijn voeding te nuttigen of te bereiden;
  • de mogelijkheid om voor zijn persoonlijke hygiëne in te staan en zich te kleden;
  • de mogelijkheid om de woning te onderhouden en huishoudelijk werk te verrichten;
  • de mogelijkheid om te leven zonder toezicht, zich bewust te zijn van gevaar en het gevaar te kunnen vermijden;
  • de mogelijkheid tot communicatie en sociaal contact.

De huisarts zal voor elke functie onderzoeken welke moeilijkheden de persoon met een handicap ondervindt. De toegekende punten worden opgeteld en naargelang dit totaal wordt de persoon met een handicap ondergebracht in één van de vijf categorieën. Daarna zal een geneesheer aangesteld door het Ministerie zijn onderzoek uitvoeren. De persoon met een handicap moet een vermindering van of een gebrek aan zelfredzaamheid van ten minste 7 punten hebben om recht te hebben op deze tegemoetkoming.

De voorwaarden om van deze tegemoetkomingen te kunnen genieten zijn:

  • minimum 65 jaar oud zijn;
  • Belg, onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, Ijsland, Noorwegen, Liechtenstein of Zwitserland, vluchteling of staatloos zijn;
  • en in België verblijven.

Het bedrag van de tegemoetkoming wordt verminderd met het bedrag van het inkomen van de persoon met een handicap en van de persoon waarmee hij een huishouden vormt en dat een bepaalde grens overschrijdt.

Alle inkomsten, ongeacht hun aard of oorsprong, waarover de aanvrager en eventueel de persoon met wie hij een huishouden vormt, beschikken, worden in aanmerking genomen. Er wordt geen rekening gehouden met het inkomen van de leden van het huishouden die bloed- of aanverwant zijn in de eerste, tweede of derde graad.

Let op! Elke inkomenswijziging moet binnen de drie maanden meegedeeld worden aan de dienst. Deze mededeling gebeurt via gewone brief.

De persoon met een handicap die voor zijn/haar 65 jaar een aanvraag voor het bekomen van een inkomensvervangende tegemoetkoming en/of integratietegemoetkoming heeft ingediend geniet ook na de 65ste verjaardag van deze tegemoetkomingen, behalve als de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden gunstiger is.

De aanvraag kan ten vroegste ingediend worden op de dag dat men 65 jaar wordt. De aanvraag gebeurt bij de burgemeester van de gemeente waar de persoon met een handicap ingeschreven is in het bevolkingsregister. De gemeente vult de aanvraag in en verstuurt deze elektronisch naar de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap van de FOD Sociale Zekerheid. (Sinds 1 juli 2006 gebeuren alle aanvragen elektronisch). Vervolgens wordt het dossier onderworpen aan een administratief onderzoek en in bepaalde gevallen vindt ook een medisch onderzoek van de persoon die de aanvraag doet. Tot slot beslist de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap over het toekennen en over het bedrag van de tegemoetkoming. De kennisgeving gebeurt per brief op naam van de persoon met een handicap.

Het OCMW van uw gemeente of de sociale dienst van uw ziekenfonds kunnen u ook helpen bij deze aanvraag.

Let op! De persoon met een handicap is verplicht om binnen de drie maanden alle nieuwe elementen die aanleiding kunnen geven tot vermindering of opheffing van de tegemoetkoming mee te delen. Deze mededeling mag gebeuren via een gewone brief.

Voor meer informatie kan u terecht bij uw gemeentebestuur of bij de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

FOD Sociale Zekerheid
Directie-Generaal Personen met een handicap
Dienst Tegemoetkomingen aan personen met een handicap
Zwarte Lievevrouwstraat 3C
1000 Brussel
Contactcenter: 02/507 87 99
Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl

Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)

De inkomensgarantie voor ouderen (IGO) biedt aan bejaarde personen die niet over voldoende middelen beschikken extra financiële hulp. De vereiste leeftijd om dit voordeel te verkrijgen is gelijk voor mannen en vrouwen en is sinds 1 januari 2006 64 jaar en zal op 1 januari 2009 verhoogd worden tot 65 jaar. Om recht te hebben op IGO moet u Belg, onderdaan van de Europese Unie, vluchteling, staatloze of van onbepaalde nationaliteit zijn. Deze regeling is ook afhankelijk van de burgerlijke staat (een alleenstaande bejaarde ontvangt €9 545,48 per jaar, een samenwonende bejaarde ontvangt per jaar €6363,65 per jaar – bedragen op 1 december 2006).

Het recht op IGO en het bedrag van de uitkering zijn afhankelijk van uw pensioen en andere bestaansmiddelen. Er is wel een vrijstelling voor de volgende inkomsten: kinderbijslag, hulp van het OCMW, onderhoudsgelden tussen ascendanten en descendanten, oorlogs- en gevangenschapssrenten, tegemoetkomingen aan gehandicapten, verwarmingstoelagen. Bij de pensioentoekenning wordt dit onderzoek automatisch gestart als het pensioenbedrag lager is dan het bedrag van de IGO. De IGO wordt – indien men er recht op heeft – samen met het pensioen uitbetaald. Deze uitkering kan ook altijd via de gemeente worden aangevraagd.

Ouderen die bij hun kinderen inwonen en recht hebben op een IGO hebben hierop recht als alleenstaande. De ouderen worden als alleenstaanden beschouwd, net zoals de personen die in een instelling verblijven en al genoten van een verhoogde inkomensgarantie.


Maximumfactuur

Wat?

De maximumfactuur (MAF) houdt dat een gezin niet méér dan een bepaald grensbedrag (“plafondbedrag”) per jaar zal moeten uitgeven aan remgelden en persoonlijke bijdragen. De grootte van dit plafondbedrag is afhankelijk van het gezinsinkomen. Wat een gezin méér uitgeeft aan remgelden en bijdragen, wordt door het ziekenfonds terugbetaald. In sommige gevallen gebeurt dit ook door de belastingadministratie. De grensbedragen vindt u terug in de tabel bij ‘Plafondbedragen’.

Er zijn twee types van maximumfactuur:

  • Sociale MAF: de maximumfactuur die wordt bepaald op grond van de ‘sociale categorie’ van de rechthebbende (WIGW’s, personen die leefloon ontvangen, langdurig oudere werklozen, personen met een handicap,…);
  • MAF bescheiden inkomens: de maximumfactuur die wordt bepaald op grond van het gezinsinkomen van de rechthebbende, deze maximumfactuur wordt door de mutualiteiten opgevolgd;

Wat wordt in rekening gebracht?

Enkel het remgeld van de volgende kosten wordt in rekening gebracht voor de berekening van het grensbedrag:

  • de honoraria van geneesheren, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, paramedici, …;
  • de kosten van technische verstrekkingen (bijvoorbeeld: medische beeldvorming, heelkundige ingrepen, technische onderzoeken);
  • de ‘noodzakelijke’ geneesmiddelen, dit wil zeggen de farmaceutische specialiteiten van de categorieën A,B en C;
  • de kosten van de ziekenhuisopname, namelijk het persoonlijk aandeel in de prijs van de verpleegdag;
  • persoonlijk aandeel van endoscopisch materiaal en het materiaal voor viscerosynthese.

Zowel bij de sociale MAF en de MAF bescheiden inkomens worden de uitgaven aan remgelden en de inkomsten berekend per gezin, dit wil zeggen de personen die op hetzelfde adres wonen.

Plafondbedragen

Zodra uw kosten voor geneeskundige verzorging het grensbedrag bereiken (afhankelijk van het type MAF), worden de uitgaven boven dat bedrag volledig vergoed. De grensbedragen per type MAF vindt u terug in de onderstaande tabel:

Rechthebbenden

Grensbedrag van de persoonlijke aandelen

Sociale MAF

€450,00

MAF bescheiden inkomens

Gezinnen met een netto-jaarinkomen van < €14 878,24

€450,00

Gezinnen met een netto-jaarinkomen van
> €14 878,25 en < €22 872,51

€650,00

Gezinnen met een netto-jaarinkomen van
> €22 872,52 en < €30 866,80

€1000,00

Gezinnen met een netto-jaarinkomen van
> €30 866,81 en < €38 527,98

€1400,00

Gezinnen met een netto-jaarinkomen van
> €38 527,98

€1800,00

Kinderen jonger dan 19 jaar

€650,00

(bedragen op 1 januari 2006)

Hoe gaat dit in zijn werk?

De ziekenfondsen controleren hoeveel remgelden er per gezin werden betaald en hoeveel het gezinsinkomen bedraagt. De rechthebbenden op de sociale MAF of op de MAF bescheiden inkomsten zullen in de loop van hetzelfde jaar een vergoeding van hun persoonlijke aandelen ontvangen.

Meer informatie?

Voor bijkomende informatie kan je terecht bij uw ziekenfonds of bij het RIZIV:

RIZIV
Dienst voor Geneeskundige verzorging
Afdeling Algemene reglementering
Tervurenlaan 211
1150 Sint-Pieters-Woluwe
Tel: 02/739 78 46
Website: http://www.riziv.fgov.be/nl/Paginas/default.aspx


Vlaamse zorgverzekering

Wat?

De Vlaamse Zorgverzekering voorziet een tegemoetkoming in de niet-medische kosten van personen met een verminderd zelfzorgvermogen. Opgelet deze verzekering kan door de Vlaamse regering gewijzigd worden zowel voor wat betreft de bijdrage als de tenlasteneming (premies).

Voor wie?

Zwaar zorgbehoevenden die thuis verzorgd worden en bewoners van een rusthuis, een rust- en verzorgingstehuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis (erkend door de Vlaamse Gemeenschap), kunnen een aanvraag indienen. U wordt als zwaar zorgbehoevend beschouwd als u lijdt aan een langdurig en ernstig verminderd zelfzorgvermogen. Dit kan u bewijzen aan de hand van een attest dat opgesteld is op basis van een reeds bestaande indicatiestelling of, wat mantel- en thuiszorg betreft, aan de hand van een nieuwe indicatiestelling door een gemachtigde indicatiesteller.

De volgende scores komen in aanmerking voor de mantel- en thuiszorg:

  • minstens de score B op de KATZ-schaal in de thuisverpleging (dit attest kan u afhalen bij het ziekenfonds);
  • minstens de score 35 op de BEL-schaal in de gezinszorg (dit attest kan u afhalen bij een dienst voor gezinszorg);
  • minstens de score 15 op de medisch-sociale schaal die wordt gebruikt voor de integratietegemoetkoming (dit attest kan u afhalen bij het ziekenfonds of het ministerie van Sociale Zaken);
  • minstens de score C voor een dagverzorgingscentrum of een centrum voor kortverblijf (dit attest kan u afhalen bij het ziekenfonds);
  • bijkomende kinderbijslag op basis van minstens 66% handicap en minstens 7 punten met betrekking tot de zelfredzaamheid uit hoofde van het kind;
  • bijkomende kinderbijslag op basis van minstens 18 punten op de medisch-sociale schaal (samengesteld uit de pijlers P1, P2 en P3).

Als de zorgbehoevende persoon niet over een dergelijk attest beschikt, dan doet hij een beroep op een gemachtigd indicatiesteller. In Vlaanderen kan u daarvoor terecht bij de diensten voor gezinszorg, de OCMW’s en de centra voor algemeen welzijnswerk die verbonden zijn met de ziekenfondsen. Zij zijn gemachtigd om met behulp van de BEL-schaal de zorgbehoevende een score te geven. In Brussel zijn de lokale dienstencentra in plaats van de OCMW’s gemachtigd.

Als de zorgbehoevende persoon een aanvraag voor tenlasteneming voor residentiële zorg indient, dan volstaat een verblijfsattest en hoeft er dus geen verdere zorgbehoevendheid meer bewezen te worden (dit attest kan u afhalen bij het ziekenfonds of de residentiële voorziening). Een attest op basis van de evaluatieschaal tot staving van de aanvraag tot tegemoetkoming in een rusthuis of een rust- en verzorgingstehuis mag ook als verblijfsattest gebruikt worden.

Aansluiting

Elke Vlaming is vanaf de leeftijd van 25 jaar verplicht een bijdrage te betalen aan een erkende Zorgkas naar keuze (voor adressen: zie rubriek ‘Meer informatie?’). De zorgkassen staan in voor de dagelijkse werking van de zorgverzekering. Als u zich niet vrijwillig bij een erkende zorgkas aansluit, wordt u ambtshalve aangesloten bij de Vlaamse Zorgkas. Dit is de Zorgkas van de Vlaams overheid.

De aansluiting gebeurt individueel en dus niet per gezin. In Brussel is een aansluiting niet verplicht. Zij hebben de keuze om al dan niet een bijdrage te betalen. Indien men geen bijdrage betaalt, en daarna toch wil aanspraak maken op een tegemoetkoming van de zorgverzekering, moet men eerst een wachttijd doorlopen.

Prijs?

De jaarlijkse bijdrage bedraagt €25,00, behalve voor personen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming in het kader van de ziekteverzekering. Zij betalen €10,00 per jaar. Deze bijdrage kan gewijzigd worden.

Hoe een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming?

Via een aanvraagformulier (aan te vragen bij uw zorgkas) en een geldig attest kan u een aanvraag indienen. Indien er mantelzorg is, kan ook het registratieformulier voor de mantelzorg ingevuld worden. Deze formulieren overhandigt u aan uw zorgkas. Uw zorgkas heeft 60 dagen de tijd om uw aanvraag te onderzoeken. Indien uw aanvraag wordt goedgekeurd, ontvangt u als zorgbehoevende persoon de beslissing dat u een tegemoetkoming kan ontvangen, tenlasteneming genoemd. Bij weigering van de aanvraag kan u tegen die beslissing in beroep te gaan. Binnen 30 dagen na de beslissing moet den een bezwaarschrift ingediend worden bij het Vlaams Zorgfonds.

Vlaams Zorgfonds
Koning Albert II-laan 35 bus 36
1030 Brussel
Tel: 02/553 46 90

Bedragen van de tegemoetkoming?

De maandelijkse tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg bedraagt €115,00 in 2008 (en €125,00 in 2009) , voor residentiële zorg bedraagt de vergoeding €125,00.

Uitbetaling

Als uw aanvraag goedgekeurd wordt, heeft u recht op een vergoeding vanaf de eerste dag van de vierde maand die volgt op de datum van de aanvraag.

De zorgkas betaalt de tegemoetkoming forfaitair uit via overschrijving op het rekeningnummer van de gebruiker of in contanten aan de gebruiker. Bij mantel- en thuiszorg gebeurt de betaling maandelijks. Bij residentiële zorg gebeurt de betaling maandelijks ten vroegste in de loop van de maand na de maand waarop de vergoeding betrekking heeft.

Voor inwoners van Brussel gelden bijkomende regels. Informeer hiervoor bij uw zorgkas.

Meer informatie?

Voor meer informatie kan u terecht op de website van het Vlaams Zorgfonds: http://www.vlaamsezorgverzekering.be of bij de erkende zorgkassen.

Zorgkassen van mutualiteiten:

CM-Zorgkas Vlaanderen

Haachtsesteenweg 579
1031 Brussel
Tel: 02/246 41 11
Website: http://www.zorgverzekering.be

Neutrale Zorgkas Vlaanderen

Antwerpsestraat 145
2500 Lier
Tel: 03/491 86 60
Website: http://www.neutrale-ziekenfondsen.be/

Zorgkas van de Liberale Ziekenfondsen

Livornostraat 25
1050 Brussel
Tel: 02/542 86 00
Fax: 02/542 86 46
Website: http://www.lm.be/Pages/defaultNL.aspx

Zorgkas van de Onafhankelijke Ziekenfondsen

Sint-Huibrechtstraat 19
1150 Brussel
Tel: 02/778 92 11
Website: http://www.mloz.be

Zorgkas van de Socialistische Mutualiteiten

Sint-Jansstraat 32-38
1000 Brussel
Tel: 078/15 02 60
Website: http://www.socmut.be

Zorgkassen van private verzekeringsmaatschappijen:

Zorgkas DKV Belgium
Bischoffsheimlaan 1-8

1000 Brussel
Tel: 02/287 64 11
Website: http://www.dkv.be

Zorgkas van het Vlaams Zorgfonds:

Vlaamse Zorgkas
Koning Albert II-laan 35 bus 36

1030 Brussel
Tel: 02/553 45 90
Website: http://www.vlaamsezorgkas.be


Voordelige tarieven voor personen met een handicap of WIGW’s

Het gaat hier om een aantal kleine sociale en fiscale voordelen voor WIGW’s en/of mensen met een handicap. We beperken ons tot een korte opsomming. Meer informatie vindt u in de Handigids (http://handicap.belgium.be/nl/index.htm).

Voordelen:

  • sociaal telefoontarief: de telefoonmaatschappijen kunnen, omwille van sociale of humanitaire redenen, aan personen ouder dan 65 jaar en personen met een handicap van meer dan 66% een verminderd tarief verlenen (vraag hierom bij uw telefoonmaatschappij);
  • speciaal telefoontarief: de telefoonmaatschappijen kunnen dit tarief verlenen aan gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd (vraag hierom bij uw telefoonmaatschappij);
  • sociaal tarief voor elektriciteit en gas: personen die een inkomensvervangende tegemoetkoming, een integratietegemoetkoming (categorie 2 of hoger), een tegemoetkoming hulp aan bejaarden, een inkomensgarantie voor ouderen of leefloon ontvangen, hebben recht op een sociaal tarief voor elektriciteit en gas (de aanvraag moet gebeuren bij uw elektriciteit- en gasleverancier);
  • vermindering kabeldistributie: sommige distributiemaatschappijen verlenen een verminderingstarief voor kabeldistributie, de maatschappijen bepalen zelf of ze al dan niet een korting toestaan, deze korting kan ook aan een inkomstenbepreking gebonden zijn (vraag hier achter bij uw kabelmaatschappij);
  • portvrijdom voor blinden: voor blindenschrift geldt portvrijdom op voorwaarde dat de omslag gemakkelijk toelaat de inhoud na te kijken (het maximumgewicht van dergelijke zendingen is 7kg);
  • vermindering van inkomstenbelasting: de belastingplichtige van wie het gezin bestaat uit één of meerdere personen met een handicap heeft recht op één of meerdere toeslagen op de belastingvrije som;
  • vermindering van onroerende voorheffing: huurders en eigenaars met gehandicapte gezinsleden of 2 of meer kinderbijslaggerechtigde kinderen hebben recht op een forfaitaire vermindering van de onroerende voorheffing;
  • vrijstelling op heffing afvalwater: bejaarden die een inkomensgarantie voor ouderen of tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ontvangen, personen met een handicap die een inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming genieten, personen die een leefloon ontvangen en heffingsplichtingen bij wie een persoon met een handicap inwoont die verlengd minderjarig werd verklaard en die een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming ontvangt, kunnen een vrijstelling ontvangen op de heffing afvalwater (het waterverbruik moet wel op de naam van de betrokkene gefactureerd worden en de vrijstelling geldt enkel voor de eigendom waarin u werkelijk woont);
  • de witte blindenstok: de witte blindenstok kan, met een medisch attest, bij verenigingen voor visueel gehandicapten afgehaald worden, tegen de voorwaarden bepaald door die verenigingen;
  • de gele stok voor slechtzienden: de gele stok voor slechtzienden kan, met een medisch attest, bij verenigingen voor visueel gehandicapten afgehaald worden, tegen de voorwaarden bepaald door die verenigingen.

Naast deze voordelige tarieven hebben de gemeenten vaak ook eigen voordelen die ze toekennen aan WIGW’s en/of personen met een handicap. Informeer hiervoor bij uw gemeentebestuur.


OMNIO statuut

Het OMNIO-statuut geeft recht op betere vergoeding van medische kosten (arts, tandarts, kinesitherapeut, apotheker, hospitalisatie, …) voor gezinnen met een laag inkomen. Het is bedoeld voor arbeiders, bedienden, zelfstandigen, werklozen, zieken, … met een moeilijke financiële gezinssituatie. De persoonlijke bijdrage (remgeld) die u voor die prestaties betaalt, is dan merkelijk lager. Het nieuwe statuut geeft recht op dezelfde terugbetalingen als voor de rechthebbenden op de verhoogde (verzekerings)tegemoetkoming (RVV).

Aanvragen kunnen ingediend worden vanaf maandag 2 april 2007. Om de OMNIO-voordelen te genieten vanaf 1 juli 2007 moet een geldige aanvraag ingediend zijn tussen 2 april en 30 juni 2007.

Als u al rechthebbende bent op de verhoogde tegemoetkoming (RVV-statuut, ex-WIGW), behoudt u uw rechten en hoeft u niet naar uw ziekenfonds te gaan.

Voor meer informatie over het OMNIO-statuut, surf naar riziv.fgov.be of neem contact op met uw ziekenfonds


Palliatieve premie

De palliatieve premie wordt toegekend aan palliatieve patiënten die thuis willen sterven en aan bepaalde voorwaarden voldoen. Het is een extra tegemoetkoming voor specifieke kosten inzake geneesmiddelen, verzorgingsmiddelen en hulpmiddelen die door de ziekteverzekering slechts gedeeltelijk of niet worden terugbetaald. Deze premie bedraagt €483,39 (voor één maand). Dit bedrag kan een tweede maal uitgekeerd worden als de patiënt na verloop van dertig dagen blijft voldoen aan de gestelde voorwaarden.

Hoe aanvragen?

Om de premie aan te vragen moet de arts eerst een formulier (te verkrijgen bij de mutualiteit of palliatieve begeleidingsequipe) invullen waarin hij verklaart dat de patiënt aan een aantal vastgestelde voorwaarden voldoet. Dit document moet gedateerd worden op een datum dat de patiënt thuis verblijft en niet in het ziekenhuis. Dit formulier moet vervolgens ter goedkeuring naar de mutualiteit gestuurd worden. De mutualiteit doet ook de uitbetaling van deze premie.


Vrijstelling remgeld bij palliatieve thuiszorg

Personen die het palliatief statuut hebben, moeten geen remgeld meer betalen op een (huis)bezoek door de huisarts, verstrekkingen verleend door een kinésitherapeut en op de verstrekkingen verleend door een thuisverpleegkundige.


2. Bijkomende regelingen


Mantelzorgpremie

  1. Door gemeenten en OCMW

    In een aantal gemeenten en OCMW’s worden mantelzorgtoelagen toegekend aan mensen die een familielid thuis verzorgen. Ze wordt uitbetaald aan mantelzorgers als vorm van erkenning voor hun inzet. Het bedrag kan variëren van €49,75 per jaar tot €24,78 à €74,36 per maand. Elke gemeente hanteert een eigen reglement: soms is het enkel bedoeld voor mantelzorgers van 65-plussers, dan weer enkel voor bloedverwanten, dan staat er geen leeftijdsgrens op, … Heel wat gemeenten en provincies hebben hun reglementering omtrent de mantelzorgtoelagen gewijzigd of afgeschaft naar aanleiding van de Vlaamse Zorgverzekering.

    Wil u meer weten, ga dan eens even langs bij uw gemeentebestuur of bij het OCMW. Geïnteresseerden kunnen bij de Werkgroep Thuisverzorgers een aanbevelingsnota en een modelreglement rond mantelzorgtoelagen verkrijgen. Als er in uw gemeente nog geen mantelzorgtoelage bestaat, is het hoog tijd dat u aan de alarmbel trekt en de verantwoordelijke politici wakker schudt.

  2. Door de provincies

    Een aantal provinciebesturen verleent eveneens een toelage aan mantelzorgers. Dit is het geval in Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg. De andere provincies (Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen) hebben zo’n mantelzorgtoelage niet. Informeer u goed: elke provincie heeft zijn eigen reglementeringen met strikte voorwaarden.

    • Provincie Oost-Vlaanderen

      De provincie Oost-Vlaanderen kan een tegemoetkoming toekennen aan de personen of gezinnen die bij hen thuis een zorgbehoevende oudere verzorgen.

      Voor meer informatie kan u terecht bij de provincie zelf:

      Provincie Oost-Vlaanderen
      Provinciaal Administratief Centrum ‘het Zuid’
      Dienst Welzijn
      Woodrow Wilsonplein 2
      9000 Gent
      Tel: 09/267 75 09

    • Provincie Antwerpen

      De provincie Antwerpen geeft een toelage aan personen en gezinnen die bij hen thuis een oudere verzorgen.

      Voor meer informatie kan u terecht bij de provincie zelf:

      Provincie Antwerpen
      Dienst Welzijn en Gezondheid
      Boomgaardstraat 22 bus 100
      2600 Antwerpen
      Tel: 03/240 56 36
      Fax: 03/240 61 62

    • Provincie Limburg

      De provincie Limburg kent mantelzorgtoelagen toe aan personen die instaan voor de permanente thuisverzorging van een zorgbehoevende oudere.

      Voor meer informatie kan u terecht bij de provincie zelf:

      Provincie Limburg
      Provinciale Dienst voor Ouderen
      Universiteitslaan 1
      3500 Hasselt
      Tel: 011/23 72 88

  3. Door de ziekenfondsen

    In sommige regio’s geeft het ziekenfonds een thuiszorgpremie aan de zorgbehoevende persoon zelf, op grond van gedane kosten en/of graad van zorgbehoevendheid. De sociale dienst van uw ziekenfonds is vast op de hoogte.


Bijzonder Solidariteitsfonds

Het Bijzonder Solidariteitsfonds (BSF) wil het hoofd bieden aan uitzonderlijke situaties waarvoor een tegemoetkoming in de kostprijs van de geneeskundige verstrekkingen bij rechthebbenden die aan zeer ernstige aandoeningen lijden, niet in aanmerking wordt genomen, omdat die verstrekkingen geen aanleiding geven tot een tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging. Zo kan men vb. een aanvraag doen voor een tegemoetkoming voor sondevoeding, bepaalde katheters. de extrakosten voor de medische behandeling van zieke chronische kinderen jonger dan 16 jaar en vanaf 1 januari 2004 jonger dan 19 jaar.

Het College van geneesheren-directeurs van het RIZIV behandelt de aanvragen van het BSF Elk dossier wordt afzonderlijk beoordeeld.

Om een terugbetaling van levensnoodzakelijk materiaal aan te vragen, dient u per aangetekende brief een aanvraag in bij de adviserende geneesheer van uw ziekenfonds. Het dossier moet bestaan uit de volgende elementen:

  • een verslag van de huisarts, dat aantoont dat het materiaal waarvoor u een terugbetaling aanvraagt levensnoodzakelijk is;
  • een verklaring op erewoord bij voorkeur van de patiënt zelf dat op geen enkele andere manier een tussenkomst verkregen werd voor het levensnoodzakelijk materiaal;
  • kostenraming of gedetailleerde facturen van uw kosten.

De tussenkomst van het B.S.F. beperkt zich echter niet tot levensnoodzakelijk materiaal. Onder bepaalde voorwaarden voorziet het immers een tegemoetkoming voor uitzonderlijke medische prestaties, alsook voor uitzonderlijke geneesmiddelen die niet in de nomenclatuur of in de lijst van terugbetaalbare specialiteiten zijn opgenomen, maar niet per sé levensnoodzakelijk zijn. Het Fonds kan onder bepaalde voorwaarden ook voorzien in een tegemoetkoming in de opleg- en bijkomende reis- en verblijfskosten in geval van behandeling in het buitenland.

Na een voorafgaand onderzoek van het dossier, legt de adviserende geneesheer de aanvraag binnen een termijn van 30 dagen voor aan het College van geneesheren-directeurs van de dienst van geneeskundige verzorging van het RIZIV. Zij beslissen over de toekenning van de tussenkomst en over het bedrag. Vaak moet men maanden, soms zelfs een jaar wachten op een beslissing. Vraag regelmatig de stand van uw dossier op. Wordt u afgewezen en gaat u hiermee niet akkoord, dan kan u tegen de beslissing in beroep gaan.

Elk jaar opnieuw wordt beslist over het budget dat het BSF ter beschikking krijgt. Dit houdt in dat haar financiële mogelijkheden van jaar tot jaar kunnen verschillen, wat een weerslag kan hebben op de grootte van het terugbetaalde bedrag.

Meer informatie vindt u op de website van het RIZIV: http://www.riziv.be/care/nl/infos/solidarity/index.htm


Bijzondere fondsen

Bepaalde ziekenfondsen, bedrijven of verenigingen komen tussen voor speciale kosten van zwaar zorgbehoevende personen. Informeer u bij uw eigen ziekenfonds, uw (gewezen) werkgever of uw OCMW.

Bijvoorbeeld: Het Sociaal Fonds van de Vlaamse Liga tegen Kanker kent bijkomende steun toe aan kankerpatiënten die tussen de mazen van het net vallen en voor wie de ziektekosten bijzonder hoog en problematisch zijn. Deze steun wordt toegekend op basis van criteria zoals gezinsinkomen, andere tussenkomsten, verhouding tussen minimale medische oplegkosten en inkomen, enzovoort. Een patiënt kan zelf geen aanvraag indienen, dit moet gebeuren via de sociale dienst van het ziekenhuis, het ziekenfonds of het OCMW. Als het Fonds steunt toekent, krijgt de patiënt een éénmalige steun per kalenderjaar. Voor meer informatie hierover kan u terecht bij het Sociaal Fonds van de Vlaamse Liga tegen Kanker op het telefoonnummer 02/227 69 73 of 02/227 69 71.


3. Specifieke maatregelen voor bepaalde doelgroepen


Zorgforfait voor chronische zieken

Chronisch zieken met hoge gezondheidsuitgaven krijgen recht op een forfaitaire tegemoetkoming van €253,61 per jaar. Om hiervan te genieten moet voldaan worden aan twee voorwaarden:

  • Voorwaarde 1: Het bedrag van het remgeld moet gedurende twee opeenvolgende jaren €450,00 bereiken (voor iemand met een voorkeurtarief is dit €365,00). Bij de berekening van het grensbedrag wordt geen rekening gehouden met persoonlijke aandelen die evenmin in aanmerking worden genomen voor de maximumfactuur (zie hierboven: de maximumfactuur).

  • De gerechtigden van wie “alle” persoonlijke aandelen, die hijzelf en zijn personen ten laste, daadwerkelijk hebben betaald voor voornoemde kalenderjaren €450,00 per jaar belopen, kunnen eveneens de forfaitaire toelage van €253,61 bekomen. Voorwaarde is hier dat de gerechtigde of minstens één van de personen ten laste zich bevindt in één van de hierna vermelde categorieën, én gedurende de betrokken kalenderjaren geen van de personen die voldoen aan de voormelde voorwaarde, het grensbedrag van €450,00 heeft bereikt.

    Voorwaarde 2: Men moet zich in minstens één van de volgende situaties bevinden:

    • gedurende minstens 3 maanden recht hebben op forfait B of C voor thuisverpleegkundige zorgen (met instemming van de adviserend geneesheer);
    • gedurende minstens 6 maanden erkend zijn als chronisch zieke bij kinesitherapiebehandeling met vermindering van het persoonlijk aandeel;
    • gedurende minstens 120 dagen in het huidige en vorige kalenderjaar zijn opgenomen in een ziekenhuis. Ook opnames in een psychiatrisch ziekenhuis en dagopnames (vb. nierdialyse) mogen worden meegerekend;
    • minstens 6 maal in het huidige en vorige kalenderjaar zijn opgenomen in een ziekenhuis. Ook opnames in een psychiatrisch ziekenhuis en dagopnames (vb. nierdialyse) mogen worden meegerekend;
    • genieten van verhoogde kinderbijslag als gehandicapt kind;
    • voldoen aan de voorwaarden voor het genieten van een integratietegemoetkoming (ten minste 12 punten), ook al hebben zij geen recht op de tegemoetkoming;
    • voldoen aan de voorwaarden voor het genieten van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (ten minste 12 punten), ook al hebben zij geen recht op de tegemoetkoming;
    • genieten van een tegemoetkoming aan gehandicapten voor hulp aan derden;
    • genieten van een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, toegekend aan de gerechtigde die wegens de behoefte aan andermans hulp, als gerechtigde met persoon ten laste wordt beschouwd.

Voor meer informatie over de voorwaarden voor het verkrijgen van een forfaitaire vergoeding bij hoge gezondheidsuitgaven kan u terecht bij uw ziekenfonds.


Forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden aan invalide gezinshoofden

Gerechtigden met gezinslast die sinds meer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn, kunnen een bijkomende vergoeding genieten van €5,26 per dag. Vanaf 1 januari 2007 is een nieuwe regeling van kracht waarbij het forfaitair dagbedrag €12,00 bedraagt. Voorwaarde is dat ze minstens 11 punten scoren op de zelfredzaamheidsschaal.

Alleenstaande of samenwonende gerechtigden die hulp van derden nodig hebben worden fictief beschouwd als gerechtigde met gezinslast.

De oude uitkering is uitdovend. Deze wordt uitbetaald door de Rijksdienst Voor Pensioenen of de ziekenkas.


Incontinentieforfait

Een jaarlijks forfait van €423,60 (bedrag op 1 januari 2007) wordt toegekend aan personen met hoge uitgaven voor incontinentiemateriaal. Deze forfaitaire tegemoetkoming is voorzien voor personen die tijdens de voorbije twaalf maanden gedurende vier maanden de goedkeuring hebben verkregen voor een verpleegkundige verzorging, vergoedbaar met forfait B of C. Bovendien moet men op het criterium ‘incontinentie’ een score 3 of 4 hebben. Deze tussenkomst moet de benodigde materiaalkosten verlichten.

Voor incontinente chronisch zieken die thuis door familieleden worden verzorgd, zonder dat er een verpleegkundige aan huis komt moet u zo snel mogelijk door een verpleegkundige een aanvraag tot terugbetaling van verpleegkundige zorgen laten indienen bij het ziekenfonds.

Deze tussenkomst zal automatisch via het ziekenfonds worden toegekend. U dient hiervoor zelf niets te doen.


Rolwagens

  • Duwrolstoelen:
    • De meeste toebehoren bij rolwagens worden voortaan in het basispakket opgenomen zodat de gebruiker hiervoor zelf niet (meer) moet opdraaien.
    • Actieve rolstoelen, de zogenaamde sportrolstoelen, komen voor terugbetaling in aanmerking. Onder bepaalde voorwaarden kunnen ook patiënten in verzorgingsinstellingen van terugbetaling genieten.
    • Een hele reeks bouwtechnische verbeteringen komt voor terugbetaling in aanmerking. Zo krijgen bijvoorbeeld aanpassingen als tafelbesturing, werktafel en in de hoogte verstelbare armsteunen een plaats binnen de RIZIV-reglementering, zodat ze voor vergoeding vatbaar worden.
  • Elektronische rolwagens: De toekenningsvoorwaarden voor elektronische rolwagens zijn aanzienlijk versoepeld. Belangrijk is dat ook 65-plussers voortaan voor een elektronische rolstoel in aanmerking kunnen komen. Voor hen is evenwel het akkoord van het College van Geneesheer-Directeurs nodig.


BTW op medische hulpmiddelen

Op vele medische hulpmiddelen betaalt u nog 21% BTW. Voor onderstaande hulpmiddelen bedraagt de BTW 6%:

  • orthopedische hulpmiddelen;
  • breukspalken en andere artikelen of apparaten voor de behandeling van breuken in het beenderstelsel;
  • kunstgebitten en kunsttanden;
  • kunstogen;
  • kunstledematen;
  • hoorapparaten;
  • apparatuur voor het verhelpen of verlichten van gebreken en kwalen die door de patiënt in de hand worden gehouden of op andere wijze worden gedragen (hieronder vallen elleboogkrukken);
  • materiaal voor stomapatiënten;
  • incontinentiemateriaal (uitgezonderd maandverbanden, inlegkruisjes en luiers voor – 6 jaar);
  • individueel toebehoren dat deel uitmaakt van de kunstnier;
  • gaankaders (looprek), rolstoelen, wagentjes voor zieken en invaliden, ook indien met motor of ander voortbewegingsmechanisme, alsook onderdelen en toebehoren;
  • aërosolapparaten en toebehoren, individueel materiaal voor de toediening van mucomyst;
  • anti-decubitusmateriaal opgenomen in de RIZIV-nomenclatuur (dit gaat om één soort zitkussen, alle ander anti-decubitusmateriaal is 21%);
  • speciale hulpmiddelen voor slechtzienden en blinden, uitgezonderd brillenglazen, lenzen, monturen;
  • infuuspompen voor pijnbestrijding.
  • Glucosemeters en toebehoren


Nuttige adressen

Juriwel: http://www.juriwel.be

Handigids: http://handicap.belgium.be/nl/index.htm

FOD Sociale Zekerheid
Directie-Generaal Personen met een handicap
Dienst Gehandicaptenbeleid
Zwarte Lievevrouwstraat 3C
1000 Brussel
Tel: 02/509 82 78 en 02/509 85 67
Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl of http://handicap.belgium.be/nl/index.htm

Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Sterrenkundelaan 30
1210 Brussel
Tel: 02/225 84 11
Website: http://www.vlafo.be

RIZIV
Dienst voor Geneeskundige verzorging
Afdeling Algemene reglementering
Tervurenlaan 211
1150 Sint-Pieters-Woluwe
Tel: 02/739 78 46
Website : http://www.riziv.be/care/nl/infos/solidarity/index.htm

Vlaams Zorgfonds
Koning Albert II-laan 35 bus 36
1030 Brussel
Tel: 02/553 46 90

CM-Zorgkas Vlaanderen
Haachtsesteenweg 579
1031 Brussel
Tel: 02/246 41 11
Website: http://www.zorgverzekering.be

Neutrale Zorgkas Vlaanderen
Antwerpsestraat 145
2500 Lier
Tel: 03/491 86 60
Website: http://www.neutrale-ziekenfondsen.be/

Zorgkas van de Liberale Ziekenfondsen
Livornostraat 25
1050 Brussel
Tel: 02/542 86 00

Fax: 02/542 86 46
Website: http://www.lm.be

Zorgkas van de Onafhankelijke Ziekenfondsen
Sint-Huibrechtstraat 19
1150 Brussel
Tel: 02/778 92 11
Website: http://www.mloz.be

Zorgkas van de Socialistische Mutualiteiten
Sint-Jansstraat 32-38
1000 Brussel
Tel: 078/15 02 60
Website: http://www.socmut.be

Zorgkas DKV Belgium

Bischoffsheimlaan 1-8
1000 Brussel
Tel: 02/287 64 11
Website: http://www.dkv.be

Vlaamse Zorgkas
Koning Albert II-laan 35 bus 36

1030 Brussel
Tel: 02/553 45 90
Website: http://www.vlaamsezorgkas.be

FOD Sociale Zekerheid
Directie-Generaal Personen met een handicap
Dienst verhoogde kinderbijslag

Zwarte Lievevrouwstraat 3c
1000 Brussel
tel.: 02/509 82 85 of 02/509 83 03

FOD Sociale Zekerheid
Directie-Generaal Personen met een handicap
Dienst Tegemoetkomingen aan personen met een handicap

Zwarte Lievevrouwstraat 3C
1000 Brussel
Contactcenter: 02/507 87 99
Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl of http://handicap.belgium.be/nl/index.htm

Provincie Oost-Vlaanderen
Provinciaal Administratief Centrum ‘het Zuid’
Dienst Welzijn
Woodrow Wilsonplein 2
9000 Gent
Tel: 09/267 75 09

Provincie Antwerpen
Dienst Welzijn
Boomgaardstraat 22 bus 100
2600 Berchem
Tel: 03/240 56 37

Provincie Limburg
Provinciale Dienst voor Ouderen
Universiteitslaan 1
3500 Hasselt
Tel: 011/23 72 88