Wet op de patiëntenrechten


Inleiding

Tot oktober 2002 had Belgiė geen specifieke wet betreffende de patiėntenrechten. Dit betekende niet dat de patiėnt helemaal geen rechten had of dat die rechten niet werden beschermd, ze waren echter niet altijd even duidelijk of voldoende bekend en soms zelfs moeilijk afdwingbaar. Bovendien bestonden er grote leemten en sommige wetten spraken elkaar tegen. Het was noodzakelijk om ook in Belgiė de patiėntenrechten te bundelen, aan te vullen en duidelijk te formuleren.

Bij de totstandkoming van de wet werd een zo ruim mogelijk overleg met alle betrokken sectoren georganiseerd. Uiteindelijk werd de wet op 20 juli 2002 goedgekeurd. Ze werd op 26 september 2002 in het Staatsblad gepubliceerd en is sinds 6 oktober 2002 van kracht.

De uiteindelijke bedoeling van de nieuwe wet is een verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in de gezondheidszorg te garanderen. Door een duidelijke formulering van de rechten van de patiėnt kan de kwaliteit van de relatie met de beroepsbeoefenaar bevorderd worden. Ook een aantal rechten van de beroepsbeoefenaar worden uitdrukkelijk gepreciseerd.


Toepassingsgebied

Patiėnt

Een patiėnt is iedereen die een of andere vorm van gezondheidszorg ontvangt, al dan niet op eigen verzoek. De wet is ook van toepassing op verzoek van een vertegenwoordiger (bijvoorbeeld de ouders van een minderjarige), op verzoek van een derde (bijvoorbeeld door de werkgever bij controle van arbeidsongeschiktheid) en zonder verzoek in spoedgevallen.

Beroepsbeoefenaar of zorgverstrekker

De wet is van toepassing op artsen, tandartsen, apothekers, vroedvrouwen, kinesisten, verplegend personeel en paramedici (zoals een bandagist, orthesist en prothesist, diėtist, ergotherapeut, logopedist, orthopedist, podoloog, technoloog medische beeldvorming en technoloog medisch laboratorium), ongeacht of deze binnen een instelling werken of een eigen praktijk hebben.

De wet zal in de toekomst ook van toepassing zijn op psychotherapeuten, seksuologen, klinische psychologen, orthopedagogen en geregistreerde beoefenaars van een niet conventionele praktijk.

Gezondheidszorg

De wet op de patiėntenrechten is van toepassing op eenieder die één of andere vorm van gezondheidszorg ontvangt of uitoefent. Onder gezondheidszorg verstaan ze alle diensten die door een beroepsbeoefenaar verstrekt worden met het oog op het bevorderen, vaststellen, behouden, herstellen of verbeteren van de gezondheidstoestand van de patiėnt of om de patiėnt bij het sterven te begeleiden.


Rechten van de patient

  • Recht op kwaliteitsvolle dienstverlening

    Iedereen heeft recht op een goede, zorgvuldige en kwaliteitsvolle dienstverlening. De best mogelijke zorg moet verstrekt worden in functie van de beschikbare medische kennis en technologie en met naleving van de geldende wetenschappelijke standaarden en aanbevelingen. Dit houdt echter niet in dat aan alle mogelijke individuele behoeften van elke patiėnt moet worden voldaan. Wel moeten uw morele, culturele en religieuze waarden als patiėnt gerespecteerd worden.

  • Recht op vrije keuze van de zorgverlener

    U kan als patiėnt zelf een beroepsbeoefenaar kiezen en u kan deze keuze steeds herzien. U heeft als patiėnt bovendien het recht om een tweede beroepsbeoefenaar te raadplegen voor een tweede advies (second opinion). Het recht op vrije keuze van de beroepsbeoefenaar geldt ook in het geval van een doorverwijzing naar een andere beroepsbeoefenaar.

    Dit recht op vrije keuze is echter niet absoluut. Het recht kan namelijk bij wet of door omstandigheden eigen aan de organisatie van de gezondheidszorg beperkt zijn. Zo zal uw keuze van beroepsbeoefenaar beperkt zijn in een ziekenhuis wanneer u kiest voor een geconventioneerde arts (zie Hoofdstuk 7 – Huisarts). Uw keuze is ook beperkt wanneer in een ziekenhuis van een bepaalde specialisatie maar één beroepsbeoefenaar (bijvoorbeeld gynaecoloog) aanwezig is.

  • Recht op informatie

    U heeft als patiėnt het recht om informatie te ontvangen waardoor u een beter inzicht krijgt in uw gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan. Dit moet gebeuren in een duidelijke taal waarbij rekening gehouden wordt met uw leeftijd, uw opleiding, en uw psychische draagkracht.

    De informatie omtrent uw gezondheidstoestand wordt meestal mondeling meegedeeld, maar u kan als patiėnt ook vragen om dit schriftelijk te bevestigen. Daarenboven kan u schriftelijk laten vastleggen dat de informatie eveneens aan uw vertrouwenspersoon wordt meegedeeld. De vertrouwenspersoon wordt aangeduid door de patiėnt en staat hem bij.

    Een vertrouwenspersoon is iemand die u bijstaat in het uitoefenen van uw rechten als patient, bij het verkrijgen van informatie en bij het inkijken van uw dossier.

    U heeft als patiėnt ook het recht om niet te weten: u kan vragen de informatie niet aan u mee te delen. Daarnaast kan u wel vragen dat de informatie aan uw vertrouwenspersoon wordt meegedeeld.

    De beroepsbeoefenaar kan u in sommige situaties toch informatie geven, ook wanneer u heeft aangegeven dat u dit niet wilde. Het gaat hier om situaties waaraan een ernstig nadeel is verbonden voor u als patiėnt en uw omgeving, bijvoorbeeld in geval van een besmettelijke ziekte.

    Tot slot kan de beroepsbeoefenaar ook weigeren informatie aan de patiėnt door te geven. We spreken dan van therapeutische exceptie. Dit is enkel mogelijk wanneer de arts vermoedt dat het meedelen van de informatie een ernstig nadeel voor de patiėnt met zich meebrengt.

    Aan volgende voorwaarden moet voldaan zijn opdat de beroepsbeoefenaar de patiėnt informatie kan weigeren op basis van de therapeutische exceptie:

    • de beroepsoefenaar moet vooraf een andere beroepsoefenaar raadplegen;
    • de beroepsbeoefenaar moet een schriftelijke motivering toevoegen aan het patiėntendossier;
    • indien de patiėnt een vertrouwenspersoon aanduidde, dan moet de beroepsbeoefenaar de informatie wel aan deze vertrouwenspersoon meedelen.

    Therapeutische exceptie is steeds tijdelijk en nooit definitief. Wanneer de beroepsbeoefenaar oordeelt dat de informatie geen ernstige schade meer kan berokkenen (bijvoorbeeld bij verhoging van uw draagkracht als patiėnt), zal hij verplicht zijn de patiėnt toch de informatie te geven.

  • Recht op toestemming na informatie

    De beroepsbeoefenaar kan geen enkele behandeling starten, verder zetten of stoppen zonder toestemming van de patiėnt. Het gaat hier om élke ‘tussenkomst’ van de beroepsbeoefenaar en niet enkel om de fysieke onderzoeken.

    U kan als patiėnt expliciet uw toestemming geven, we spreken dan van uitdrukkelijke toestemming.

    De toestemming kan impliciet gegeven worden en is dan afgeleid uit de gedragingen tijdens het geven van de informatie. Wanneer u als patiėnt bijvoorbeeld uw arm uitstrekt opdat de arts bloed kan afnemen, veronderstelt de wet dat u uw toestemming geeft voor de handeling van de arts. We spreken hier van stilzwijgende toestemming.

    Zowel de patiėnt als de beroepsbeoefenaar kan vragen de toestemming (of weigering) schriftelijk vast te leggen en toe te voegen aan uw patiėntendossier. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden wanneer het gaat om heel ingrijpende onderzoeken of behandelingen.

    Voordat de patiėnt zijn toestemming kan geven, moet de beroepsbeoefenaar informatie geven over:

    • het doel van de tussenkomst;
    • de aard van de tussenkomst;
    • het eventuele spoedeisende karakter van de tussenkomst;
    • de duur en de frequentie van de tussenkomst;
    • nevenwerkingen en risico’s van de tussenkomst;
    • nazorg gekoppeld aan de tussenkomst;
    • mogelijke alternatieven voor de voorgestelde tussenkomst;
    • financiėle gevolgen van de voorgestelde tussenkomst;
    • mogelijke gevolgen bij weigering van de voorgestelde tussenkomst.

    De informatie moet tijdig en voorafgaandelijk aan elke tussenkomst worden verstrekt zodat de patiėnt de tijd heeft om eventueel een andere beroepsbeoefenaar te raadplegen.

    U kan de beroepsbeoefenaar steeds om bijkomende informatie vragen. U kan uw recht om niet te weten ook hier uitoefenen. Daarentegen kan de beroepsbeoefenaar u als patiėnt de informatie echter niet onthouden. De therapeutische exceptie is in dit geval niet van toepassing aangezien u als patiėnt de informatie nodig hebt in functie van het al dan niet geven van uw toestemming.

    Wanneer de patiėnt wilsonbekwaam is (bijvoorbeeld door een coma), kan hij toch zijn recht uitoefenen om bepaalde tussenkomsten te weigeren. Dit kan enkel indien hij voorafgaandelijk een schriftelijke wilsverklaring heeft laten toevoegen aan zijn patiėntendossier waarin de weigering vermeld staat.

    Bij spoedgevallen handelt de beroepsbeoefenaar in het belang van de gezondheid van de patiėnt. Wanneer de patiėnt geen toestemming kan geven én de vertegenwoordiger is aanwezig, dan moet de beroepsbeoefenaar toestemming vragen aan uw vertegenwoordiger. Als de vertegenwoordiger niet onmiddellijk geraadpleegd kan worden zal de beroepsbeoefenaar acties ondernemen in het belang van de gezondheid van de patiėnt. Het recht op toestemming na informatie kan dus tijdelijk niet worden uitgeoefend. De beroepsbeoefenaar moet dit in het patiėntendossier vermelden en moet hij terug om toestemming vragen zodra de toestand dit toelaat of zodra de vertegenwoordiger bereikbaar is.

    De vertegenwoordiger is iemand die uw rechten vertegenwoordigt op het moment dat u dit zelf niet (meer) kan bijvoorbeeld bij minderjarigen, comapatiėnten, …

    Bij het niet geven van de toestemming (weigering) of bij bedenkingen (intrekken van de toestemming) kan de patiėnt of de beroepsbeoefenaar vragen om dit te noteren en toe te voegen aan het patiėntendossier. Zowel de weigering als de intrekking van de toestemming moet altijd gerespecteerd worden door de beroepsbeoefenaar. In geval van weigering moet de beroepsbeoefenaar de patiėnt steeds op de hoogte brengen van de gevolgen van de weigering en moet hij een alternatieve behandeling voorstellen of moet hij de patiėnt doorverwijzen naar een andere beroepsbeoefenaar.

    De toestemming van de patiėnt is niet noodzakelijk bij de stopzetting van een behandeling wanneer blijkt dat deze geen enkele zin meer heeft. We spreken hier over therapeutische hardnekkigheid.

  • Rechten in verband met het patiėntendossier

    Het patiėntendossier bevat alle documentatie in het kader van de professionele relatie tussen de patiėnt en de beroepsbeoefenaar. Algemeen genomen gaat het over de volgende gegevens :

    • gegevens omtrent de identiteit en de adresgegevens van de patiėnt;
    • medische informatie: resultaten van onderzoeken, notities van de beroepsbeoefenaar, …

    Recht op inzage

    U heeft als patiėnt het recht om uw patiėntendossier in te kijken wanneer u dit aanvraagt. Binnen een termijn van maximum 15 dagen moet u uw dossier kunnen inkijken. De beroepsbeoefenaar heeft dan voldoende tijd gehad om uw dossier na te kijken en voor inzage klaar te maken. Dit laatste is noodzakelijk aangezien u als patiėnt geen inzage hebt in volgende gegevens:

    • persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar: deze gegevens worden ook niet meegedeeld aan andere leden van het team (indien dit wel het geval is, zijn ze niet meer persoonlijk en dus ook ter inzage van de patiėnt);
    • gegevens met betrekking tot een derde persoon;
    • gegevens in het kader van de therapeutische exceptie.

    Bij het inkijken van uw dossier kan u als patiėnt u steeds laten bijstaan door een vertrouwenspersoon of een beroepsbeoefenaar naar keuze die het dossier in uw plaats inkijkt. Indien de vertrouwenspersoon een beroepsbeoefenaar is, heeft hij een ruimer recht op inzage: hij mag alle gegevens, dus ook de persoonlijke notities, lezen. Uitzonderingen hierop vormen de gegevens over derden.

    Recht op afschrift

    U heeft als patiėnt het recht op een afschrift (een kopie) van een deel van uw patiėntendossier. Dit kan echter niet kosteloos, u zal hiervoor een werkelijke kostprijs (bijvoorbeeld de kopiekosten) moeten betalen. Het recht op afschrift is op dezelfde wijze beperkt als het recht op inzage.

    De beroepsbeoefenaar moet een afschrift weigeren wanneer er aanwijzigen zijn dat de patiėnt onder druk wordt gezet door derden zoals bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij, werkgever,…

    Een beperkt aantal van de nabestaanden hebben recht op inzage in het dossier van de overleden patiėnt via een door hen aangeduide beroepsbeoefenaar. Het gaat om volgende nabestaanden:

    • echtgenoot of (al dan niet) samenwonende partner;
    • bloedverwanten tot en met de tweede graad (ouder, kind, broer of zus, kleinkind, grootouder).

    Voordat deze personen inzage kunnen verkrijgen, moeten een aantal voorwaarden ingevuld worden:

    • er was geen verzet van de patiėnt tijdens zijn leven tegen een dergelijke inzage;
    • de personen moeten een voldoende gemotiveerd en gespecificeerd belang (testament, erfelijkheid, verzekeringsovereenkomst, aansprakelijkheidsprocedure) kunnen voorleggen dat opweegt tegen de privacy van de overleden patiėnt;
    • de nabestaanden kunnen enkel de documenten van het dossier inzien die relevant zijn;
    • nabestaanden kunnen dit recht enkel uitoefenen via een beroepsbeoefenaar.

  • Recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer

    U heeft als patiėnt recht op bescherming van uw persoonlijke levenssfeer bij iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar. Een onderdeel van dit recht is de ruimtelijke privacy. Hier is uitdrukkelijk bepaald dat bij een tussenkomst enkel personen aanwezig mogen zijn van wie de aanwezigheid beroepshalve vereist is. Andere personen kunnen enkel aanwezig zijn indien u hiermee toestemt. Zo heeft u het recht om uw vertrouwenspersoon mee te nemen naar bijvoorbeeld een bezoek aan de huisarts.

    Uw persoonlijke levenssfeer moet ook beschermd worden op het vlak van de informatie over uw gezondheidstoestand. Het is verboden om u of de beroepsbeoefenaar onder druk te zetten om informatie aan derden mee te delen zoals aan verzekeringsmaatschappijen of de werkgever.

    In uitzonderlijke gevallen mag de informatie wel meegedeeld worden aan derden, dit mag enkel gebeuren wanneer:

    • het uitdrukkelijk bij wet voorzien is;
    • het nodig is voor de bescherming van de volksgezondheid of van de rechten en vrijheden van derden (bijvoorbeeld bij een gerechtelijk onderzoek) zolang er een redelijke verhouding tussen dit doel en de inmenging in de persoonlijke levenssfeer bestaat.

  • Recht op klachtenbemiddeling

    Het recht op klachtenbemiddeling is noodzakelijk om de rechten van de patiėnt effectief te realiseren. Het heeft geen zin om de patiėnt rechten toe te kennen zonder dat hij weet tot welke kanalen hij zich moet richten als zijn rechten als patiėnt geschonden worden.

    Op lokaal niveau: algemeen ziekenhuis

    Sinds 1 november 2003 heeft elk algemeen ziekenhuis een ombudspersoon in dienst. Het ziekenhuis moet vooreerst een aantal taken vervullen opdat de ombudspersoon zijn werk kan uitvoeren:

    • alle patiėnten moeten informatie ontvangen over de ombudsdienst;
    • de ombudspersoon moet onverhinderd contact kunnen hebben met alle personen die bij een klacht betrokken zijn;
    • de klachten moeten binnen een redelijke termijn behandeld kunnen worden;
    • de ombudsdienst moet in alle onafhankelijkheid kunnen werken en mag niet gesanctioneerd worden voor daden die passen in het kader van de ombudsfunctie.

    U kan als patiėnt met uw klacht omtrent opname, de behandeling of het verblijf in het ziekenhuis (gratis) terecht bij de bevoegde ombudspersoon. Deze persoon heeft een bemiddelende en een preventieve taak waartoe volgende opdrachten behoren:

    • het informeren van de patiėnt over de organisatie, werking en procedureregels van de ombudsfunctie;
    • het voorkomen van ontevredenheid en klachten door een betere communicatie tussen de patiėnt en de beroepsbeoefenaar;
    • het bemiddelen bij klachten met het oog op het bereiken van een oplossing;
    • het inlichten van de patiėnt over verdere mogelijkheden om klachten af te handelen indien de ombudspersoon zelf geen oplossing bereikt heeft;
    • het opstellen van een jaarverslag met een overzicht van het aantal, het onderwerp en het resultaat van de klachten;
    • het formuleren van aanbevelingen om tekortkomingen, die aanleiding zijn tot klachten, te verhelpen en te voorkomen.

    Indien u niet tevreden bent over de behandeling van uw klacht door de ombudsdienst in het ziekenhuis, kan u hierover klacht indienen bij de Federale Commissie ‘Rechten van de Patiėnt’.

    Op lokaal niveau: psychiatrisch ziekenhuis

    Psychiatrische ziekenhuizen hebben de keuze tussen de installatie van een interne ombudsdienst of het gebruik van externe ombudsdienst van provinciale overlegplatforms in de Geestelijke Gezondheidszorg voor het behandelen van klachten van patiėnten.

    De ombudspersonen kan u bereiken op volgende adressen. Deze personen bemiddelen ook in Beschut Wonen en psychiatrische verzorgingstehuizen.
    Provincie Antwerpen

    Overlegplatform Geestelijke Gezondheid Antwerpen
    Boomgaardstraat 22 bus 110
    2600 Berchem
    Tel: 03/240 61 81

    Provincie Limburg

    Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Limburg
    p.a. Spil vzw

    Provinciehuis
    2de Directie – afdeling 4
    Universiteitslaan 1
    3500 Hasselt
    Tel: 011/23 72 99

    Provincie Oost-Vlaanderen

    Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen
    Oude Abdij
    Drongenplein 26

    9031 Drongen
    Tel: 09/216 65 50

    Provincie West-Vlaanderen

    Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg West-Vlaanderen
    Annuntiatenstraat 92
    8000 Brugge

    Provincie Vlaams-Brabant

    Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Vlaams-Brabant
    vzw Logistiek VLABO

    Groeneweg 151
    3001 Heverlee
    Tel: 016/27 03 18

    Federale ombudsdienst

    De wet op de patiėntenrechten voorziet ook in een federale ombudsdienst, opgericht binnen de federale commissie ‘Rechten van de patiėnt’. Deze ombudsfunctie heeft dezelfde taken als de lokale ombudsfuncties met dat verschil dat het gaat om klachten over beroepsbeoefenaars waarvoor geen specifieke ombudsdienst is opgericht (bijvoorbeeld huisartsen, apothekers, …). De ombudspersoon van de federale ombudsdienst behandelt deze ambulante klachten. Zij evalueren ook de werking van de ombudsdiensten in de ziekenhuizen. Een klacht kan bij de federale ombudsdienst enkel schriftelijk worden ingediend.

    Voor de Nederlandstalige ombudspersoon kan u terecht bij:

    FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
    Directoraat-generaal Organisatie gezondheidsvoorzieningen
    Federale Ombudsdienst “Rechten van de patiėnt”
    Eurostation blok 2
    Victor Hortaplein 40 bus 10
    1060 Brussel
    Tel: 02/524 85 20

    Indien u meer informatie wenst over de wet op de patiėntenrechten kan u steeds terecht bij het Vlaams Patiėntenplatform:

    Vlaams Patiėntenplatform
    Groeneweg 151
    3001 Heverlee
    Tel: 016/23 05 26

    Website: http://www.vlaamspatientenplatform.be/

    De brochure rond patiëntenrechten kan u gratis verkrijgen bij het Vlaams Patiëntenplatform, de Werkgroep Thuisverzorgers vzw. Ook de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van Voedselketen en Leefmilieu geeft een brochure rond patiëntenrechten uit:

    FOD Volksgezondheid, Veiligheid van Voedselketen en Leefmilieu
    Directoraat-Generaal Organisatie Gezondheidszorgvoorzieningen
    Dienst Legal Management
    Victor Hortaplein 40 bus 10
    1060 Brussel


Nuttige adressen

  • Vlaams Patiėntenplatform
    Groeneweg 151
    3001 Heverlee
    Tel: 016/23 05 26
    Website: http://www.vlaamspatientenplatform.be/

  • Overlegplatform Geestelijke Gezondheid Antwerpen
    Boomgaardstraat 22 bus 110
    2600 Berchem
    Tel: 03/240 61 81

  • Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Limburg
    p.a. Spil vzw
    Provinciehuis
    2de Directie – afdeling 4
    Universiteitslaan 1
    3500 Hasselt
    Tel: 011/23 72 99

  • Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen
    Oude Abdij
    Drongenplein 26
    9031 Drongen
    Tel: 09/216 65 50

  • Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg West-Vlaanderen
    Annuntiatenstraat 92
    8000 Brugge

  • Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Vlaams-Brabant vzw Logistiek
    Groeneweg 151
    3001 Heverlee
    Tel: 016/27 03 18

  • FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
    Directoraat-generaal Organisatie gezondheidsvoorzieningen
    Dienst Legal Management
    Victor Hortaplein 40 bus 10
    1060 Brussel
    Tel: 02/524 85 20