Fiscaliteit

Mantelzorgers worstelen vaak met vragen zoals:

  • ‘Is de vergoeding die ik krijg, bijvoorbeeld van mijn ouders voor de zorg, een inkomen?’
  • ‘Is die vergoeding belastbaar?’
  • ‘Is een inwonende zorgbehoevende persoon een persoon ten laste?’
  • ‘Ben ik verplicht om de kostprijs van het rusthuis te betalen?’

We geven hierbij een aantal fiscale wenken voor mantelzorgers.


Persoon ten laste

Een vaak gestelde vraag is of men voor de zorgbehoevende persoon ook een fiscale aftrek in de personenbelasting krijgt.

  1. De zorgbehoevende persoon is een kind:

    Voor een zorgbehoevend kind is er meestal geen enkel probleem. Wanneer het kind thuis is – wat in een thuiszorgsituatie per definitie het geval is – én het geen bruto-bestaansmiddelen heeft die hoger zijn dan €3 325,00 (aanslagjaar 2008 – inkomstenjaar 2007), dan is het ook fiscaal ten laste. Bovendien zal dat kind ook meestal als gehandicapt kind erkend zijn, waardoor het voor dubbel wordt geteld. In dit geval heeft de belastingplichtige voor dat gehandicapt kind recht op de toeslag op de belastingvrije som voor twee kinderen ten laste.

    De wetgever heeft bovendien een afwijking in het bedrag van de bruto-bestaansmiddelen bepaald:

    • voor kinderen ten laste van een alleenstaande wordt de grens op €4 800,00 gebracht;
    • en voor kinderen met een handicap ten laste van een alleenstaande is dit bedrag €6 087,50.

    Bestaansmiddelen zijn alle regelmatige of toevallige ontvangsten, belastbaar of niet. Uitkeringen zoals studiebeurzen, wettelijke kinderbijslagen, het kraamgeld en de adoptiepremies evenals premies voor het voorhuwelijkssparen worden niet beschouwd als bestaansmiddelen. Onderhoudsgelden die aan kinderen zijn toegekend en dit voor de eerste schijf van €2 660,00 van het ontvangen bedrag, moeten evenmin als bestaanmiddelen meegerekend worden.

    Het nettobedrag van de bestaansmiddelen wordt verkregen door het brutobedrag te verminderen met de uitgaven of lasten die werkelijk zijn gedaan om de inkomsten te verkrijgen of te behouden of met de forfaitaire kosten ( = 20 % van het brutobedrag).

  2. De zorgbehoevende persoon is een volwassene:

    Om in aanmerking te komen als persoon ten laste moet de volwassene voor aanslagjaar 2008 (inkomsten van 2007) voldoen aan de volgende drie voorwaarden:

    • opgenomen zijn in het gezin van de mantelzorger, d.w.z. er inwonen;
    • geen bruto-bestaansmiddelen hebben van meer dan €3 325,00;
    • een ‘ascendent’ (ouder, grootouder) of een zijverwant tot en met de tweede graad (broer, zuster) zijn.

    Ook hier worden gehandicapte personen ten laste voor twee gerekend.

    Mantelzorgers die de zorg opnemen voor een zijverwant van de derde graad (oom, tante) of van een niet-familielid kunnen van dit fiscale voordeel geen gebruik maken.

    Sinds 2005 bestaat er een nieuwe toeslag op de belastingvrije som voor belastingplichtigen die een ouder familielid opnemen. Deze persoon moet een ascendent of een zijverwant tot en met de tweede graad zijn die ouder is dan 65 jaar. Als de oudere zorgbehoevende voldoet aan deze voorwaarden, dan heeft de belastingplichtige recht op een toeslag op de belastingvrije som die €2 570,00 bedraagt voor aanslagjaar 2008 – inkomsten van 2007.

    Ook op het vlak van de maximale netto-bestaansmiddelen wordt er een nieuwe regeling ingevoerd: de pensioenen, renten ,enz. van de opgenomen oudere persoon worden namelijk ten belope van maximum €21 400,00 (geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2008 – inkomsten van 2007) per jaar niet als bestaansmiddelen beschouwd.


Onderhoudsgeld

Een vaak gestelde vraag is of een mantelzorger zijn extra kost voor de zorg als een onderhoudsgeld van de zorgbehoevende persoon mag beschouwen. De wetgever heeft hier bepaald dat 80% van de uitkeringen die de belastingplichtige regelmatig heeft betaald aan personen die geen deel uitmaken van zijn gezin, aftrekbaar zijn van het totale netto-inkomen.

Een mantelzorger die dus binnen het eigen gezin de zorg opneemt voor een zorgbehoevende ouder voldoet niet aan die voorwaarde. Familieleden die niet aan thuiszorg doen, maar wel financieel bijdragen voor een thuiszorgsituatie, kunnen wel van een fiscale aftrek genieten. Bijkomende voorwaarden zijn nog dat het ‘onderhoudsgeld’ werkelijk en regelmatig (d.w.z. met vaste periodiciteit) moet zijn betaald en ter uitvoering van een wettelijke verplichting.


Onderhoudsplicht voor ouders in een rusthuis

Wanneer ouders de kosten van een rusthuis niet kunnen betalen, moeten de kinderen bijspringen. In heel wat families gebeurt dat spontaan, in andere gevallen schiet het OCMW het geld voor. Het OCMW is verplicht om dit geld bij de kinderen terug te vorderen.

Voor de terugvordering bestaat er een uniforme schaal van tussenkomsten. Deze schaal geeft het bedrag weer dat maandelijks maximaal mag teruggevorderd worden bij de onderhoudsplichtige. Dit bedrag is afhankelijk van het aantal personen ten laste en het netto belastbaar inkomen (bruto-inkomen verminderd met de bijdragen voor de sociale zekerheid en de bedrijfsvoorheffing) van de onderhoudsplichtige en zijn/haar echtgeno(o)t(e). De maandelijkse terugvordering kan schommelen tussen €32,00 (voor een netto belastbaar inkomen tussen €18 418,60 en €20 997,19) en €817,00 (voor een netto belastbaar inkomen van €49 361,80 en meer) (bedragen op 1 oktober 2004 – ministriële omzendbrief van 2004).

Het OCMW kan in individuele gevallen afwijken van deze schaal, mits een duidelijke motivering. Ze kunnen nooit meer terugvorderen dan wat ze zelf in werkelijkheid betaald hebben tijdens de maand waarop de terugvordering betrekking heeft.

Informeer u hiervoor bij uw OCMW, zij beschikken over deze schalen van tussenkomsten.